Sytze Steenstra Blog

Posts Tagged ‘Ine Schröder

Ben Leenen: K I O S K

leave a comment »

Er is een nieuw boekje van mij uitgekomen, over het werk van Ben Leenen, ter gelegenheid van een tentoonstelling van zijn werk in het Gouvernement aan de Maas, het provinciehuis in Maastricht.

Ben Leenen KIOSK boek foto

Het boekje is het resultaat van een nauwe samenwerking tussen Ben en mij. De omslag is een houtdruk van Ben, en hij is ook de drijvende kracht achter de Elephantine Press, waar het boek is verschenen. Inlichtingen: benleenen@gmail.com.

De tentoonstelling, warm aanbevolen, is nog te zien tot 29 maart 2019, op weekdagen tijdens kantooruren, tussen acht en vijf. Wie gaat kijken doet er goed aan meteen even naar het Bonnefantenmuseum te lopen om daar de tentoonstelling ‘Een postume samenwerking. Ine Schröder en haar archief’ te zien (tot 26 mei, een deel van de tentoonstelling blijft staan tot 1 september 2019).

Ik knip en plak hier een stuk uit mijn KIOSK-tekst:

“Openheid is het heersende principe in het werk van Ben Leenen. Het is een streng uitgangspunt, hoe zachtmoedig het werk tegelijkertijd ook is. De beeldende motieven in zijn werk kunnen op ieder moment inschikken en plaats maken voor een citaat, een vervorming, een toeval, en wanneer zoiets zich aandient, is het verplichtend. De sfeer van het werk is door Helga Scholl, kunsthistorica, tegenwoordig ook directeur van “Raum für Kunst” in Aken, omschreven als “vluchtig en fragiel, peinzend, dromerig, anarchistisch en eclectisch”. Zij heeft gelijk; aan de ene kant is het werk vriendelijk, zacht en aaibaar. Toch heeft Leenen deze expositie in het Gouvernement maandenlang “Unpleasant to the touch” willen noemen. Waarom? Simpelweg omdat een Amerikaanse dichter, van wie Ben Leenen werk had gepubliceerd bij The Elephantine Press, dat ooit als eerste opmerkte toen Ben hem een bundel in de hand gaf en hij de ruwe oppervlakte van de inkt op de omslag voelde. Als citaat zonder context, willekeurig, of onwillekeurig herinnerd, als dwaalgast, als garantie dat de stroom niet door vaste procedures wordt beheerst en gedomineerd.

Openheid is ook niet plezierig om aan te raken. Wie die keerzijde niet kent, heeft het werk van Leenen maar half gezien. Openheid is vaak pijnlijk, het is geen mild uitgangspunt. De traditie van het experiment is streng en veeleisend, het is een experiment op zich om je met die traditie in te laten. Die openheid is Ben Leenens tweede natuur, een vast onderdeel van zijn kunstenaarschap, net als de ambachtelijke ervaring waarmee hij het afbreekmes in het triplex hanteert, met een gemak alsof het een potlood is dat over het papier glijdt, als hij zijn drukplaten snijdt. Het hanteren van dit principe van openheid vormt in mijn ogen ook de verbinding met het werk van Ine Schröder, de levenspartner van Ben Leenen. Zij hanteerde een strenge vorm van anti-monumentaliteit bij het maken van haar sculpturen. De strengheid, die een bewuste kunstpolitiek van de negatie inhield, géén pronkstuk maken, géén vaste vorm aannemen, verbond hun gescheiden ateliers. En nu is er ook het voetpad langs de rivier dat de twee gelijktijdige tentoonstellingen verbindt. Het archief van Ine Schöder, tweehonderd meter stroomafwaarts, in het Bonnefantenmuseum aan de Maas, de kiosk van Ben Leenen in het Gouvernement aan de Maas, tweehonderd meter stroomopwaarts.”

Ter gelegenheid van de tentoonstelling van Ine Schröder bracht het Bonnefantenmuseum een groot, chronologisch geordend archiefboek uit, onder de titel “Uncorrected Proof – Ine Schröder”. Op de laatste bladzijden van het boek zijn een paar korte teksten van mij opgenomen.

De twee tentoonstellingen, en de twee boeken, zijn enorm verschillend. Er zijn ook veel vormen van openheid. Het loont de moeite , het is ontroerend, te zien hoe twee deskundige kunstenaars die openheid beoefenen en beoefend hebben.

foto sculptuur of staketseltje Ine Schröder

Een van de werken van Ine Schröder in het Bonnefantenmuseum

 

Ine, trouw aan het atelier, aan het maken

leave a comment »

In het Maastrichtse Bonnefantenmuseum is een kleine tentoonstelling van werk van moderne en hedendaagse Limburgse beeldhouwers, samengesteld door Han van Wetering, een beeldhouwer die even optreedt als gastconservator. Er is ook werk bij van een vorig jaar gestorven vriendin, Ine Schröder: vier kleine houten latwerkjes, opgehangen aan de muur.

Overzicht van vier werken van Ine in het Bonnefantenmuseum

Het is fijn Ine’s werk in het museum te zien, in het gezelschap van bekendere beeldhouwers als Shinkichi Tajiri, William PARS Graatsma en Han van Wetering zelf. Maar ik mis Ine’s atelier. De muren van het museum zijn even wit als de muren van het oude schoollokaal waarin Ine werkte, en nog schoner ook, maar ik mis de kist met latjes en plankjes  waarin Ine vrijwel alles wat ze maakte ook weer liet verdwijnen, het lichte gevoel van onthechtheid, of andersom, het onthechte gevoel van lichtheid. Ik denk dat ze duizenden werkjes heeft gemaakt, en het overgrote deel daarvan ook weer uit elkaar heeft gehaald.

Toen ik voor het eerst in haar atelier kwam zocht ik naar de betekenis van haar beelden, en na lang heen en weer praten wilde ze, bijna als concessie in een onderhandeling, wel toestaan dat er  verbanden konden zijn met herinneringen aan ruimtes, bijvoorbeeld aan de hoge verticale opening in een trappenhuis, of aan de ruimte onder een bureau. Nu ik het opschrijf zie ik wel dat ik werd afgescheept met niet veel meer dan een tautologie: ruimtelijk werk heeft te maken met de ervaring van ruimtes. De ervaring van ruimte heeft een persoonlijk aspect, een binnenkant, een geschiedenis.

“Dat proces, dat is het mooiste wat er is”, zei Ine, en dat ging over het werkproces, over het proberen en het zoeken in het atelier. Over het zoeken van het moment waarop voor het eerst samenhang te zien is, waarop een werkstuk of een tekening voor het eerst een eigen kracht heeft, en over haar werk om precies dat moment steeds weer even te bewaren, zonder het plechtiger te maken dan het is.

Een wandsculptuur van Ine Schröder

Ik kende Ine al een paar jaar voordat ik besefte dat ze chronisch ziek was, ernstig ziek ook, ze wist dat ze niet heel oud zou worden. Ze sprak er weinig over, en ook dan alleen nuchter en onthecht. Na haar dood maakte uitgeverij Huis Clos een klein herinneringsboekje, Ine. Dit was mijn bijdrage:

Bijna niets, open, in : "Ine", uitgeverij Huis Clos

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

 

 

Written by sytzesteenstra

6 april 2015 at 14:38