Sytze Steenstra Blog

Posts Tagged ‘Richard Thompson

Verdwijnen in het oude liedje

leave a comment »

Tijdens lange autoritten, als ik het rijden zat begin te raken, vind ik het heerlijk om even te zingen. Na een paar canons (“De uil zat in de olmen”, niets moeilijks, ik moet ook nog op het verkeer letten) ben ik opgefrist en kan ik nog wel een paar uur achter het stuur zitten. Al zingend verdwijn ik een stukje in het liedje : zo lang mijn stem maar aansluit bij de andere stemmen is alles in orde, als de canon maar klopt, iets anders heb ik niet aan mijn hoofd. Verkwikkend is dat.Het zelfde, het opgaan in een oud liedje, gebeurt ook in de vier voorbeelden die ik hier heb verzameld.

Het eerste voorbeeld, vorig jaar in theater De Singel in Antwerpen zelf gehoord en gezien, is De Wooster Group: “Early Shaker Spirituals: A Record Album Interpretation”. (Aan het einde van deze maand staat de zelfde voorstelling in het Centre Pompidou in Parijs.) The Wooster Group interpreteert niets en legt niets uit (en maakt de Shakers zeker niet belachelijk), de voorstelling behelst een heel exacte weergave van een oude grammofoonplaat met opnamen van spirituele gezangen van de Shakers, gezongen door nog levende Shakers.

“The Shakers composed thousands of songs, and also created many dances; both were an important part of the Shaker worship services. In Shaker society, a spiritual “gift” could also be a musical revelation, and they considered it important to record musical inspirations as they occurred.” (Wikipedia)

The Wooster Group doet niet aan naturalistisch theater. De elpee zelf wordt nadrukkelijk getoond, de liner notes voorgelezen. Maar de precisie waarmee de songs worden nagezongen is opmerkelijk. De plaat zelf wordt ook afgespeeld, hoewel de actrices zingen. En als de acteur die de grammofoon bedient de naald wat te ver naar voren in de groef laat zakken (dit is ongetwijfeld zorgvuldig gerepeteerd), zingen de zangeressen even een paar maten van het bijna afgelopen lied, pauzeren dan zolang de uit- en aanloopgroef duurt, en zingen daarna het volgende lied. Zulke precisie is zelf een vorm van inspiratie, wat weer de vraag oproept wat eigenlijk de verhouding is tussen dans en zang en openbaring.

(Er is meer te zien op de website van The Wooster Group, bijvoorbeeld via http://thewoostergroup.org/blog/2014/05/29/early-shaker-spirituals-b-roll-2/.)

Het tweede voorbeeld komt van Richard Thompson: duizend jaar populaire liedjes. Voor het eerst hoor ik in één concert bij elkaar: een madrigaal en een liedje van The Kinks. In het interview dat de documentaire van zijn concert begeleidt, merkt Thompsons tussen neus en lippen door op dat de liedjes die hij bij elkaar heeft gezocht eigenlijk door een band van pakweg tweehonderd mensen had moeten worden gezongen, maar dat het merendeel al door scheurbuik en dergelijke is weggerukt. Ik las dat Thompson zich lang geleden, rond 1970, tot het Sufisme heeft bekeerd; ik denk dat de onderliggende vraag van zijn concert de zelfde mystieke vraag is als die van ‘Early Shaker Spirituals’: hoe individueel is een individu precies? (Ik las ook dat meestergitarist Thompson ooit voorzichtig benaderd is door The Eagles. Talloze keren ‘Hotel California’ spelen,  zou dat misschien het tegendeel zijn van een muzikale openbaring?)

 

Het derde voorbeeld is is een geweldig essay over de geschiedenis een oude Amerikaanse song: “Ain’t No More Cane on the Brazos”, of kortweg “Ain’t No More Cane”. Het lied werd in 1933 voor het eerst vastgelegd, maar het is ongetwijfeld ouder. Het essay heet voluit  “Ground Down to Molasses. The Making of an American Folk Song” en werd twee jaar geleden (July 2, 2014) gepubliceerd in de Boston Review. Het is geschreven door Dave Byrne (niet David Byrne); zie http://bostonreview.net/arts-culture/dave-byrne-ground-down-to-molasses-american-folk. (Ik geef de details zou uitgebreid omdat de link niet altijd werkt. Voer eventueel “Dave Byrne” in in het zoekvak op de homepage van de Boston Review; het essay is fenomenaal.) Het essay verknoopt allerlei covers van “Ain’t No More Cane” (met tien links naar verschillende versies om te beluisteren) met de geschiedenis van de suiker, de Amerikaanse slavernij en gevangenissen, de geschiedenis van folkloristische geluidsopnamen en die van de popmuziek. Briljant. Ik kopieer hier twee links uit Dave Byrne’s essay, maar hij geeft er veel meer, en het geheel is meer dan de som der delen.

Om het af te ronden, om de cirkel rond te maken: in een losse (ik weet het niet precies) samenwerking met The Wooster Group is acteur Eric Berryman bezig met weer een andere ‘record album interpretation’, work songs en spirituals van de grammofoonplaat “Negro Folklore from Texas State Prisons” uit 1965. Zie http://thewoostergroup.org/blog/2016/06/30/the-b-side-rehearsal-part-2/.

Als iemand, als is het maar voor een klein deel, verdwijnt in een oud liedje, is het verleden dan nog niet verdwenen, niet helemaal?