Sytze Steenstra Blog

Archive for the ‘filosofie’ Category

Hoezo experimentele romantiek? Waarom Walter Benjamin?

leave a comment »

Ik heb nu al drie keer geschreven over Benjamin-imitaties. Maar daarmee sta ik nog maar aan het begin van de serie die ik in mijn hoofd heb, en dat maakt dat het nu hoog tijd is om zonder omhaal te schrijven over de waarde die ik hecht aan het werk van Walter Benjamin, en waarom ik dat verbind aan die term ‘experimentele romantiek’.

Allicht waren die drie eerdere stukjes een vorm van uitstel: het is moeilijk het werk van Benjamin te typeren en er recht aan te doen. Hij was een metafysicus, een filosoof die zijn werkterrein verlegde naar de vergankelijke, tijdelijke ervaring, naar het gebied van het banale, het alledaagse, niet het terrein van de eeuwige waarheid, van de tijdloos geldige natuurwet, of van de onbetwistbare vooruitgang. Het vergankelijke, en de manier waarop mensen taal en beelden gebruiken om dat vorm te geen en uit te drukken, dat was Benjamins domein.

Benjamin leefde van 1892 tot 1940, en dat is al lang geleden. De meeste aandacht gaat altijd uit naar zijn werk na, pakweg, 1925, toe hij schreef over surrealisme, bevriend raakte met Bertolt Brecht, Marcel Proust vertaalde, experimenteerde met een scheut marxisme in zijn metafysica, die vooral een voortzetting van het Kantianisme was en bleef. Benjamin werkte als literair journalist en essayist, en had een wijd vertakt netwerk in de Duitse en Franse letterkunde en in de literatuurwetenschap van zijn tijd. Je kunt hem dus plaatsen in de avant-garde, en zijn werk beschouwen als een van de vele experimenten met de verhouding van kunst en leven, en dat klopt allemaal.

Maar de kern van Benjamins werk ligt toch ergens anders: zijn domein is niet de verhouding van kunst en leven, en het eventueel opheffen van de grens daartussen, iets wat bijvoorbeeld John Cage en Robert Rauschenberg, ieder op zijn eigen manier, zich ten doel stelden. Benjamins aandacht werd opgeëist door de onvermijdelijke plaats van kunst in het leven, in taal, in beelden, in denkbeelden.

Op het ogenblik – sinds ik werk aan dit boek over experimentele romantiek – heb ik meer oog voor de andere kant van Benjamin, zijn filosofie en zijn werk van voor 1925. Zijn aandacht voor de ethiek van Kant, zijn behoefte om de strenge, formele ethiek van de categorische imperatief (“handel zo dat de stelregel van je handelen als algemene wet gesteld kan worden”) uit te werken en te transformeren door te onderzoeken welke vooronderstellingen zo’n formele ethiek in het taalgebruik kent. (Als ik probeer dat in te vullen, wordt het iets als: “gebruik taal zo, dat je taalgebruik recht doet aan de vergankelijkheid van de menselijke ervaring, en hanteer daarbij beelden en symbolen zo dat de vrijheid van anderen geen geweld wordt aangedaan”.) Dat komt al in de buurt van een artistiek en van een romantisch programma. Wat het werk van Benjamin bijzonder maakt, is dat hij zijn kantiaans-metafysische overtuiging combineerde met een grote betrokkenheid bij de Jugendbewegung van voor de Eerste Wereldoorlog, en dat hij ook was beïnvloed door Stefan George, de Duitse symbolistische dichter-filosoof die zichzelf stileerde tot dandyeske opvolger-en-overtreffende-trap van Goethe, Hölderlin, Baudelaire en Nietzsche. Benjamin kende de literatuur van het Duitse fin-de-siècle door en door, aan den lijve. Die literatuur was versmolten met de Lebensphilosophie, waarin vitaliteit gebruikt kon worden als troefkaart om alle ethische bezwaren mee van tafel te vegen, en ontwikkelde zich tot een kunstreligie waarin de verering van de Griekse oorspronkelijkheid, van de Duitse taak op het wereldtoneel, en van het idee dat er een offer gebracht moet worden, omdat alleen de offerdood (meer of minder duidelijk gemodelleerd naar de kruisdood van Jezus) garant kan staan voor de ultieme artistieke waarheid – waarin die drie ideeën vermengd zijn. Dit is een zware en bedenkelijke cocktail van poëtische en levensbeschouwelijke ideeën die ver afstaat van de kantiaanse ethiek, maar zijn kennis daarvan stelde Benjamin wel in staat de mythologische stromingen van het tijdperk waarin hij leefde tot in de verste uithoeken te verkennen, te becommentariëren en te kritiseren. Zijn literaire programma en zijn filosofische programma vallen daardoor samen.

Een van de kenmerken die het zo moeilijk maken om Benjamin ergens op vast te pinnen, om zijn werk eens en voor goed te definiëren, is dat hij voortdurend al schrijvend kritisch varieert op het werk van al die dichters over wie hij essays (niet zelden van boeklengte) schreef, die hij vertaalde, schrijvers wiens werk hij op zijn duimpje kende en gemakkelijk kon parafraseren. Benjamins taalgebruik is bijna voortdurend een medium van reflexiviteit, zijn woordkeuze, zijn beeldspraken, zijn allegorieën bevatten heel vaak commentaren op andere literaire en filosofische stellingnames. De lezer kan veel aanvoelen, maar moet ook veel gelezen hebben. Maar overal is de boodschap: taal is niet gewoon, is er niet zomaar, is niet alleen maar pragmatisch en utilitair. Taal is altijd, onlosmakelijk, verbonden met beelden, met historische categorieën, met symbolen, mythen, religieuze overtuigingen. Wie een in een vreemd taalgebied leeft, een andere taal spreekt en leest, voelt daarvan de vreemdheid, en leert zo ook iets zien van de vreemdheid van de eigen taal, en kan beseffen dat er geen neutrale standaardtaal is, dat die er niet kan zijn.

Benjamins werk is geschreven na de tijd die gewoonlijk als de romantische periode wordt aangeduid. Het laat zien hoe in de eerste decennia van de twintigste eeuw de literatuur, als verdichting van de taal in het algemeen, voortdurend werkt met mythische beelden die Benjamin niet als onwetenschappelijk terzijde schuift, maar die hij reflecteert, herschrijft, herschikt, transformeert, kritiseert, om er een taal van te maken die nog rijker is, nog beeldender, maar vooral ook ethischer. Die zowel recht doet aan de vergankelijkheid als aan de behoefte aan universele geldigheid die in Kant besloten ligt. Noem dat, voor mijn part, experimentele romantiek.

notitieboekje "Benjamin

Notizen 'Benjamin'

Nog een ‘Benjamin-boek’ zonder Benjamin. Een geintje van Suhrkamp, de Duitse uitgever van Benjamins werk. Een blanco notitieboekje dat lijkt op Suhrkamps prestigieuze pocketreeks vol grote namen uit de geesteswetenschappen, met een citaat van Benjamin op de rug

Advertenties

Written by sytzesteenstra

13 augustus 2018 at 23:01

Walter Benjamin leeft en werkt nu in Eindhoven (Experimentele romantiek 3)

leave a comment »

Kenneth Goldsmith maakte een remake van het Passagen-Werk van Walter Benjamin (1892-1940); hij verplantte Benjamins boek over Parijs in de negentiende eeuw naar New York in de twintigste eeuw. En er kwam een bijbehorende tentoonstelling in New York.

Het Van Abbemuseum in Eindhoven maakte de collectietentoonstelling ‘The Making of Modern Art’, nog te zien tot 3 januari 2021, eveneens op basis van een Benjamin-remake.  Het Van Abbemuseum baseert zich op Benjamins filosofische opstel ‘Het kunstwerk in het tijdperk van zijn technische reproduceerbaarheid’ uit 1936. De auteur van de remake is dit keer Goran Djordjević, zijn boek heet “Walter Benjamin: Recent Writings 1986-2013”, verschenen bij uitgeverij ‘New Documents’ in 2014. De tentoonstelling bevat nogal wat tekstborden, waarop steeds weer naar de teksten van deze namaak-Benjamin wordt verwezen.

niet-nu Benjamin in Van Abbe

In zijn opstel uit 1936 betoogde de echte Benjamin dat reproductietechnieken als fotografie en film de traditie van de beeldende kunsten ingrijpend veranderen. Als alles gekopieerd kan worden, en als dat op grote schaal gebeurt, zou de betekenis van authentieke kunstwerken kunnen verschrompelen, en zou het massale gebruik van gereproduceerde beelden een evidente maatschappelijke en politieke betekenis kunnen krijgen. Kunnen. Ik onderstreep het woord; Benjamin ontwikkelde een hypothese.

een Mondriaan naast een kopie van dezelfde Mondriaan

 

Djordjević versimpelt het werk van Benjamin heel drastisch. Als er geen echt relevant verschil is tussen origineel en kopie, is het een wel erg curieuze gewoonte om sommige objecten in deftige museumtempels te bewaren. Wat is de geschiedenis van die curieuze gewoonte? Waarom worden sommige objecten ‘kunstwerken’ genoemd en gekoesterd? Wie doet daar aan mee, hoe werkt dat?

pseudo Benjamin

Benjamin (de echte, het verschil met zijn ‘kopie’ Djordjević is erg groot) schreef in zijn kunstwerk-opstel over “het verval van de aura”, en hij was minstens zo geïnteresseerd in die aura als in dat verval. Benjamin schreef een hele reeks teksten over kleur, over regenbogen, over fantasie, over de mimetische ervaring, en zijn hele werk is misschien wel in de eerste plaats een inleiding in de historische ontwikkeling van de auratische ervaring, en in de filosofische grondslagen van een ervaringsbegrip dat de kleur van herinneringen en dromen, de fantasie, de inherent persoonlijke ervaring nadrukkelijk een eigen plaats geeft in de “grote” wereldgeschiedenis. Benjamin groef zich een eigen weg door de rijstebrijberg van de geschiedenis van de metafysica en van de poëzie, en van dat traject blijft bij Djordjević maar weinig over. Misschien is het wel een teken aan de wand dat de collectietentoonstelling werd ingericht door medewerkers van de Efteling – dat vertelde een vriend me tenminste -, omdat de Efteling natuurlijk veel ervaring heeft in het bouwen van suggestieve namaak. Dat levert natuurlijk een leuk filmpje op:

Het bovenstaande klinkt misschien erg negatief, omdat de zombie-versie van Benjamin die Djordjević presenteert me niet echt bevalt. Aan de andere kant is het een interessante tentoonstelling, zeker de moeite waard om te bezoeken; het van Abbemuseum is volgens mij so wie so het Nederlandse kunstmuseum dat in zijn tentoonstellingen de beste vragen stelt.

En voor wie meer wil weten over Djordjević is hier een informatieve recensie vol achtergrondinformatie te lezen, door Rachel Wetzler, LA Review of Books, April 21st, 2014: https://lareviewofbooks.org/article/walter-benjamin-writings-death.

Written by sytzesteenstra

10 augustus 2018 at 12:56

Experimentele romantiek: nog eens over Kenneth Goldsmith en Walter Benjamin

leave a comment »

Nog even over dat filmpje van vorige keer. Kenneth Goldsmith in dat rode pak, met groene sokken aan, die in het verlengde van de diskjockey en de videojockey (hij is de man achter UbuWeb, de formidabele website met avantgarde materiaal) zichzelf als tekstjockey presenteert. En dat dan weer aangekondigd door een CNN presentator, “You can’t beat a good book … but this week calls you to a sterner duty…”

‘Tekstjockey’ is een woord dat ik heb verzonnen. Goldsmith noemt zichzelf ‘conceptual poet’. Dat ligt in het verlengde van de stroom zeefdrukken uit de fabriek van Andy Warhol, de Elvissen en Marilyns en Mao’s en soepblikken en elektrische stoelen en auto-ongelukken en beroemdheden, en natuurlijk in het verlengde van de conceptuele kunst. Goldsmith schreef er zelf over, in een boekje dat hoort bij Documenta 13, “Letter to Bettina Funcke”: “In 1969, the Conceptual artist Douglas Hueber wrote, “The world is full of objects, more or less interesting; I do not wish to add any more.” I’ve come to embrace Huebler’s ideas, though it might be retooled as, “The world is full of texts, more or less interesting; I do not wish to add any more.” Iets minder welwillend: de aandacht verschuift van het maken van kunst naar het maken van publiciteit.

Aan de andere kant, Goldsmith maakt wel degelijk nieuwe teksten, nieuwe tekstcollages. Omvangrijke ook. De Amerikaanse vertaling van Walter Benjamins Passagen-Werk, ‘The Arcades Project’, telt 1073 bladzijden, en Goldsmith’s variant, niet over Parijs 1800-1900 maar over New York, 1900-2000, telt er 913. Beide boeken bevatten talloze citaten, ze zijn even hoog, dat van Goldsmith is iets breder.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Het boek van Goldsmith heeft een gouden – goudkleurige – band en zit in een gouden cassette, een vormgeving die een beetje een gimmick is. Maar het echte verschil zit natuurlijk in de tekst. Het allerlaatste citaat dat Goldsmith heeft opgenomen, op het schutblad achterin, is van Walter Benjamin zelf: “Method of the project: literary montage, I needn’t say anything. Merely show. I shall purloin no valuables, appropriate no ingenious formulations. But the rags, the refuse – these I will not inventory but allow, in the only way possible, to come into their own: by making use of them.” Zo lijkt Benjamin zelf wel een tekstjockey.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Wat Goldsmith vast heel goed weet, maar buiten beschouwing laat, is dat Benjamins Passagen-boek, ook al is het een project dat Benjamin op geen stukken na heeft kunnen voltooien, toch wel degelijk heel veel teksten van Benjamin zelf bevat. Wat de ‘conceptual poet’ niet hoeft te doen, maar wat Benjamin zich wel had voorgenomenen ook terdege deed, was wat in het Duits ‘Begriffsarbeit’ heet: aan de slag met die concepten, ze onderzoeken en bijschaven. Áls het boek ooit afgekomen was, zou Benjamin er een eigen filosofische kennistheorie voor hebben geschreven. Hoe die in elkaar zou hebben gestoken, daarvan geven de boeken en essays die hij wel afkreeg, en die met het Passagen-Werk samenhangen, een behoorlijk goede indruk. Het zijn er minstens vier of vijf: het opstel over ‘Het kunstwerk in het tijdperk van zijn technische reproduceerbaarheid’, het opstel ‘De verteller’, de ‘Thesen over het begrip van de geschiedenis’, het Baudelaire-boek, en hoofdstuk (of ‘Konvolut’) N in het Passagen-Werk zelf, Benjamins map met aantekeningen voor zijn filosofie van de geschiedenis.

 

Vergeleken met Benjamins eigen werk valt dat van Goldsmith dus tegen. Aan de andere kant is het een leuk boek, dat ook nog eens er aan heeft bijgedragen dat in 2017 in het Jewish Museum in New York een grote tentoonstelling ‘The Arcades: Contemporary Art and Walter Benjamin’ te zien is geweest. Zou ik daar graag hebben rondgekeken? Reken maar.

Bij die tentoonstelling was ook een gidsje voor kinderen. De kids gallery guide. Daaruit:

Walter Benjamin (1892–1940) was a writer and
thinker who examined history in order to
understand the culture of his own time. This
exhibition is inspired by Benjamin’s book called
The Arcades Project in which he explores ideas
related to city life in Paris during the 19th century.
The artworks in this exhibition relate to themes in
Benjamin’s book.
Use the clues inside to find the following works of
art and talk about them with your grown-up.

“Talk about them with your grown-up.” Prachtig.  Met een kleine variatie: begrijp de cultuur van je eigen tijd en word zodoende je eigen grown-up; is er een mooier motto?

https://thejewishmuseum.org/exhibitions/the-arcades-contemporary-art-and-walter-benjamin

 

 

Written by sytzesteenstra

6 augustus 2018 at 17:35

Experimentele romantiek: een begin

leave a comment »

Ik werk al een poos aan een nieuw boek, met als onderwerp een manier van denken/onderzoeken/kijken/voelen die veel meer ruimte geeft aan reflexiviteit en samenhang dan gangbaar is. Tijdens de research en tijdens het schrijven kom ik heel vaak dingen tegen die me interesseren, die er bij horen, die aansluiten bij mijn thema, maar die ik niet in mijn boek kan plakken, of waarvan het raakvlak bij nader inzien toch te klein is. Mijn plan: die dingen de komende tijd wel hier op mijn blog plakken, vertellen, of laten zien.

Wat ik precies bedoel met ‘experimentele romantiek’ wordt dan in de loop der tijd ook vanzelf duidelijk, hoop ik. Ik heb zeven namen geselecteerd, zeven thema’s waarover ik ga schrijven, stuk voor stuk mensen en onderwerpen waarover ik al jaren lees en nadenk, en die ik op dit blog voor een deel ook al eerder heb genoemd. Walter Benjamin, Theodor W. Adorno, Pierre Bourdieu, David Bowie (de vreemde eend in de bijt), A. S. Byatt, Elizabeth LeCompte en The Wooster Group, de de Documenta in Kassel. Filosofen, sociologen en kunstenaars, vaak dat allemaal tegelijk.

https://edition.cnn.com/videos/business/2014/06/03/spc-reading-for-leading-kenneth-goldsmith.cnn

Waarom Walter Benjamin? Missschien, onder andere, omdat je dit curieuze CNN-filmpje over zijn werk kunt bekijken, waarin ‘conceptueel dichter’ Kenneth Goldsmith uitlegt waarom hij een nieuwe versie van Benjamins nooit voltooide Passagen-Werk aan het maken is. In de serie ‘Reading for Leading’ waarin na Goldsmith nota bene Michel Barnier aan de beurt is, die nu namens de EU met Groot-Brittannië over de Brexit onderhandelt. Niet de beste inleiding bij Benjamins werk, zeker niet, maar wel een van de meest curieuze — al is er ook daar veel concurrentie.

 

 

Written by sytzesteenstra

2 augustus 2018 at 22:16

‘Talking Heads: 77’ – 40 jaar later. Twee voorstellingen in Amsterdam met Jaap Boots en Sytze Steenstra. Zondag 3 december en vrijdag 15 december

leave a comment »

Veertig jaar geleden kwam de eerste langspeelplaat van de Talking Heads uit, en het leek Jaap Boots en mijzelf een prima idee om ter gelegenheid van dat jubileum een middag/avond te organiseren, Jaap zingt Nederlandse vertalingen van een aantal Talking Heads songs, solo of met band. De band heet natuurlijk Pratende Hoofden. Ik zal vertellen over mijn ontmoetingen met David Byrne, over mijn eerste kennismaking met Talking Heads, en over de geschiedenis van dat eerste album, “77″.

Als voorproefje: Jaap zingt zijn vertaling van “Psycho Killer”, van “77”:

Ik ga het uiteraard hebben over het boek dat ik over Byrne en Talking Heads heb geschreven, “Song and Circumstance: The work of David Byrne from Talking Heads to the present”. Als ik daarover vertel, krijg ik nog wel eens de vraag of ik Byrne dan ook ontmoet heb. Ja, dat heb ik, meerdere keren; want ik kreeg veel medewerking, van hem zelf en van zijn kantoor. Wat David Byrne van dat boek vond? Onder andere dit:

“It is for me a beautiful and narcistically bizarre experience to re-experience my life through the series of ideas and the flow of connections I have made as they are reported and interpreted by Sytze Steenstra”.

Waren die reeksen ideeën en die flow van connecties al in ’77 te zien en te horen? Ook over die vraag ga ik me buigen.

Data: 

zondagmiddag 3 december om 15:00 uur in Coffee Trails, Johan van Hasseltweg 112, Amsterdam, in de serie muzieklezingen. Akoestisch. 10 euro entree. Wie wil komen moet zich, vanwege de kleine ruimte, van te voren aanmelden via info@musictrails.nl.

vrijdagavond 15 december om 20:00 uur, kleine zaal Q Factory, Atlantisplein 1, Amsterdam, toegang 12,50. Jaap Boots met band Pratende Hoofden en waarschijnlijk met extra gasten.

Nog twee clipjes. Talking Heads in The Kitchen, een centrum voor experimentele kunst en performance, in 1976:

En een fragment uit de televisiedocumentaire “Talking Heads vs. The Television” uit 1984/89, geregisseerd door Geoff Dunlop, met Byrne als adviseur. Eerst een minuut lang Byrne aan het woord over zijn werkwijze, dan een montage van fragmenten die laten horen en zien hoe “Psycho Killer”, de song die lang Byrne’s handelsmerk was, door de jaren heen steeds weer veranderde. Zoek de 77 verschillen.

Voor wie Jaap Boots niet kent: hij was jarenlang dj en presentator bij de VPRO, maakte CDs, een boek, ‘Donderweg: Mijn leven in de fast lane van de popmuziek’, en een gelijknamige theatervoorstelling. Zijn song “John Lee Hooker, stereo” staat voorgoed in de jukebox in mijn hersenpan. Nuttige gebruikslyriek biedt ook Jaaps liedje “Fuck het Nederlandse lied”.

Written by sytzesteenstra

4 november 2017 at 22:34

Een buis van tape, leuk, maar, eh, interactie?

leave a comment »

Tube numen-for use Schunck

“Een buisglijbaan: kinderdromen worden waar!”

“De uitgang was geblokkeerd door een of ander obstakel, maar het was niet van steen; het scheen zacht en een beetje mee te geven, maar toch ook sterk en afwerend; lucht filterde er doorheen, maar er was geen lichtstraaltje te zien. … Over de gehele breedte en hoogte van de tunnel was een enorm web gesponnen, ordelijk als het web van de een of andere reuzespin, maar dichter geweven en veel groter; iedere draad was dik als een touw.”

“The curatorial concept delves into the murky territory of both physical and psychological interiority, thematising immersion, introspection and probing of the depths of self. The main idea was to transform the whole building into a convulsive mind/body organism whose slippery inner limits a motivated explorer has yet to trace and confront. The stretched biomorphic skin of Tape Paris is marking the entry point to the whole experience, being a literal incarnation of an inner-directed, regressive environment – the sense of descent into the primordial always lingering around its openings.”

 

Hierboven zie je mij kruipen en klauteren in de “Walk-in installatie Tape”. Best leuk, even in een speeltuin. Schoenen en sokken uit en kruipen door een zacht meedeinende buis van breed verpakkingstape. Het rook er een beetje naar plastic en lijm, maar het was niet kleverig en ook niet benauwd, waar ik even bang voor was. Het was in de cocon van tape wel een stuk warmer dan in de rest van het gebouw. Dat was in Schunck, het cultureel centrum van Heerlen.

Ik klom er in voor de pret, maar ook een beetje omdat ik me daartoe verplicht heb, als deelnemer aan de klankbordgroep van “Push and Pull”, een project van Schunck en het  Mondriaanfonds over participatie, waarvan deze installatie weer een aflevering is. Ik heb er al eens eerder hier over bericht, in februari van dit jaar, bij de eerste installatie. Knorrig werd ik daar toen van. Nou ben ik liever blij dan knorrig, dus ik herhaal nog een keer dat dat kruipen en klauteren best leuk was. Ja, leuk.

Maar met interactie had het toch weinig te maken. In feite was de tape-buis juist afgeschermd van alles wat in interactie zou kunnen uitmonden. De installatie was keurig ingericht boven een tentoonstellingsplatform dat vast in die zaal ligt, zonder uitlopers of tentakels naar de kinderbibliotheek, de lift, het trappenhuis of het café, allemaal in dezelfde zaal of daar vlakbij. De enige mogelijkheid tot interactie werd gevormd door de bewaker, wiens enige taak het was op die buis van tape te passen. Een vriendelijke man, die me meteen een anekdote over een andere tentoonstelling vertelde. En nee, het was niet toegestaan boven op de buizen te klimmen. Verder werd de sfeer vooral bepaald door waarschuwingen en verbodsborden.

Schunck waarschuwingen rond Tube numen for use

Ik ben dit stukje begonnen met drie motto’s die ik zelf bij elkaar heb gezocht. Wie de kunstwereld een beetje kent, ziet meteen waar het menens wordt. De buisglijbaan vond ik in de internetcatalogus van een bedrijf in speeltuintoestellen. Het reuzenspinneweb komt uit  Tolkiens ‘In de ban van de ring’. En het Engelse citaat komt van de website van de makers van de tape-installatie zelf. Hun toelichting bij een eendere versie van dezelfde installatie, in het Parijse Palais de Tokyo, laat de alledaagse werkelijkheid resoluut achter zich. “Transformatie van het hele gebouw… letterlijke belichaming van een naar binnen gerichte, regressieve omgeving… ” De publiciteit van Schunck is van hetzelfde laken een pak, ook daar wordt veel meer beloofd dan de installatie waarmaakt.

De makers van de tape-installatie noemen zich “Numen/For Use”, en op hun website valt te lezen dat ze designers zijn die enerzijds modernistische meubels ontwerpen (“For Use”), anderzijds theaterdecors en kunstinstallaties maken. Die kunst-kant van hun werk heet dan “numen”, naar het numineuze, het Kantiaanse Ding-an-sich. “Noumenon is hence the eternally latent reality of an object, a total and absolute existence of an object; an ideal form of which every phenomenon is merely a Platonian shadow.” – nog een citaat van hun website. Zulke claims, gebaseerd op geleende filosofische systemen, maken interactie wel lastig. Zeker als die systemen ook nog eens, zoals hier, extreem dualistisch zijn, dat wil zeggen: de werkelijkheid indelen in twee domeinen waar tussen geen interactie mogelijk is. Tussen pretentie en tape gaapt een kloof. Gaap.

In het algemeen is mijn indruk van het “Push and Pull” project tot nu toe dat de ambtelijke interactie tussen het Mondriaan Fonds en Schunck bepalender is dan die tussen kunstwerken en publiek. Intensiever ook, want: daar is geld beschikbaar, daar worden beslissingen genomen. De beeldende kunst-werkelijkheid zelf is in dat opzicht dualistischer dan het thema “interactie” (ludiek, open, speels, toch?) zou kunnen suggereren.

 

Written by sytzesteenstra

8 november 2015 at 19:46

Ster en zombie

leave a comment »

In de Maastrichtse binnenstad staan sinds een jaar twee grote stalen sterren waar ik nooit zonder huivering naar kan kijken. Als ik er naar kijk, moet ik lezen wat er op staat, en als ik lees wat er staat, vraag ik me af wat daar bedoeld wordt en wie daar aan het woord is, en langzaamaan verander ik in een zombie. Alle redelijkheid en wilskracht worden uit me weggezogen, Battlestar Eurotricht in. Tot nog toe heb ik me iedere keer weer weten los te rukken, maar hoe lang blijft dat goed gaan?

Zombiester Europa bij het Onze Lieve Vrouweplein in Maastricht

Ja, nee, natuurlijk, ja, het is gewoon een reclameding, een stukje publiciteit, broodnodige en kakelverse en ijskoud-de-lekkerste city branding, dat snap ik. Een stad is een merk, een merk moet gevuld worden met emotie, zonder emotie geen communicatie. Diepvriesverse emotie? Alle dertien even goed-emotie? Groene bio-emotie? Euro-emotie!

Want Maastricht = “Maastricht”, Maastricht is de stad waar in 1992 het verdrag is gesloten dat in het Europese jargon “Maastricht” heet. Sindsdien heet de Europese Gemeenschap de Europese Unie. En sindsdien bestaat in Maastricht de neiging om stad en unie magisch te verbinden en met elkaar te vereenzelvigen. Is Maastricht niet het hart van Europa? Hebben Vlamingen, Walen, Duitsers en Limburgers tot in de verre omtrek niet een speciaal saamhorig Euregio-gevoel? In ieder geval is er een leegte. Misschien kan die wel gevuld worden met emotie? Komt het niet mooi uit dat het Maastrichtse stadswapen en de Europese vlag allebei sterren hebben?

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Europese sterren op een Maastrichtse rotonde en de Maastrichtse ster op een bestelauto

Natuurlijk zijn de sterren onderdeel van een campagne, natuurlijk staat de campagne ook op internet, natuurlijk is er een trailer met de stem van Morgan Freeman.

De campagne is het werk van publieke of semi-publieke instellingen, Gemeente Maastricht, Maastricht University, Maastricht Health Campus, A2 Maastricht, Belvédère Maastricht, Regiobranding Zuid Limburg en VVV Maastricht, maar de taal is die van de markt. De managers van de campagne hebben zinnetjes bedacht als: “Maastricht Meet Europe: één verhaal, dat de kernwaarden (authentiek, open, dynamisch, gemoedelijk en vooruitstrevend) van onze stad herbergt.” Bekijk die videoclip desnoods een keer. Verbaas je over het onduidelijke emo-proza dat Morgan Freeman uitspreekt, en over het gegeven dat hij blijkbaar niet de tijd hoefde te nemen om “Maastricht” te leren uitspreken. “Lost in translation, in a word I can not pronounce”, dat is het laatste wat hij zegt. Denk dan even na over de vraag wat het betekent dat overal, steeds weer, onze aandacht wordt gegijzeld door dit soort manipulatie. Het lijkt emotie, het is technocratie. Authentiek en gemoedelijk?  Dat is een videoclip met een sonore voice-over van een celebrity. Open, dynamisch en vooruitstrevend? De tweede helft van dezelfde videoclip, nu in een snellere montage en met een prominente beat in plaats van een commentaarstem.

Het voornaamste kenmerk van de taal van de technocratie is wel dat je er naar hartelust alles mee kunt in- en uitsluiten. Morgan Freeman de stem van Maastricht? Waarom ook niet? Een portret van Maastricht zonder nondescripte buitenwijken, en zonder de kantoren waar wordt vergaderd over technocratische campagnes, waarom niet? Europese begrotingstekorten bespreken zonder moeilijk te doen over de enorme werkloosheid in landen als Spanje en Griekenland, waarom niet? Een Europese muntunie invoeren zonder duidelijk politiek kader, “Maastricht”, waarom niet?

Ja, nee, natuurlijk, ja, ik zou zelf de technocraten maar al te graag willen geloven, in zekere zin zou ik er maar al te graag zelf een zijn. Naar hartelust de werkelijkheid herdefiniëren en desgewenst wegdefiniëren, daar ben ik heel geschikt voor. Competent ook. Alleen ben ik te zeer gefascineerd door de formele aspecten van de technocratische manoeuvres, door de avantgardistische aspecten van al die enorm formele ingrepen in de weergave van de werkelijkheid, in het gekunstelde ervan. Dat maakt me speels. Het ontketent mijn fantasie, mijn behoefte om variaties te bedenken, dwarsverbanden te leggen, andere perspectieven toe te voegen, méér werkelijkheid te willen in plaats van minder. Zou er geen betere, in artistiek opzicht uitdagender videoclip te bedenken zijn met precies dezelfde soundtrack van Morgan Freeman plus synthi-pop, maar dan uitsluitend met beelden van vergaderingen bij de Gemeente Maastricht, Maastricht University, Maastricht Health Campus, A2 Maastricht, Belvédère Maastricht, Regiobranding Zuid Limburg en VVV Maastricht? “Lost in translation, in a word I can not pronounce”, maar dan met vaste vloerbedekking, bureaustoelen, flap-overs met targets, en staafdiagrammen die aantonen dat het imago van Zuid-Limburg “succesvol verbeterd” is. (Kan iets ook “onsuccesvol verbeteren”? Ik las het op de website van Regiobranding Zuid-Limburg.)

Kunnen die Europese sterren daar op de rotonde niet interactief worden, en voorzien van de onmisbare flexibiliteit die nodig is om het design toekomstbestendig te maken? Effe Daan Roosegaarde bellen? Dat er een ster zijn kopje laat hangen, of dat er een stengeltje knakt zodra er in een EU-land een financieringstekort boven de afgesproken grens komt, of misschien liever zodra de jeugdwerkloosheid in een land boven 5 % komt, of als er nog steeds geen minimumloon geldt? Of dat een ster bloost als er weer eens een voormalig EU-regeringsleider onfatsoenlijke relaties blijkt te hebben onderhouden met de plaatselijke media-magnaat, zoals Tony Blair met Rupert Murdoch, Helmut Kohl met Leo Kirch, en Silvio Berlusconi met zichzelf?

Ik wil graag geloven in de voordelen van de Europese Unie. De Europese geschiedenis, dat is de rechtsstaat, de welvaartsstaat, de renaissance, de roman, maar ook, en in de geschiedenis nog maar kort geleden, de totalitaire staat, het fascisme en het kolonialisme. Het Europese gerommel met Griekenland van de afgelopen maanden wekt de indruk dat de leidende Europese politici vertrouwen op marktwerking en flexibilisering als afdoende garanties voor verdergaande vrijheid en voorspoed. Dat marktwerking moet worden ingebed in politiek vastgestelde kaders, omdat flexibilisering anders voor het zwakste deel van de mensen op de arbeidsmarkt neerkomt op uitbuiting en misère, daar hoor je minder over. Werkloze mensen en mensen met flexi-contracten hebben ook geen adviseurs, geen accountants, geen internationale bankiers, geen marketingplan.

Maar verlies ik de redelijkheid niet uit het oog als ik het dan heb over zombies en technocraten? Niemand anders dan Jürgen Habermas heeft het over zombies als hij het heeft over politici die zich uitsluitend als economische technocraten laten gelden. Jürgen Habermas, de one-man filosofische theoriefabriek die zo vaak als de belichaming van de redelijkheid wordt gezien, en die jarenlang gold als de paus van het geloof in de Europese Unie, schreef laatst in de Süddeutsche Zeitung: “Das schwache Auftreten der griechischen Regierung ändert nichts an dem Skandal, der darin besteht, dass sich die Politiker in Brüssel und Berlin weigern, ihren Kollegen aus Athen als Politiker zu begegnen. Sie sehen zwar wie Politiker aus, lassen sich aber nur in ihrer ökonomischen Rolle als Gläubiger sprechen. Diese Verwandlung in Zombies hat den Sinn, der verschleppten Insolvenz eines Staates den Anschein eines unpolitischen, vor Gerichten einklagbaren privatrechtlichen Vorgangs zu geben.”

“Never waste a good crisis” is het credo van de ware technocraat. Er zijn wereldwijd kantoren waar dit weekeinde dag en nacht gewerkt wordt aan winstgevende scenario’s voor het geval Griekenland uit de muntunie en/of de Europese unie zou vallen, maar heb niets gehoord over winstgevende scenario’s voor de onvolgroeide politieke structuur van de Europese muntunie, ten bate van de rechtsstaat, de welvaartsstaat, en de roman. Ik geloof dat ik bang ben voor zombies.

 

Voor wie meer wil lezen heb ik dit lijstje met aanbevelingen:

Over de onredelijkheid van de Duitse opstelling: Jürgen Habermas in Die Süddeutsche Zeitung: http://www.sueddeutsche.de/wirtschaft/europa-sand-im-getriebe-1.2532119

De onderliggende problemen van deze crisis: Wolfgang Streeck in Der Spiegel, in het Engels op de site van zijn uitgever: http://www.versobooks.com/blogs/2113-wolfgang-streeck-the-greek-crisis-trapped-in-the-eurozone

Economie in breed historisch verband: Amartya Sen in The New Statesman: http://www.newstatesman.com/politics/2015/06/amartya-sen-economic-consequences-austerity

Over bedragen en banken: Mark Blythe in Foreign Affairs: https://www.foreignaffairs.com/articles/greece/2015-07-07/pain-athens

Dichterbij de taal van muziek en film, altijd verbazend goed geïnformeerd, David Byrne op zijn eigen blog: http://davidbyrne.com/growth-austerity-debt