Sytze Steenstra Blog

Posts Tagged ‘Schunck

Een buis van tape, leuk, maar, eh, interactie?

leave a comment »

Tube numen-for use Schunck

“Een buisglijbaan: kinderdromen worden waar!”

“De uitgang was geblokkeerd door een of ander obstakel, maar het was niet van steen; het scheen zacht en een beetje mee te geven, maar toch ook sterk en afwerend; lucht filterde er doorheen, maar er was geen lichtstraaltje te zien. … Over de gehele breedte en hoogte van de tunnel was een enorm web gesponnen, ordelijk als het web van de een of andere reuzespin, maar dichter geweven en veel groter; iedere draad was dik als een touw.”

“The curatorial concept delves into the murky territory of both physical and psychological interiority, thematising immersion, introspection and probing of the depths of self. The main idea was to transform the whole building into a convulsive mind/body organism whose slippery inner limits a motivated explorer has yet to trace and confront. The stretched biomorphic skin of Tape Paris is marking the entry point to the whole experience, being a literal incarnation of an inner-directed, regressive environment – the sense of descent into the primordial always lingering around its openings.”

 

Hierboven zie je mij kruipen en klauteren in de “Walk-in installatie Tape”. Best leuk, even in een speeltuin. Schoenen en sokken uit en kruipen door een zacht meedeinende buis van breed verpakkingstape. Het rook er een beetje naar plastic en lijm, maar het was niet kleverig en ook niet benauwd, waar ik even bang voor was. Het was in de cocon van tape wel een stuk warmer dan in de rest van het gebouw. Dat was in Schunck, het cultureel centrum van Heerlen.

Ik klom er in voor de pret, maar ook een beetje omdat ik me daartoe verplicht heb, als deelnemer aan de klankbordgroep van “Push and Pull”, een project van Schunck en het  Mondriaanfonds over participatie, waarvan deze installatie weer een aflevering is. Ik heb er al eens eerder hier over bericht, in februari van dit jaar, bij de eerste installatie. Knorrig werd ik daar toen van. Nou ben ik liever blij dan knorrig, dus ik herhaal nog een keer dat dat kruipen en klauteren best leuk was. Ja, leuk.

Maar met interactie had het toch weinig te maken. In feite was de tape-buis juist afgeschermd van alles wat in interactie zou kunnen uitmonden. De installatie was keurig ingericht boven een tentoonstellingsplatform dat vast in die zaal ligt, zonder uitlopers of tentakels naar de kinderbibliotheek, de lift, het trappenhuis of het café, allemaal in dezelfde zaal of daar vlakbij. De enige mogelijkheid tot interactie werd gevormd door de bewaker, wiens enige taak het was op die buis van tape te passen. Een vriendelijke man, die me meteen een anekdote over een andere tentoonstelling vertelde. En nee, het was niet toegestaan boven op de buizen te klimmen. Verder werd de sfeer vooral bepaald door waarschuwingen en verbodsborden.

Schunck waarschuwingen rond Tube numen for use

Ik ben dit stukje begonnen met drie motto’s die ik zelf bij elkaar heb gezocht. Wie de kunstwereld een beetje kent, ziet meteen waar het menens wordt. De buisglijbaan vond ik in de internetcatalogus van een bedrijf in speeltuintoestellen. Het reuzenspinneweb komt uit  Tolkiens ‘In de ban van de ring’. En het Engelse citaat komt van de website van de makers van de tape-installatie zelf. Hun toelichting bij een eendere versie van dezelfde installatie, in het Parijse Palais de Tokyo, laat de alledaagse werkelijkheid resoluut achter zich. “Transformatie van het hele gebouw… letterlijke belichaming van een naar binnen gerichte, regressieve omgeving… ” De publiciteit van Schunck is van hetzelfde laken een pak, ook daar wordt veel meer beloofd dan de installatie waarmaakt.

De makers van de tape-installatie noemen zich “Numen/For Use”, en op hun website valt te lezen dat ze designers zijn die enerzijds modernistische meubels ontwerpen (“For Use”), anderzijds theaterdecors en kunstinstallaties maken. Die kunst-kant van hun werk heet dan “numen”, naar het numineuze, het Kantiaanse Ding-an-sich. “Noumenon is hence the eternally latent reality of an object, a total and absolute existence of an object; an ideal form of which every phenomenon is merely a Platonian shadow.” – nog een citaat van hun website. Zulke claims, gebaseerd op geleende filosofische systemen, maken interactie wel lastig. Zeker als die systemen ook nog eens, zoals hier, extreem dualistisch zijn, dat wil zeggen: de werkelijkheid indelen in twee domeinen waar tussen geen interactie mogelijk is. Tussen pretentie en tape gaapt een kloof. Gaap.

In het algemeen is mijn indruk van het “Push and Pull” project tot nu toe dat de ambtelijke interactie tussen het Mondriaan Fonds en Schunck bepalender is dan die tussen kunstwerken en publiek. Intensiever ook, want: daar is geld beschikbaar, daar worden beslissingen genomen. De beeldende kunst-werkelijkheid zelf is in dat opzicht dualistischer dan het thema “interactie” (ludiek, open, speels, toch?) zou kunnen suggereren.

 

Advertenties

Written by sytzesteenstra

8 november 2015 at 19:46

Recensie van een abstractie

with one comment

Soms heb ik een kunstwerk al beoordeeld in de eerste oogopslag. Of eigenlijk is het andersom: het overkomt me wel eens dat een kunstwerk me ogenblikkelijk een zinkend gevoel bezorgt, de zekerheid dat het geen plaats openlaat voor mijn emoties of voor mijn vragen. In dit geval: een installatie in Schunck, in Heerlen, “Wat zou je doen met een miljoen?” Een vraag die me al bij voorbaat aan loterijen doet denken, en daarmee aan een stroom van reclame en hele en halve onwaarheden die ik liever uit de weg ga. De wereld waarin de voorgestelde kansen niet kloppen, waarin ‘gratis’ niet gratis is en waarin liefdadigheid betekent dat allereerst de directie rijk wordt – kijk de recente geschiedenis van de Nederlandse loterijen er maar op na.

Wat zou ik doen met een miljoen? Een ander huis kopen, een reis maken, aan mijn kinderen geven, aan een goed doel geven, aan een actie tegen loterijen geven, een kunstwerk kopen, nog een miljoen vragen, als de visser uit het sprookje ‘de visser en zijn vrouw’? Van wie is dat miljoen eigenlijk? Is er wel een miljoen? Wat gaat die vraag uit de weg? Politiek, sociologie, geschiedenis?

Vervelende reclame: "gratis kans op een miljoen!"

Je komt binnen op de opening, kijkt een ogenblik rond, en ziet: een ruimte die is beplakt met kranten. Voor de interactie zijn er kant en klare stickers gedrukt, de bezoeker wordt aangemoedigd een sticker op een krantenbericht naar keuze te plakken. Is dit interactie of juist niet? Is dit niet de werkelijkheid van multiple choice vragen, van krasloten, van ingekaderde pseudo-communicatie? Zulke overwegingen duren hooguit tien seconden. Daarna besloot ik maar een beetje afzijdig te blijven, en mijn jas aan te houden, al is dat warm: een jas biedt afstandelijkheid, een vorm van bescherming. (Ook tegen mijn eigen ongeduld.)

Overzicht van de installatie "Wat zou je doen met een miljoen?" in Schunck

Overzicht van de installatie “Wat zou je doen met een miljoen?” in Schunck

Na de openingsspeeches heb ik nog rustig rondgekeken. De vijf hoge ramen rechts op de foto hierboven waren beplakt met spiegelfolie; wie de gang achter de ramen betreedt ziet alleen zijn eigen spiegelbeeld, en kan een koptelefoon opzetten waarop ruis te horen is, alleen ruis. Volgens een verklarende wandtekst is hier “ruimte gemaakt voor onverschilligheid”, in de ruimte die is beplakt met kranten “kun je de actualiteit wikken en wegen en kun je dat wat jij belangrijk acht markeren”.

De stickers

De stickers

Mijn probleem is dat ik een sticker plakken op kranten net zo onverschillig vind als met een koptelefoon vol ruis naar een spiegelwandje kijken. Wat maakt het uit? Niet geselecteerde oude kranten zijn ruis. Is dat interactie, een sticker plakken? Met wie, of met wat? De strakke lijn tussen onverschilligheid en interactie in de installatie lijkt mij een cliché, geen kunstwerk.

De hamvraag
De hamvraag

“Met ‘Push and Pull’ lanceert Schunck een nieuwe reeks tentoonstellingen die de interactie tussen publiek en hedendaagse kunst centraal stelt.”

De installatie is gemaakt door een klas (zeven studentes) van de docentenopleiding van de Maastrichtse kunstacademie, met drie begeleiders. Van hun visie op geld, of op politiek, of op de maatschappij, of op de media, of op kunst, of op het leven, weet ik niets: hun installatie zwijgt er in alle talen over. Volgens mij is er helemaal geen sprake van interactie tussen publiek en hedendaagse kunst; kunst wordt niet zomaar in klasverband gemaakt. In feite is dit interactie tussen kunstinstellingen onderling (museum, academie, Mondriaan Fonds), interactie tussen vertegenwoordigers en spreekbuizen van kunstinstellingen. Dat is iets anders, echt iets anders. Noem het desnoods een abstractie van interactie. Ik wacht intussen (ik maak deel uit van de klankbordgroep van het hele Push and Pull-programma, en heb nu alvast mijn steentje bijgedragen) gewoon op een volgende aflevering van ‘Push and Pull’, dan komt Sushan Kinoshita aan de beurt, een kunstenares, iemand die kunst maakt.

Historische achtergrond

‘Push and Pull’ is genoemd naar een happening (of installatie, of performance) die Allan Kaprow (1927 – 2006) in 1963 heeft gemaakt in een Amerikaans warenhuis: twee ruimtes waar bezoekers naar hartelust met meubels en rommel konden slepen en stapelen. (Kaprow’s programma voor ‘Push and Pull’ is te vinden op UbuWeb.) Kaprow was eerst een figuratieve kunstschilder, ging toen abstract werken, werd beïnvloed door ‘action painting van Jackson Pollock, en bedacht daarna, beïnvloed door John Cage, dat het kader van kunst te nauw was voor zijn werk (of voor voor kunst in het algemeen?), dat ‘action painting’ de hele werkelijkheid kon omvatten, dat alles, inclusief het leven zelf, kon worden meegenomen in ‘gebeurtenissen’: “happenings”.

Jaren geleden heb ik een bundel opstellen van Kaprow gelezen, “Essays on the Blurring of Art and Life”. Nu ik me al internettend nog even in zijn werk heb verdiept, valt me op dat zijn hele retoriek ten tijde van zijn happenings was gericht op werken buiten de kunst (Kaprow’s eerste regel voor het maken van een happening: vergeet alle bestaande kunstvormen), maar dat hij keurig is opgenomen in zowel de kunstgeschiedenis als de theatergeschiedenis. Bovendien was hij van 1953 tot 1993, zonder onderbreking, docent aan kunstinstellingen. De ‘Allan Kaprow estate’ wordt vertegenwoordigd door topgalerie Hauser & Wirth (vestigingen in Zürich, Londen, Somerset, twee in New York, en Los Angeles). Er zijn momenteel acht lopende tentoonstellingen waarbij Kaprow’s werk betrokken is: Zwitserland, Nederland (Schunck), Japan, Taiwan, USA (2 x, Minneapolis en Chicago), Australië, Italië, Duitsland; dat zijn meer dan acht landen, want sommige tentoonstellingen reizen. ‘Push and Pull’ alleen al is de laatste jaren ‘geherinterpreteerd’ in de Tate Modern in Londen, in Sydney, en in New York tijdens een ‘Performa’ festival. Dat zegt iets over de werking van het kunstenveld: de niet te stillen behoefte aan een voorbeeld, een autoriteit, een oude meester.

Bij het luisteren naar een lezing van Kaprow op YouTube viel me op hoe bazig hij spreekt, dwingend in zijn voorschriften. Er worden nogal wat lichamen opgestapeld, gedumpt, meegesleurd, besmeurd, kleren afgescheurd in de programma’s voor happenings van Kaprow; en verder zijn er veel auto’s in nodig. Autobotsingen, een brand in een fabriek, de rommel die achterblijft na een storm, dat zijn voorbeelden die Kaprow gebruikt; net als bij de beat poets, ook tijdgenoten, is destructie nooit ver weg.

Misschien had Kaprow als docent een andere, mildere invloed, ik vond dit citaat in een artikel in de New York Times uit 2008: “He taught at CalArts at the same time as the conceptual artist John Baldessari, which inspired the one-liner that while all of Mr. Baldessari’s students went on to become art stars, Kaprow’s went on to become social workers.” Misschien hadden zijn studenten ook meer kijk op de werkelijkheid buiten de kunst om.

NB: deze ‘Recensie van een abstractie’ heeft een pendant: ‘Gerecenseerd door een abstractie‘. Het blijft duwen en trekken.

Written by sytzesteenstra

10 februari 2015 at 19:17