Sytze Steenstra Blog

Archive for juli 2014

Alain de Botton’s ‘Art is Therapy’ in het Rijksmuseum: het persoonlijke format als ideologisch jargon

leave a comment »

Voor Marianne en Gerbrand

“Hou op! Schei uit! Ik zie dat voor me, ik ben een beelddenker!”

Op zich is Alain de Botton’s tentoonstelling ‘Art is Therapy’ in het Rijksmuseum in Amsterdam al vaak genoeg gerecenseerd, dunkt me. In De Volkskrant noemde Wieteke van Zeil De Botton’s werk treurig, populistisch en beledigend voor het publiek. In Vrij Nederland schreef Carel Peeters over “spiritueel gesop” van een “seculier hijgende dominee”. Aan de andere kant schreef Ernst-Jan Pfauth in De Correspondent over “verreweg het inspirerendste bezoek dat ik ooit aan het Rijksmuseum bracht“.  Ook in het buitenland is er aandacht voor het Rijksmuseum: in The Guardian noemt Adrian Searle De Botton’s werk “smarmy”, oftewel klef: “banality and bathos are the stock-in-trade here”. In plaats van de zoveelste recensie te schrijven, wil ik hier de filosofie, de methode en de retorische strategie van De Botton belichten.

De Botton studeerde geschiedenis en filosofie, maar wil niets te maken hebben met academische historici en filosofen: alles draait volgens hem om persoonlijke authenticiteit en deugd. Er is veel voor te zeggen hem te beschouwen als een vertegenwoordiger van een hedendaagse versie van de existentialistisch-authentieke ideologie waarvan Adorno vijftig jaar geleden een polemisch portret heeft getekend in zijn nog altijd lezenswaardige boek “Jargon der Eigentlichkeit” – in het Engels vertaald als “The Jargon of Authenticity”. Adorno is onovertroffen als hij laat zien hoe een beroep op “wezenlijkheid” en op authenticiteit hand in hand kan gaan met een door en door autoritaire opstelling, en die combinatie typeert ook De Botton. De Botton’s afkeer van de gangbare historische en kunsthistorische methodes doet verder de vraag rijzen waarom het Rijksmuseum, dat toch in hoofdzaak draait om de Hollandse Gouden Eeuw, ervoor heeft gekozen met De Botton te werken. Maar eerst: hoe gaat De Botton te werk?

Het is geen geheim dat de vader van Alain de Botton, Gilbert de Botton, een zeer succesvolle beleggingsexpert was. Hij was de oprichter en voornaamste eigenaar van Global Asset Management (afgekort: GAM), een bedrijf dat de zeer rijken hielp te profiteren van de globalisering, daarbij weer geholpen door de financiële deregulering van Reagan en Thatcher. Na zijn dood drukte The Guardian een necrologie af die een mooi beeld geeft van de werkwijze van Gilbert de Botton: “A new client would be invited for lunch in GAM’s elegant St James’s office, served with delicious, but very light, food and, as the butler took the coffee cups, Gilbert would nonchalantly say: “Let’s see how the markets are doing today”, while opening a concealed drawer in the table. A Bond film scene would ensue: shutters would close, blinds come down, the 18th century mirror would come to light with a back-projected screen showing, in vivid colours, the day’s activities or, better still, GAM’s impressive track record. The client was hooked.”

Het is een scène die ook het werk van Alain de Botton, televisieproducent/bestseller-auteur/televisiepresentator/zelfhulp-filosoof, uitstekend karakteriseert, tenminste als hij achterstevoren wordt afgespeeld. De media-industrie, de maatschappelijke werkelijkheid en de geschiedenis trekken zich discreet terug achter de schermen, alleen de persoonlijke levenssfeer blijft achter, en – ik citeer de achterflap van een van zijn boeken – “De Botton komt naar voren als een grappig, innemend, erudiet en ontwapenend eerlijk persoon.” Zoals vader De Botton over technologische gadgets kon beschikken voor zijn act, zo kan zoon De Botton beschikken over een flink aantal formats voor de zijne. Formats: de genrewetten van de media. Het ‘bruggetje’ waarmee de presentator van het televisiejournaal zich tot de weervrouw/weerman wendt: een onderdeel van het format. De zekerheid dat De Kampioen, dat blaadje van de ANWB, in iedere stad wel gezellige winkeltjes weet te vinden, een géén saaie buitenwijken: format. De top vijftig, de top 2000, de boekentoptien, de beste drie films van deze week, de ranglijst van beste gemeentes, de ranking van internationale universiteiten, je kunt formats opsommen tot het je neus en oren uitkomt. Het format is altijd kant en klaar, het is in één oogopslag herkenbaar, het kent geen spanningsboog, geen emotionele of intellectuele ontwikkeling, of het zou het voorspelbare verloop van een wedstrijd moeten zijn.

“Putdownability” is de term die ik ooit een Amerikaanse grafisch ontwerper hoorde gebruiken om publiekstijdschriften te omschrijven: je legt ze weg zonder spijt of moeite omdat je weet toch niets verrassends of interessants te missen; het is tegelijk de kwaliteit die menigeen zoekt in lectuur. Alain de Botton heeft wat mij betreft volmaakte putdownability: hij onderscheidt zich niet werkelijk van De Kampioen, van krantenbijlages over cultuur en luxe, van tijdschriften over mode en design en celebrities en lekker eten. Maar omdat hij zo langzamerhand wel ’s werelds bestsellende filosoof moet zijn, omdat hij zo graag filosoof wil zijn en niet gewoon schrijver van bestsellers, en last-but-not-least omdat het Rijksmuseum in Amsterdam nu een Alain de Botton-tour heeft, en een ART IS THERAPY lichtbak aan de gerestaureerde museumgevel, is het de moeite waard eens te kijken hoe De Botton zijn formats, zijn stoïcisme, zijn doe-het-zelf psychoanalyse en zijn persoonlijke touch aan elkaar koppelt. De Botton’s “Philosophy of Life” is misschien wel gewoon de opvolger van wat ooit in het Duits “Lebensphilosophie” heette, een gemoderniseerde variant van het existentialisme die is toegesneden op consumptie en individuele wellness. Wellness zoals in “de wellness-industrie”, die samenvoeging van sauna/massage/verwenpakket/hotel-restaurant.

Om kennis te maken met De Botton’s formats is het aardig even te kijken hoe zijn bedrijfjes zich op het internet presenteren. De Botton heeft een  eigen TV-productiebedrijfje, Seneca Productions: “We are committed to making documentaries, and arts, science and history programmes that never forget the duty to keep viewers moved, entertained and amused”. Verder leidt hij The School of Life, een cursusinstituut in London dat via een franchise-constructie ook vestigingen heeft in Parijs, Melbourne en Amsterdam (er staan nog meer wereldsteden op het programma). Er zijn cursussen in De Botton-filosofie, er is zelfhulp-therapie, er zijn niet-godsdienstige preken op zondagmorgen, er is een serie “School of Life” boeken en er zijn hebbedingetjes te koop met opgedrukte De Botton-spreuken of met namen van beroemde filosofen. The School of Life: “Headquartered in London, we operate around the globe, delivering our services down a number of channels to suit your different needs”. Verder heeft De Botton, als spin-off van zijn boek “De architectuur van het geluk”, een boek dat zich laat samenvatten als “je hoeft niet bang te zijn voor modernistische architectuur” het bedrijf Living Architecture. Living Architecture verhuurt royale vakantiehuizen die zijn ontworpen door prominente moderne architecten: “We see ourselves first and foremost as an educational body, dedicated to enhancing the appreciation of architecture. But we also hope that you will have an exceptional holiday with us.”

De Botton beheerst de kunst van de cross-channel marketing als geen andere filosoof. Er is een Alain de Botton romcom, de komedie “My Last Five Girlfriends” (Paramount Pictures), gebaseerd op De Botton’s roman “Essays In Love”. De Botton’s protagonist in de film wordt gespeeld door Brendan Patricks, maar afgaand op de trailer zou je ook kunnen zeggen dat De Botton’s protagonist de rol speelt van Hugh Grant in een serie iets oudere succesvolle romantische komedies (“Four Weddings and a Funeral”:  4 + 1 = 5). Er zijn niet één, niet twee, maar drie tentoonstellingen, op niet één, niet twee, maar drie continenten, gebaseerd op De Botton’s boek “Art As Therapy”; het Rijksmuseum is de meest prestigieuze, maar tegelijkertijd zijn er ‘Art is Therapy’ tentoonstellingen in The National Gallery of Victoria in Melbourne, en in The Art Gallery of Ontario in Toronto. De Botton’s nieuwste boek is “The News: A User’s Manual”, en bij het boek is er een website, The Philosophers’ Mail, volgeschreven door De Botton en andere filosofen van zijn School of Life: “The goal of the Philosopher’s Mail is to prove a genuinely popular and populist news outlet which at the same time is alive to traditional philosophical virtues. […] The site views the rolling succession of the day’s news as an occasion for the development of insight, generosity and emotional intelligence.”

[Een scène uit My Last Five Girlfriends: De Botton’s advies voor succesvol mokken]

Filosofie

De Botton’s werk als filosoof is een combinatie van vier elementen die elk op zich niet ongewoon zijn: zijn kracht is dat hij ze samen weet te smeden. Stoïcisme, zelfhulp-psychologie (d.w.z. een mengsel van gepopulariseerde psychoanalyse en psychologie), formatting, en een schrijfstijl die even toegankelijk als retorisch is: dat is het recept. De Botton is een groot bewonderaar van het stoïcisme; hij noemt graag Seneca (denk aan “Seneca Productions”) en Montaigne als voorbeelden van de wijsheidsleer die hem voor ogen staat. Daarmee geeft hij niet alleen aan zijn eigen werk een vleugje eerbiedwaardige tijdloosheid mee, het heeft ook een cruciale methodologische consequentie. Het antieke stoïcisme besteedde geen aandacht aan kentheorie, aan natuurwetenschap of aan een politieke leer: alle aandacht ging uit naar een ethiek van innerlijke gemoedsrust en van morele verhevenheid boven de slagen van het noodlot. Apatheia in de zin van gemoedsrust, onaangedaan door angst en begeerte, was het ethisch ideaal van de Stoa. Het is een houding die veel later trouwens ook de Britse gentleman karakteriseerde, volgens mijn filosofisch woordenboek. De vraag is natuurlijk in hoeverre apatheia als deugd als keerzijde gewone apathie jegens het lot van andere mensen en andere groepen inhoudt. Het ideaal van de gentleman was ooit strikt voorbehouden aan de klasse die financieel onafhankelijk was; een echte gentleman stond voor de waarheid van zijn woord, maar van die erecode werd in de zeventiende eeuw iedereen uitgesloten die moest werken om te leven. Hoewel De Botton geschiedenis gestudeerd heeft, lijkt hij zich geen moment af te vragen of het stoïcisme ook achterhaald zou kunnen zijn. Voor hem blijft de zuiver individualistische deugdenleer van de stoïcijnen het antwoord op alle “levensvragen”; de moderne staat en alle moderne instituties lijken niet in zijn wereld voor te komen. In de boeken van De Botton is Margaret Thatcher’s roemrucht kreet “There’s no such thing as society” waarheid geworden.

Aan het stoïcisme voegt De Botton populaire psychologie toe. Hij is een verklaard bewonderaar van Donald Winnicott, een Brits kinderarts en psychoanalyticus die de relatie tussen moeders en hun kinderen centraal stelde in de ontwikkeling van het individu. Volgens Winnicott ontwikkelt een kind zich, als het goed is, vanuit een veilige en intieme twee-eenheid met de moeder via een ‘transitional object’ (een ‘troostdekentje’ of een teddybeer) tot een zelfstandige volwassene. Daarbij maakt Winnicott een nogal wollig onderscheid (al is het best mogelijk dat dit heel anders uitpakt in individuele analyses – psychoanalytische therapieën zijn immers zeer langdurig en intensief) tussen volwassenen met een ‘waar’, authentiek, integer en creatief zelf, en volwassenen met een ‘vals’ zelf, dat conventioneel is en inauthentiek. Voeg hier de gedachte bij dat kunst en cultuur troostdekentjes en knuffelberen voor volwassenen zijn, hulpmiddelen om een authentieker zelf te ontwikkelen, en je hebt een goed deel van de formule-De Botton te pakken. Dit is bijvoorbeeld wat De Botton te zeggen heeft bij een harnas uit de eerste helft van de zestiende eeuw, in het Rijksmuseum:

“We zouden hem graag eens stiekem aandoen. Je zou je zo veilig als een baby voelen, maar dan wel in een ijzeren omhulsel in plaats van in een comfortabele draagdoek. Tegenwoordig lopen we niet meer het gevaar om geraakt te worden door een lans, of een tweehandzwaard. De risico’s die we lopen zijn eerder psychisch van aard, maar onze behoefte aan veiligheid is net zo groot.”

harnas

Het harnas in kwestie

En dit is De Botton over een Boeddhabeeld uit China, van Guanyin, uit de twaalfde eeuw, ook in het Rijks: “Sinds de veertiende eeuw wordt deze Boeddhistische godheid niet langer als man afgebeeld, maar als vrouw. Net als Jezus en de maagd Maria hoort Guanyin onze wanhoop aan, toont ons genegenheid, en geeft ons de kracht om onze levenstaken onder ogen te zien. Dat deze figuren in zowel het Boeddhisme als in het Christendom centraal staan, wijst erop dat elke volwassene moeilijke momenten van twijfel kent, samen met het gevoel het niet meer alleen te kunnen. Het betekent dus niet dat je als mens gefaald hebt als je wordt overvallen door een allesoverheersende behoefte aan troost. De moderne samenleving heeft er de allergrootste moeite mee om een eigentijds alternatief te vinden voor deze figuur, die de voor iedereen toegankelijke koesterende moeder voorstelt.”

Omdat alle goede dingen in drieën komen, is hier nog Rembrandts Nachtwacht als knuffeldier, in De Botton-terminologie: “Dit schilderij gaat over hoe fijn het is iets te doen met mensen die je mag. […] Een groep gelijkgestemden, een hecht team, mensen die het beste in anderen naar boven brengen.” De stoïcijnen uit de oudheid zouden allicht verbaasd opgekeken hebben bij zoveel troost en geknuffel, ze steken af bij hun idealen van ataraxia en apatheia. Maar deze combinatie is De Botton’s gouden greep: het is het format aller formats, de geest van de reclame zelf, volgens de formule: reclame = product + emotie. Om de formule goed te kunnen toepassen is eerst een apathische gelijkmoedigheid vereist jegens het product zelf. Wat maakt het uit welke eigenschappen en specificaties het heeft, hoe het gemaakt is, met welke technologie, onder welke omstandigheden, in wat voor arbeidsverhoudingen, in welk land? Het gaat om het gevoel, om de emotionele winst voor het authentieke zelf, de consument.

Dat tijdens het lezen in eerste instantie nauwelijks opvalt dat De Botton zich zorgvuldig aan zijn formats houdt, is de verdienste van de soepele, anekdotische en bovenal persoonlijke schrijfstijl van De Botton. Hij rijgt de ene anekdote aan de andere, en de vraagstellingen die De Botton hanteert zijn steevast zo emotioneel en zo detaillistisch uitgewerkt, dat de lezer geneigd is te denken dat hij het ironisch bedoelt. Neem de volgende citaten uit “De architectuur van het geluk”, uit een beginhoofdstuk waarin De Botton de lezer wil doordringen van het belang van zijn onderwerp: “Hoe wijs was de raad van de oude filosofen om in onze voorstelling van geluk alles buiten beschouwing te laten wat ooit de kans loopt door lava te worden overspoeld, of door een orkaan omver te worden geblazen, met chocolade besmeurd te raken of door een wijnvlek te worden ontsierd. […] Zelfs als de vloer waarop we staan is aangevoerd uit een steengroeve in een ver land en de elegant bewerkte raamkozijnen zijn geschilderd in een zachte grijstint, kunnen we nog worden geplaagd door zorgen of afgunst. […] Ook in een gebouw van Geoffrey Bawa of Luis Kahn kunnen we na een onbenullig, uit de hand gelopen meningsverschil met een echtscheiding dreigen.” Botton noemt een orkaan in één adem met een chocoladevlek, suggereert dat architectuur een middel tegen echtscheiding is, of zou moeten zijn; wil hij serieus genomen worden? Het lijkt allemaal ironisch,  maar zijn betoog leidt naar een pleidooi voor regelgebonden architectuur, voor orde, harmonie, elegantie en samenhang. De Botton pleit in feite voor een hernieuwd classicisme, maar hij prijst het aan in hypersensitief meubelboulevard-proza. Neem dit citaat: “Flagstonevloeren kunnen een vergelijkbaar beeld van harmonie tussen tegengestelde krachten opleveren doordat de grote, stompe stenen zich door een metselaar in een ordelijk patroon hebben laten plaatsen. Je voelt hoe de meest uitgesproken karaktertrekken van deze tegels zijn getemperd, hoe de primitiviteit die nog zichtbaar is in de ruwe rotswanden waaruit ze zijn weggehaald tot beschaving is gebracht. In het belang van de gemeenschappelijke discipline moesten ze hun uitdagende houding opgeven, hun mossige baarden bijknippen en hun wratten en eeltknobbels laten verwijderen…” De Botton gaat zo nog even door. Hij is niet ironisch. Hij meent het. Dat blijkt vooral uit het “wij” dat De Botton graag hanteert, een wij dat geen dialoog zoekt en dat ook geen ruimte laat voor tegenspraak, integendeel. (De lezer voelt zich al snel een flagstone die “in het belang van de gemeenschappelijke discipline”  enzovoorts.)

Want pas op, als De Botton zijn ‘wij’ uit de kast haalt. “We have grown frightened of the word morality. We bridle at the thought of hearing a sermon. We flee from the idea that art should be uplifting or have an ethical mission. We don’t go on pilgrimages. We can’t build temples. We have no mechanisms for expressing gratitude. […] We resist mental exercises. Strangers rarely sing together. We are presented with an unpleasant choice between either committing to peculiar concepts about immaterial deities or letting go entirely of a host of consoling, subtle or just charming rituals for which we struggle to find equivalents in secular society.” (Uit een TED-talk van De Botton over godsdienst voor atheïsten, na te lezen op een website van CNN.)

Het is een autoritair ‘wij’, dat wij van De Botton. Met dat wij van hem betoogt hij dat we niet langer “l’art pour l’art” willen, dat wil zeggen: geen moderne kunst meer, waarin de kunstenaar ‘normloos’ is omdat hij zich geen normen meer van bovenaf laat opleggen. Die normen wil De Botton wel aan de kunst opleggen. Zijn boek “Art as Therapy” loopt uit op het hoofdstuk “Een pleidooi vóór censuur”, gevolgd door het slothoofdstuk “En nu gaan we de wereld veranderen”. Natuurlijk moeten we niet aan Stalin denken, verzekert De Botton de lezer; dat soort brute censuur is uit de tijd. (Poetin? Murdoch? de NSA? Het Chinese Politburo? Teheran? De Botton beseft niet hoe kostbaar en omstreden persvrijheid en artistieke vrijheid zijn.) De Botton’s censuur zal vast meer lijken op een zacht dekentje.

art is therapy-chanel

Niet zo, maar zo. Links: het Musée d’Orsay in Parijs. Rechts: het Rijksmuseum in Amsterdam. De foto links staat in “Kunst als therapie”. De Botton en Armstrong vinden de parfumreclame lelijk, ze schrijven: “In dit geval zou censuur volkomen gerechtvaardigd zijn. De openbare ruimte zou namelijk onze betere natuur moeten weerspiegelen en ondersteunen.”

Ideologisch jargon

Zodra je gaat letten op de manier waarop De Botton met ‘wij’ schermt, begint duidelijk te worden dat dit het persoonlijk voornaamwoord is waarmee hij onvermoeibaar warme kameraadschap en deugdzaamheid predikt en dat hij daarnaast gebruikt als argument waarom het niet nodig is maatschappelijke mechanismen te analyseren. Dit is bijvoorbeeld hoe hij John Armstrong aanprijst, de co-auteur van “Art as Therapy”: “The writer and philosopher John Armstrong is a very bold thinker, arguing that capitalism has gone wrong not because there aren’t enough regulations on businesses but because there isn’t enough education of consumers. In his eyes, the task is not to ban McDonald’s, but to educate our desires so that we might “freely” consider alternatives. This is thinking at once boldly left- and right-wing.”

Opnieuw kost het me moeite De Botton serieus te nemen, maar ongetwijfeld meent hij het. Hoe griezelig bevoogdend en hoe inhoudelijk armzalig het wereldbeeld van De Botton is, blijkt uit de website “The Philosophers’ Mail”. De site wordt niet door De Botton alleen volgeschreven, ook door andere, anonieme docenten aan The School of Life, die over een minder soepele pen beschikken maar des te duidelijker het denkraam laten uitkomen. Als De Botton cum suis bijvoorbeeld het consumentisme bij de kop nemen, komen zij niet aan met economisch cijfermateriaal of een sociologische analyse. In plaats daarvan tonen ze met onbekommerd anachronisme zeventiende-eeuws schilderijen als dit:

Cookmaid with Still Life of Vegetables and Fruit c.1620-5 by Sir Nathaniel Bacon 1585-1627

Sir Nathaniel Bacon: Keukenmeid met stilleven van groenten en fruit, c.1620-5 (Tate Gallery)

De Botton’s toelichting: “The idea of consumerism as evil is a scourge with which to beat the modern world. Yet at its best consumerism is founded on love of the fruits of the earth, delight in human ingenuity and due appreciation of the vast achievements of organised effort and trade. This painting takes us to a time when abundance was new and not to be taken for granted. We are so afraid of greed that we forget how honourable the love of material things can be. In 1620, homage could be paid to the nobility of work and commerce, something that boredom and guilt make less accessible to us today. Perhaps we can learn from this picture. A good response to consumerism might not be to live without melons and grapes, but to appreciate what really needs to go into providing them.”

Consumentisme is natuurlijk ondenkbaar zonder reclame en zonder wereldomspannende industrie. Noch het concept, noch de voorwaarden ervoor bestonden in de tijd van Nathaniel Bacon. Door de werkelijkheid onzichtbaar te maken en onbesproken te laten, tovert De Botton consumentisme om in een deugdzame houding van liefde, plezier en dankbaarheid. Zijn procedé is simpel: presenteer een hedendaags probleem met een lange voorgeschiedenis als tijdloos. Doe dit door het probleem te noemen maar niet te analyseren en ermee geassocieerde emoties en ondeugden op de voorgrond te plaatsen. Presenteer deugden als oplossing voor de ondeugden, en: klaar! Het doorgezaagde weesmeisje springt onverminkt en blakend weer te voorschijn. Ook kapitalisme, toch een complex historisch ding, past in De Bottons goochelkist. Dat gaat zo, bij “The Philosophers’ Mail”:

Welcome to the dawn of capitalism

“Generous, thoughtful, sensitive people are often drawn to the view that we shouldn’t expect economies to ‘grow’. After all, the earth and its resources are limited, so why keep asking for GDP to expand? We don’t need more commercial activity or more businesses. We are destroying the planet fast enough as it is. According to the environmental story, Capitalism pillages the planet for the sake of producing vast quantities of material possessions, many of which we do not really need and only crave because we are duped by relentless advertising. The implication is that we need to wind back consumerism in order to improve society and lead better lives. It’s understandable if this opinion is widespread. But perhaps the good future depends not on minimising Capitalism but on radically extending it. […] The largest and most successful corporations have been those that satisfied appetites that we would categorise as belonging at the bottom of Abraham Maslow’s famous pyramid of needs: oil and gas, mining, construction, retail, agriculture, pharmaceuticals, electronics, telecommunications, insurance and banking. The briefest glance at the pyramid reveals a fascinating possibility: that the future growth of business will lie in an assault on a vast array of needs further up the pyramid, in the areas of love and belonging, esteem and self-actualisation.”

the philosophers' mail

Bij De Botton is kapitalisme geen historisch en economisch verschijnsel, maar een zuiver psychologisch gegeven, de vervulling van een tijdloze behoefte. En het kapitalisme kan in de toekomst zomaar heel erg deugdzaam worden. Zet de werkelijkheid van je onderwerp “stoïcijns” tussen haakjes, kleur het residu “psychologisch” naar behoefte in met authenticiteit en deugden, en ieder probleem is in een handomdraai opgelost. Zonder dat het ons zo vertrouwde wereldbeeld, dat reclame en marketing toch al aan alle kanten uitdragen, ook maar een strobreed hoeft te worden veranderd. Het is niet moeilijk te begrijpen waarom De Botton’s Jargon of Authenticity zo goed verkoopt.

Rijksmuseum

Dat ik toch verbaasd ben over de beslissing van het Rijksmuseum om met De Botton samen te werken, is in de eerste plaats omdat De Botton volstrekt a-historisch denkt en schrijft. Tijdens alle strubbelingen met het eerst geplande en toen toch maar afgeblazen Nationaal Historisch Museum heeft directeur Wim Pijbes herhaaldelijk verkondigd dat het Rijksmuseum in feite al die functie heeft. Dat idee lijkt me niet zo gek, en als het Rijks in de toekomst zou kunnen samenwerken met die andere musea aan het Museumplein, het Stedelijk en het Van Goghmuseum, moeten er zowel historisch als artistiek fantastische tentoonstellingen te maken zijn. Daarvoor is het natuurlijk een goed idee deskundigen van buitenaf uit te nodigen om tentoonstellingen samen te stellen. Er moeten met die enorme collecties verhalen verteld worden, en daarvoor zijn talloze mogelijkheden te verzinnen. Ik noem er drie. Auke van der Woud, veelgeprezen en gelauwerd historicus die prachtige boeken schreef over de geschiedenis van onze steden, dijken, straten en wegen, over de geschiedenis van Nederland? Philippe Descola, antropoloog en filosoof, die eerder in Parijs in het Musée du Quai Branly  en met medewerking van het Louvre een fantastische tentoonstelling maakte over de plaats van kunst en over de verhouding van mens en natuur in verschillende culturen van de wereld? Het Rijksmuseum toont per slot behalve Holland ook de wereld. Jean Fisher en Cuauhtemoc Medina (samensteller van de Manifesta 9 in Genk,2012) over globalisering, van de Verenigde Oostindische Compagnie tot nu? Het zou prachtig kunnen worden. Dat in plaats daarvan De Botton wordt uitgenodigd, die heeft aangegeven kunstkritiek en kunstgeschiedenis te verachten, lijkt me alleen maar te verklaren door zijn status als internationale celebrity: als marketingmiddel. Het organogram van het Rijksmuseum staat op de website: alleen de afdeling marketing heeft een eigen adviesraad, alsof dat het centrum van de organisatie is. Er moet blijkbaar dringend een wetenschappelijke en artistieke adviesraad naast komen, met  leden die in staat zijn duidelijk te maken dat de vlotte levensfilosofietjes van Alain de Botton een nare keerzijde hebben.

Doordat Holland de Gouden Eeuw kende, is Nederland een knooppunt in de geschiedenis van de modernisering van de wereld. Het Rijksmuseum kan dat knooppunt tonen, analyseren, laten zien wat het met het heden te maken heeft. Al is “the past a foreign country”, de sporen van het vreemde zijn in het heden nog goed te zien zijn als ze door een tentoonstelling met een verhaal zichtbaar worden gemaakt, een verhaal dat verder kijkt dan Alain de Botton.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA