Sytze Steenstra Blog

Onderwijs in terra incognita: over thuisonderwijs en hoogbegaafdheid

with 24 comments

Laat ik met de deur in huis vallen: mijn vrouw geeft mijn hoogbegaafde dochter thuisonderwijs. (Ik doe er zelf ook wel iets aan, maar veel minder). Dat is geweldig, een stuk beter dan de beste school die we konden vinden. Zoals onderwijskundigen het uitleggen: thuisonderwijs werkt één op één, is flexibel, sluit aan bij de vragen van de leerling, en is daardoor veel effectiever dan klassikaal onderwijs. Dat het voor mijn dochter een stuk beter is, zegt ook de schooljuf die mijn dochter een jaar lang les gaf, dat zegt de logopediste waar ze wekelijks heen gaat omdat ze dyslectisch is, dat schreef de orthopedagoge in haar verslag nadat ze haar twee dagen lang had getest. Natuurlijk vergt het veel inzet van ons. Het lesgeven kost veel tijd, en het zoeken naar goed lesmateriaal kost ook tijd, en geld. Het is, kortom, een prestatie waarvoor je als ouders best eens een compliment zou willen krijgen, en faciliteiten. Maar dan moet je niet in Nederland wezen.

Hoe zijn we daarin verzeild geraakt? Waarom geven we thuisonderwijs? En waarom ligt het zo gevoelig? Waarom wil staatssecretaris Dekker van onderwijs thuisonderwijs geen wettelijke plaats geven, waarom wil hij niet luisteren naar argumenten van onderwijsexperts die ervoor pleiten thuisonderwijs in Nederland een fatsoenlijke plaats in het bestel te geven? Waar komt toch het beeld vandaan dat het Nederlands onderwijs gericht is op het individu, en voor ieder kind de beste sociaal-emotionele ontwikkeling garandeert? Het zijn vragen waarvan ik meer dan eens wakker heb gelegen. Na lang zoeken en veel lezen heb ik geleerd dat er over hoogbegaafdheid best veel kennis te vinden is, en dat hetzelfde geldt voor thuisonderwijs: er zijn onderzoeken die op beide gebieden veel inzicht geven. Maar het Nederlandse onderwijsveld wil er niet aan. Onderwijsveld: daarmee bedoel ik het samenhangende geheel van docenten en scholen, besturen, koepels en adviesraden, tests en methodes, en natuurlijk de vele soorten experts: de onderwijspsychologen, onderwijssociologen, pedagogen, orthopedagogen, onderwijseconomen enzovoorts. Alle tekortkomingen van het Nederlands onderwijs zijn in het onderwijsveld zelf bekend. Maar de krachten die het veld beheersen, de drang naar grootschaligheid en de toenemende druk om alles te meten, sturen het veld als geheel onvermijdelijk in de richting van uniformering. De experts die in het veld zelf werkzaam zijn, zijn daardoor in het algemeen niet gericht op maatwerk dat uitgaat van het kind, maar zijn erop gericht het kind zich te leren aan te passen aan niet-passend onderwijs. Ik zal, uitgaande van mijn eigen ervaringen, steeds citaten van onderwijsexperts gebruiken om te laten zien hoe onze persoonlijke zoektocht naar passend onderwijs samenhangt met een systeem dat, om zijn legitimiteit overeind te houden, niet wil weten van zijn eigen tekortkomingen.

Op een bepaalde manier is het antwoord op de vraag waarom geven we thuisonderwijs heel simpel. We hebben twee kinderen die alle twee hoogbegaafd zijn. Aan de oudste hebben we gezien dat het onderwijs daar niet op is ingericht, er onhandig mee omgaat, zelfs ronduit schandalig als er eenmaal problemen ontstaan. Op de basisschool – wij kozen een Montessorischool, met ruimte voor individuele ontwikkeling – ben je als ouder nog een gesprekspartner van de leerkracht. De juf van de kleutergroep vindt het leuk dat je kind zo ongewoon snel leert rekenen, en de juf van de onderbouw vertelt je dat ze, met haar dertig jaar onderwijservaring, nog nooit zo’n jongetje heeft lesgegeven. Ze stelt voor dat hij een jaar eerder naar de bovenbouw gaat (voor mensen van mijn leeftijd: naar de vierde klas van de lagere school), omdat hij na twee jaar alles al kan wat er gewoonlijk in drie jaar te leren valt. Ook in de bovenbouw was hij na twee jaar door de lesstof van drie jaar heen. Hij had best twee jaar eerder naar de middelbare school gekund, maar wat betekent dat? Is dat een goed idee? Op dat moment begon ons te dagen dat eigenlijk niemand antwoord heeft op zulke vragen. We stonden aan de rand van onbekend terrein: terra incognita.

Twee klassen overslaan, twee jaar eerder naar de brugklas, dat leek ons een beetje veel. We gingen maar op onze eigen intuïtie af, want niemand, werkelijk niemand, had gefundeerde goede raad. Jaren later heb ik nog een artikel uit de krant geknipt, toen een ontwikkelingspsycholoog, Lianne Hoogeveen, onderzoek had gedaan naar kinderen die een klas overslaan. Kenmerkende citaten: “inderdaad een lastig dilemma.” “Er is geen veilige weg.” Je moet kiezen uit twee kwaden? “Dat hoeft niet, je moet per kind kijken wat het beste is. Maar ik geef toe, dat is lastig en complex. […] Het is niet meer dan menselijk dat je je het meest op je gemak voelt tussen je gelijken. Maar het past niet in het plaatje: in onze maatschappij wordt ongemakkelijk gedaan over hoogbegaafdheid. De reactie is al snel: ja hoor, túúrlijk, hoogbegaafd… Je kunt beter zeggen dat je kind goed kan voetballen dan dat het hoogbegaafd is.”

Het leek ons het beste onze zoon nog een jaar op de basisschool te houden. Het viel niet mee de IB ‘er – dat is de ‘intern begeleider’, het hele onderwijsveld staat werkelijk bol van jargon en afkortingen, en ‘intern begeleider’ is dan weer de term voor de juf die kinderen met leerproblemen individueel bijschoolt – over te halen extra lesmateriaal voor hoogbegaafden voor de school te kopen, maar uiteindelijk lukte het. Het werd een prima schooljaar, maar alleen omdat mijn vrouw twee dagdelen per week projectonderwijs op school ging geven: programmeren voor beginners, een website maken, zulke dingen. Ik maakte zelf geschiedenis proefwerkjes. Het was in feite voor een groot deel thuisonderwijs, maar dan op school aangeleverd. Toen kwam de overstap naar de middelbare school.

De schoolkeuze was eenvoudig, want er viel niets te kiezen. In Maastricht, waar wij wonen, was ooit een middelbare Montessorischool, maar die was al verdwenen, na een schimmig fusieproces met een ‘standaard’ scholengemeenschap voor havo/vwo. Er was ook een Vrije School, maar die had (toen nog) geen vwo. De drie vwo-scholengemeenschappen die er waren vielen alle drie onder hetzelfde schoolbestuur, en boden alle drie hetzelfde recht toe – recht aan standaardonderwijs. Dit is iets om even goed tot je door te laten dringen: de Nederlandse overtuiging, vast verankerd in het onderwijsstelsel, dat voor alle kinderen die havo of vwo aankunnen één enkele pedagogische benadering goed genoeg is. One size fits all. Lesuren van 50 minuten: nog nooit van ‘flow‘ gehoord. Frontaal, klassikaal onderwijs: nog nooit van projectonderwijs gehoord, of van samenwerking, of van individuele ontwikkeling, van het belang een adolescent eigenaar te maken van de eigen scholing. Het gaat me er niet om dat zo’n school geen recht van bestaan heeft, er zijn kinderen die er goed mee uit de voeten kunnen; maar het is een schande dat het Nederlandse onderwijsveld niet van boven tot onder doordrongen is van de behoefte aan keuze, aan verschillende werkvormen in het onderwijs. Ik weet wel dat er in de grote steden her en der andere scholen bestaan; maar in Maastricht, toch een universiteitsstad, naar Nederlandse maatstaven een middelgrote stad met een centrumfunctie, was er werkelijk geen enkele keuze. Het bestuur van die drie scholen wil ze nu zelfs samenvoegen tot een enkele megaschool, en noemt dat kwaliteit. Ik noem het dirigisme. Alsof je verplicht wordt vijf dagen per week bij McDonalds een voorgeschreven menu te eten, zes jaar lang. En het is een plicht: de leerplicht is in feite schoolplicht.

Toen mijn zoon naar de middelbare school ging, was ik nog niet zo somber. De basisschool was goed gegaan, dankzij één goede juf en veel inzet van ons. Waarom zou de middelbare school niet goed gaan? Achteraf was het een waarschuwingssignaal toen in de brugklas een werkstuk als onvoldoende werd beoordeeld omdat “het taalgebruik te volwassen was”. Dat kon die jongen nooit zelf hebben geschreven, dacht de docent. Draagt de basisschool kinderen eigenlijk zorgvuldig over aan de middelbare school? Of tenminste kinderen die een klas hebben overgeslagen? Nee, dat gebeurt niet. (Bij McDonalds komt de kok ook niet aan tafel informeren naar je hoogstpersoonlijke voorkeur.) De docent die oordeelde dat mijn zoon een te volwassen taalgebruik had, bleek de rector van de school te zijn; ook een manier om kennis te maken met de filiaalmanager. Om een lang verhaal kort te maken: mijn zoon heeft zich ruim twee jaar lang keurig aangepast aan het schoolsysteem. Als vader heb je daar niet heel veel zicht op. Ben je op de basisschool nog een zeer gewaardeerde ‘hulpouder’, een doorsnee scholengemeenschap kent een kind vooral als gemiddeld rapportcijfer, en biedt voor een individuele benadering geen enkele ruimte. Het overleg met ouders bestaat eigenlijk alleen uit de toelichting van dat gemiddelde cijfer. Hoe zouden die jaren geweest zijn? Ik denk dat het kranteninterview met Lianne Hoogeveen (ze is inmiddels hoofd van het centrum voor begaafdheidsonderzoek in Nijmegen) een aardige indruk kan geven. Ik citeer weer: “Uit haar onderzoek blijkt dat hoogbegaafde kinderen die op de basisschool een klas overslaan, in de eerste twee klassen van de middelbare school minder zelfvertrouwen hebben en minder geaccepteerd worden door hun klasgenoten.” En als docenten goed omgaan met hoogbegaafde kinderen, volgt de klas vanzelf? “Vaak werkt het wel zo. Als een docent laat merken dat hij het maar niks vindt, zo’n hoogbegaafde leerling die veel jonger is dan zijn andere leerlingen, dan pikt een klas dat haarfijn op. […] Stel je voor dat er zo gepraat werd over allochtone leerlingen, dan was de wereld te klein. Maar over hoogbegaafde leerlingen die een klas overslaan, mag je alles zeggen. De teneur bij ouders is vaak: oh nee, ik zou mijn kind nooit een klas laten overslaan. Ik wil die angst wegnemen door te zeggen dat het voor een kind beter kan zijn, want het reguliere programma is niet voldoende voor en hoogbegaafd kind.”

Ik herhaal een paar uitspraken: “Er is geen veilige weg.” “Het past niet in het plaatje.” “Stel je voor dat er zo gepraat werd over allochtone leerlingen, dan was de wereld te klein. Maar over hoogbegaafde leerlingen die een klas overslaan, mag je alles zeggen.” Het zijn uitspraken die heel goed de onverkwikkelijke sfeer weergeven van de gesprekken waarin we verzeild raakten toen mijn zoon in de derde klas overspannen raakte, depressief werd en niet meer naar school wilde. De teneur vanuit de school was: hoe kwamen wij als ouders er in vredesnaam bij dat die jongen begaafd was? Hoe kwamen wij, zijn ouders, er überhaupt bij dat wij ons eigen kind beter zouden kennen dan de jaarlijks wisselende docenten en mentoren? Hij kon het gewoon niet aan, en wilde niet deugen ook. Onzin dat zo’n jongen intelligent is, want dan zou je dat toch aan zijn cijfers kunnen zien? Ouders zijn voor zo’n middelbare school gewoon geen serieus te nemen gesprekspartner, ook niet als ze, zoals wij, allebei hoogopgeleid zijn en allebei zelf veel onderwijservaring hebben. (Ik heb nota bene zelf een paar jaar les gegeven op precies zo’n school, ik weet waar ik het over heb.) Omdat een school blijkbaar alleen met cijfers kan omgaan, hebben we onze zoon maar een intelligentietest laten maken; jawel, daar kwam uit dat hij hoogbegaafd was; “zeer hoogbegaafd” zelfs, volgens de indeling die in Nijmegen wordt gehanteerd. Er volgden jaren met pappen en nathouden, jaren met een jongen die geleerd heeft dat zijn school als het er op aankomt  geen enkel respect voor hem kan opbrengen, die daarop reageert door onverschillig te worden, vrijwel niks te doen, en die overgaat door de alleen de laatste twee of drie weken van elk schooljaar even hard te werken en zo zijn cijfers op te halen. En dan natuurlijk met het flankerende gedoe met psychologen, een schoolpsycholoog, een orthopedagoog, noem maar op: mensen met goede bedoelingen en goede inzichten, maar zonder de minste of geringste invloed op de dagelijkse gang van zaken op school, op de werkelijkheid in het klaslokaal. Pappen en nathouden, want: er is leerplicht, en er is niks te kiezen, alle scholen in de stad die in aanmerking komen bieden hetzelfde onderwijs.

Dit verhaal is niet uniek, helaas. Wie er oog voor heeft, kan veel vergelijkbare verhalen van ouders van hoogbegaafde kinderen vinden. Verhalen over depressie, isolement, overspannenheid, verslaving, over de verschillende uitwegen die kinderen kunnen kiezen om de kont tegen de krib te gooien: expres slechte cijfers halen, de docenten uitdagen, noem maar op. Natuurlijk weten onderwijsexperts er ook wel vanaf, maar het onderwijsveld is vrijwel immuun voor verandering: het huidige systeem is gevormd is door decennia van schaalvergroting, is vastgelegd in rendementseisen, in methodes en protocollen. Het onderwijs als geheel wordt daardoor steeds uniformer, de ruimte voor uitzonderlijke kinderen wordt steeds minder. Dat is niet alleen mijn persoonlijke overtuiging, het is ook de conclusie die een historicus heeft getrokken in een recent proefschrift over de geschiedenis van het Nederlandse onderwijs vanaf 1945. Die historicus, Bram Mellink, schrijft: “Onderwijs, minder hiërarchisch en religieus ingekleurd dan voorheen, is tegelijkertijd uniformer geworden door toegenomen overheidscontrole en een uniformer toetsingsbeleid.” (http://dare.uva.nl/document/484659) Wat dat betekent, kan ik uit eigen ervaring vertellen. Mijn dochter is al net zo vlug van begrip als mijn zoon, maar ze is dyslectisch. Dat betekent dat ze qua algemene kennis en begrip zomaar twee of meer jaren voorligt op haar leeftijdsgenootjes, maar qua spelling ligt ze juist een stuk achter. Ze leest graag, wat voor een dyslectisch kind bijzonder is, maar het ‘decoderen’ van losse woorden en zinnetjes die geen deel uitmaken van een verhelderende context is voor haar erg moeilijk. Om zo’n kind adequaat les te geven is veel individuele aandacht nodig, dat is duidelijk. Het is ook duidelijk dat die aandacht er binnen het Nederlandse onderwijssysteem niet is.

De Montessori basisschool waar mijn dochter naar toe ging, had inmiddels de Cito-toets ingevoerd. (Toen mijn zoon op diezelfde school zat, hield de school het Cito nog buiten de deur, omdat de school juist geen standaard onderwijs wilde geven. Maar blijkbaar werd de druk te groot.) Het was duidelijk dat mijn dochter, met haar dyslexie, op basis van de Cito-toets een vmbo-advies zou krijgen; het was ook duidelijk dat het vmbo voor haar geen passend onderwijs zou zijn. De school zag geen andere uitweg dan spellingonderwijs, spelling en nog eens spelling: dictees maken, en de foute woorden tien keer overschrijven. Een soort dyslexie-uitdrijving; mijn dochter bracht de helft van de schooltijd door met het maken van dictees, en dat betekent bij haar: met het maken van taalfouten, want ze is dyslectisch. Dat gaat niet zo maar over, dat is bekend; maar wie durft de Cito-toets nog te relativeren? Dus school ging voor haar betekenen: fout op fout stapelen. Niet meer met de klas mee naar muziekles of naar tekenen, maar in die tijd nog eens een dictee afmaken, en dus: nieuwe fouten maken, want als ze een woord tien keer overschrijft is de kans groot dat ze weer nieuwe fouten maakt. Naar school gaan ging betekenen: fout zijn, dom zijn. Dan maar thuisonderwijs geven, was onze slotsom. Dat is geweldig, een stuk beter dan de beste school die we konden vinden – zo begon ik dit verhaal. Thuis hoeven we geen overdreven aandacht aan spelling te geven, en kunnen we haar zelfvertrouwen weer herstellen. Ze heeft, dat geeft misschien het beste weer wat hoogbegaafdheid betekent, als meisje van elf met succes meegedaan aan een Engelstalige internetcursus op universitair niveau, “What a Plant Knows”. (https://www.coursera.org/course/plantknows) Ze heeft belangstelling voor planten, vandaar. Ze haalde, op haar tenen, gemiddeld een 9,3 voor alle toetsen! Thuis geven we ook aandacht aan spelling en aan schrijfvaardigheid, maar niet ten koste van al het andere.

Eind goed, al goed? Nee, zo gemakkelijk is het niet, want thuisonderwijs is in Nederland niet geaccepteerd. Net als hoogbegaafdheid is het iets waarvoor het onderwijsveld liever de kop in het zand steekt. Net als bij hoogbegaafdheid zijn er wel deskundigen die weten hoe de vork in de steel zit, maar het onderwijsveld wil er niet aan. Dat geeft praktische problemen: allerlei onderwijsmateriaal dat gewoon klaarligt is niet, of moeilijk, toegankelijk voor ouders die thuisonderwijs geven. Uitgeverijen zijn gewend alleen met scholen zaken te doen, en weigeren bestellingen voor minder dan vijf exemplaren. Lesmateriaal van de wereldschool, speciaal ontwikkeld voor kinderen die met hun ouders mee naar het buitenland gaan, mag je in Nederland niet  bestellen. De huidige staatssecretaris van onderwijs, Sander Dekker, is van plan thuisonderwijs in Nederland nog moeilijker te maken dan het al is, en weigert daarbij in te gaan op de argumenten die door gezaghebbende instanties en experts ten gunste van thuisonderwijs naar voren zijn gebracht. Dekker wil in 2014 de wet “Passend onderwijs” invoeren, en bij die gelegenheid meteen het van oudsher, sinds de geleidelijke invoer van de leerplichtwet, in de wet verankerde beroep op de godsdienstvrijheid afschaffen. Dat beroep op godsdienst dateert natuurlijk uit de tijd van de verzuiling, en die tijd is voorbij. Van verschillende kanten is geadviseerd om daarom nu de leerplicht in een leerrecht te veranderen.

Dat advies komt bijvoorbeeld van de kinderombudsman. In het rapport “Van leerplicht naar leerrecht” uit 2013 schrijft hij: Er dient in Nederland een omslag te worden gemaakt in het denken over onderwijs. Een omslag van leerplicht naar leerrecht, waarbij allereerst vanuit het perspectief van het kind wordt gedacht.” (Zie http://www.passendonderwijs.nl/wp-content/uploads/2014/01/Van-leerplicht-naar-leerrecht.pdf.) De kinderombudsman is geen kind wat voor ombudsman speelt; het instituut ‘kinderombudsman’ maakt deel uit van de Nationale Ombudsman, een Hoog College van Staat – een kantoor met 170 medewerkers, voor een goed deel juristen. “Van leerplicht naar leerrecht” is geschreven in rapportentaal, vol juridische termen en beleidsjargon, maar dat neemt niet weg dat er niet mis te verstane observaties en aanbevelingen instaan. “Bijna alle partijen uit het onderwijsveld waren van mening dat de behoefte van het kind teveel wordt bepaald vanuit het huidige onderwijsaanbod, maar dit aanbod is teveel ‘hokjes gericht’. In dit statische onderwijssysteem is het dan erg moeilijk om een dynamische oplossing voor het kind te vinden.” “Opvallend daarbij zijn de vele meldingen van of over hoogbegaafde kinderen.” “Ook kinderen die uitblinken in bepaalde vakken, maar niet bij alle vakken even goed meekomen, ervaren problemen. Bijvoorbeeld de kinderen met dyslexie.” (p. 8) Het rapport van de Kinderombudsman wijst er alvast op dat de invoering van de wet “Passend onderwijs” dit allemaal niet zal verbeteren: “De Kinderombudsman zet, evenals het onderwijsveld, echter vraagtekens bij de verwachting dat het onder Passend onderwijs allemaal beter zal gaan. De invoering van Passend onderwijs alleen, zal de in dit onderzoek genoemde knelpunten niet oplossen, waardoor het aanbod van passend onderwijs zal blijven tekortschieten. Zolang schoolbesturen, leerkrachten  en leerplichtambtenaren niet worden gestimuleerd in het creëren en toepassen van maatwerk, en de Inspectie haar toezicht niet aanpast, brengt ook het nieuwe stelsel hier geen verandering in.” (para. 3.6) Het lijkt op wat George Orwell newspeak noemde: passend onderwijs betekent geen passend onderwijs.

De staatssecretaris heeft geen zin in het invoeren van leerrecht, hij wil gewoon helemaal af van thuiszitters en thuisonderwijs. In een kamerbrief (van 5 juni 2013) waarin hij reageert op het rapport van de kinderombudsman schrijft hij doodleuk: “De school is de plek waar kinderen andere kinderen ontmoeten en sociale vaardigheden kunnen ontwikkelen. Voor kinderen die onverhoopt thuiszitten is het niet meer naar school gaan juist een groot gemis.” Dekker herhaalt de clichés die over thuisonderwijs de ronde doen; maar geen woord over de werkelijke praktijk, over het onderwijs dat steeds dwingender homogeen wordt, en waarin volgens de onderzoekers “geen veilige weg” voor hoogbegaafde leerlingen door het onderwijs is. Dat Dekkers mening over ‘thuiszitten’ (thuisonderwijs bestaat in Nederland officieel niet, vandaar dat ‘thuiszitten’) nergens op gebaseerd is, blijkt ook uit een verklaring van een aantal onderwijsdeskundigen over thuisonderwijs, met de duidelijke titel “Thuisonderwijs heeft ook in Nederland recht van bestaan”. Zij wijzen er om te beginnen op dat de (gezaghebbende) Onderwijsraad in 2012 nog met een advies kwam over een nieuwe uitleg van de grondwettelijke vrijheid van onderwijs. De Onderwijsraad schreef (op p. 47 van het advies): “In dit opzicht is het vreemd dat voor het thuisonderwijs (ongeveer driehonderd leerlingen op jaarbasis) niets is geregeld ten aanzien van de verplichtendheid, de kwaliteit en het toezicht. De overheid kan de kinderen en jongeren waar het hier om gaat, hoe klein deze groep ook is, niet ongelijk behandelen ten opzichte van leerlingen in bekostigde en particuliere scholen. Ook deze kinderen hebben recht op goed onderwijs. De raad adviseert daarom voor het thuisonderwijs wettelijke waarborgen te creëren dat ouders – die dus voor hun kinderen ontheffing van de leerplicht hebben gekregen – vervangend onderwijs aanbieden. Ook moet wettelijk gewaarborgd worden dat de overheid daar adequaat en proportioneel toezicht op uitoefent en deugdelijkheidseisen kan stellen, die vergelijkbaar zijn met die voor het particulier onderwijs.” De auteurs van “Thuisonderwijs heeft ook in Nederland recht van bestaan” maken vervolgens, op basis van onderzoek, korte metten met de clichés van de staatssecretaris van onderwijs. Ze brengen naar voren dat thuisonderwijs door de effectiviteit vaak een voorsprong geeft, en dat thuis onderwezen kinderen over het algemeen sociaal vaardig en maatschappelijk betrokken zijn. De ouders gaan niet over een nacht ijs. En: “Er zijn kinderen voor wie thuisonderwijs als vangnet functioneert voor als het op school niet meer lukt. Grosso modo gaat het om twee groepen kinderen. Er is allereerst een groep kinderen met uitzonderlijke cognitieve talenten. Ondanks de aandacht voor hoogbegaafdheid in het onderwijs ontvangt een deel van deze kinderen geen passend onderwijs. Er blijken in de praktijk grenzen te zijn aan de differentiatiecapaciteit van scholen.”

In zijn behoefte om thuisonderwijs te verbieden, spiegelt staatssecretaris Dekker zich graag aan Duitsland, waar ook schoolplicht is. De vergelijking met de andere ons omringende landen gaat hij uit de weg. In Vlaanderen en in Groot-Brittannië is thuisonderwijs gewoon een recht; daar gaat de overheid er dan ook nuchter en ontspannen mee om. Een blik op de overheidswebsites is genoeg om te begrijpen waarom de Onderwijsraad, de Ombudsman en het groepje hoogleraren en onderzoekers dat “Thuisonderwijs heeft ook in Nederland recht van bestaan” schreef, het leerrecht ook in Nederland zouden willen invoeren. In vergelijking doet de Nederlandse situatie klungelig en hypocriet aan; denk bijvoorbeeld aan wat de NRC op 7 juni 2013 schreef over geheime contracten tussen ouders en onderwijsinspectie. In alle andere West-Europese landen is thuisonderwijs een recht; er zijn meerdere landen waar dit recht in de grondwet is verankerd. Waarom is Duitsland een uitzondering? Het antwoord is, niet zo verrassend, te vinden in de uitzonderlijke Duitse geschiedenis. De wet die thuisonderwijs verbiedt werd in 1938 aangenomen, door de nazi’s dus, die alle kinderen wilden indoctrineren. Ik neem aan dat de wet na de Tweede Wereldoorlog niet werd afgeschaft omdat de geallieerden juist die indoctrinatie weer ongedaan wilden maken. Hoe dan ook, het is een wet met een geschiedenis die een liberale bewindsman tot nadenken zou moeten stemmen. Een internationale vergelijking zou verder moeten kijken dan dat ene land dat in het straatje van de bewindsman past.

De website van de Britse overheid over thuisonderwijs

De website van de Britse overheid over thuisonderwijs

Wat betreft het onvermogen van scholen om hoogbegaafde kinderen passend onderwijs te bieden, de grenzen aan de differentiatiecapaciteit dus: scholen zelf, is mijn indruk, doen hun best om die grenzen niet onder ogen te hoeven zien. Natuurlijk is het fenomeen hoogbegaafdheid wel bekend; een beetje, tenminste. Er zijn wat plusklassen, en menig docent laat een rij termen gemakkelijk van de tong rollen zodra het woord hoogbegaafdheid valt. Versnellen, compacten, verrijken, uitdagen: dat zijn de sleutelwoorden. Versnellen, compacten, verrijken: dat zijn termen die betrekking hebben op de leerstof. Voor het kind is alleen “uitdagen” over, en dat doet het onderwijs dan via versnellen, compacten en verrijken. Meer van hetzelfde, daar komt het vaak op neer. Maar hoogbegaafdheid is nog iets anders dan snel kunnen rekenen en puzzelen; het is ook snel associëren, snel verbanden leggen, snel gevoelens ontwikkelen. Intelligentie en emotie zijn niet keurig te scheiden. Ergens weet het hele onderwijsveld dat ook wel: er is enorm veel aandacht voor veiligheid, stabiliteit, regelmatigheid. Er is “veilig leren lezen” volgens tot in detail uitgesplitste “avi-niveaus”; er zijn rekenmethodes die de staartdeling in de ban doen vanwege de verwarring (en dus onveiligheid) die de staartdeling kan veroorzaken. Een doorsnee-emotie is vastgelegd tot in de vezels van iedere klas en ieder protocol. Datzelfde protocol kan dus ook enorm frustrerend zijn. Voor een kind dat heel goed kan rekenen, en er plezier in heeft, is het idioot als de staartdeling niet wordt uitgelegd, en is het schattend rekenen (dat voor de staartdeling in de plaats komt) ‘onveilig’; zo goed als het op de middelbare school ‘onveilig’ kan zijn als een kind dat wiskundig begaafd is, onvoldoendes krijgt omdat het bij proefwerken te weinig tussenstappen uitschrijft. Hoogbegaafdheid is iets anders dan de behoefte aan extra veel schools lesmateriaal; het gaat meestal samen met hooggevoeligheid, en met vroeger dan bij het gemiddelde kind ontwikkelde morele inzichten. Dat maakt hoogbegaafde kinderen vaak ook extra gevoelig voor pesterijen.

Maar wat is ‘hoog’? Het is in het onderwijsveld een bijzonder flexibel woordje met een eigen geschiedenis. In 1952, toen het onderstaande diagram werd getekend, was het nog niet in zwang. Nederland was toen nog een ander land. Hoger onderwijs was voor een kleine elite, marketing en management waren nog niet alomtegenwoordig, Engels was nog een buitenlandse taal.

De samenhang tussen intelligentie, school en beroep volgens een diagram uit 1952

De samenhang tussen intelligentie, school en beroep volgens een diagram uit 1952

Ik betwijfel of dit diagram de historische werkelijkheid van Nederland net na de Tweede Tereldoorlog weergeeft, het geeft vooral een typische denkwijze weer. Het laat zien dat terwijl de intelligentiecurve als zodanig (de Gaussiaanse normaalverdeling) niet is veranderd, de terminologie, het onderwijs en de beroepen drastisch zijn getransformeerd. De kleine groep die in 1952 ‘vlug’ of ‘begaafd’ heette, een begaafdheid die geacht werd precies aan te sluiten bij het hoger onderwijs, heet nu ‘hoogbegaafd’. Het onderwijs is totaal veranderd; ook daar is de terminologie ‘opgehoogd’, uitgebreid lager onderwijs werd middelbaar en hoger algemeen vormend onderwijs, enzovoort. De leerplicht werd uitgebreid en het onderwijs gedemocratiseerd, en dat is maar goed ook. In het begin van de huidige eeuw had de Nederlandse regering zelfs de doelstelling (de door economische motieven ingegeven ‘Lissabon-strategie’) om de helft, 50 %, van de Nederlandse bevolking hoog op te leiden. Dat is inmiddels niet meer zo. (Het was een beetje hoog gegrepen, misschien.)

Het Nederlandse onderwijsstelsel heeft dus in zestig jaar een enorme en bewonderenswaardige uitbreiding doorgemaakt. Die uitbreiding staat gelijk aan een culturele revolutie, aan een uiterlijke informalisering, aan gelijkberechtiging van jongens en meisjes, aan democratisering van het onderwijs. In de jaren ’60 en ’70 leefde de gedachte dat de democratisering van het onderwijs hand in hand zou gaan met individualisering, maar het is inmiddels duidelijk dat het onderwijs vooral verschoolst is. Zelfs op de universiteit hebben de studenten het inmiddels over ‘school’ en ‘huiswerk’. De democratisering is, onder de druk van de economie, van rendementseisen, van meetbaarheid en van protocollen die uniforme meetbaarheid moeten opleveren, op veel plaatsen veranderd in een tirannie van het protocol. (Hoe dat ook al weer werkt, die omslag van democratie in tirannie van de meerderheid, geachte staatssecretaris Dekker en geachte onderwijsminister Bussemaker, dat kunt u nalezen bij Tocqueville.) Natuurlijk heeft het protocol in Nederland altijd een vrolijke verpakking. Betutteling is vaak het herkennen aan vrolijke kleurgebruik en een joviale toon.

In 2008 deed de Algemene Onderwijsbond nog een onderzoek naar de manier waarop scholen met hoogbegaafdheid omgaan. Een paar citaten: “Slechts zes procent van de leerkrachten meent dat hoogbegaafde leerlingen voldoende worden uitgedaagd op school. Nog eens vijftig procent meent dat ze soms, maar niet voldoende worden uitgedaagd. Leerkrachten willen wel meer aandacht besteden aan deze groep, maar het ontbreekt ze aan kennis, menskracht en geld. Dat blijkt uit een gezamenlijk onderzoek onder ruim 2600 leerkrachten van het Onderwijsblad van de Algemene Onderwijsbond en Talent, tijdschrift over hoogbegaafde kinderen. Slechts één op de zes leerkrachten meent dat er voldoende expertise en zorg op school is om hoogbegaafde leerlingen te begeleiden. Terwijl volop wordt gepraat over de noodzaak om talent te benutten in de kenniseconomie, blijkt daar dus in de basis weinig van terecht te komen. Leerkrachten geven verschillende oorzaken van de onvoldoende aandacht. Bijna vier van de tien zegt dat er onvoldoende docenten zijn, een derde ontbreekt het aan kennis, een kwart geeft prioriteit aan de leerlingen die niet mee kunnen komen.”

Gesprekkenparcours

Zomaar een plaatje uit het onderwijsveld. Een kenmerkend citaat uit deze brochure: “Het doel op dit thema is dat in 2015 alle
participerende scholen in het primair en voortgezet onderwijs in beeld hebben welke leerlingen tot de top 20% (kunnen) horen.”

Hoe gaat het onderwijsveld daarmee om? Het recente voornemen van minister Bussemaker om “excellente” studenten zelf te laten betalen voor passend onderwijs geeft al een goede indruk. Maar ook voor het basisonderwijs zijn er initiatieven. Dan gaat het opeens niet over een groep van 2,5% van de leerlingen die hoogbegaafd is, maar om 20%; een veel grotere selectie, met veel minder specifieke (en voor het klassemanagement wellicht lastige) eigenschappen. Scholen kunnen dan bijvoorbeeld intekenen op een gesprekkenparcours, met een expert in de rol van kritische vriend – alles in vrolijke kleuren en geformuleerd in de taal van het softere procesmanagement. Het is pappen en nathouden. Het is “worden zoals wij”, het is, voor iemand die van nabij weet wat hoogbegaafdheid inhoudt, te betuttelend voor woorden.

De dienstplicht is in Nederland afgeschaft, en sindsdien is het cliché “in het leger maken ze een man van je” ook uit de mode. De schoolplicht leeft nog volop, en houdt voorlopig nog volop clichés over “sociaal-emotionele ontwikkeling” in stand. Ik kan ze eigenlijk niet meer lezen of horen. Mijn kinderen komen in de curve van de intelligentieverdeling ergens waar de curve en de grondlijn elkaar raken, bij een IQ van boven 145. Daar zit geen 50%, geen 20% en geen 2,5%, maar misschien 0,2% of 0,02%. Het zijn niet de cijfers die er toe doen, begaafdheid is beter te begrijpen als een intensiteit (een onderwerp waarover J. een mooi stuk heeft geschreven: http://www.mixed-media.info/hoogbegaafd/.) Die intensiteit wordt in het onderwijsveld routinematig miskend en onmogelijk gemaakt. “Misschien kan uw kind beter naar een privéschool”, dat is wat ik leerplichtambtenaren over elk van mijn kinderen heb horen zeggen. Maar die zijn voor mij onbetaalbaar; de democratisering van het onderwijs is niet samengevallen met een democratisering van de privévermogens. Make no mistake: hoogbegaafde kinderen zijn fantastisch. Slim en snel, nukkig en prikkelbaar, vol emotionele intensiteit en humor. Eigenlijk zou ik ze niet eenvormiger willen hebben. Op dat punt verschil ik van mening met het onderwijsveld.

Written by sytzesteenstra

30 januari 2014 bij 21:07

24 Reacties

Subscribe to comments with RSS.

  1. Bekende problematiek helaas!

  2. Mooi en openhartig stuk. Ik kan van veel ervaringen zeggen dat ik ze ook heb gehad. Toch is thuisonderwijs ook niet zo optimaal voor ons gezin. Daarom ben ik al jaren bezig met eerst de Boxschool en wat nu Open Space Onderwijs heet. Daar zie ik meer in omdat de maatschappij een diploma ziet als stempel van intelligentie van die persoon. En diploma halen in het huidige onderwijs is onze kinderen niet gegeven. Ondanks hun uitzonderlijke intelligentie, volgens Van Dale, slaagt het onderwijs daar niet in. Ik weet wel waarom en vele hoogbegaafden ook. Met Open Space Onderwijs elimineren we de blokkades en creeren kansen voor deze groep. Met als gevolg een diploma die hun een plek geeft in de samenleving en die correspondeert met hun intelligentie. En worden ze dan putjeschepper, dat mag dan wel. Maar wel met een voor hun intelligentie passend diploma, afgestudeerd in een vak aan een universiteit. Punt. http://www.oso.nu

    Willem Wind

    30 januari 2014 at 23:18

    • Volgens mij dateert mijn eerste kennismaking met jouw boxschool van 10 jaar terug en al wat ik er sindsdien van zie zijn luchtballonnetjes. Daarmee help je niemand.

      Jammer dat je dit (positieve!!!) stuk weer aangrijpt om hier weer over te beginnen.

      Wpl

      1 februari 2014 at 02:41

      • Leuk dat je me zo volgt en herinnert. Ik ben nieuwsgierig wie jij bent. Ken ik jou ook van één of ander initiatief? Groet, Willem Wind.

        Willem Wind

        3 februari 2014 at 01:00

  3. Dit is op Kindercoachblog, by Dorien Kok herblogd.

    Webmaster

    31 januari 2014 at 10:48

  4. In het midden van je stuk (dat ik overigens bijzonder interessant vind), schrijf je ‘In Vlaanderen en in Groot-Brittannië is thuisonderwijs gewoon een recht; daar gaat de overheid er dan ook nuchter en ontspannen mee om. ‘ Ik vrees dat het tegenwoordig in Vlaanderen toch niet meer zo nuchter en ontspannen is. Sinds dit jaar is er namelijk een nieuw onderwijsdecreet van kracht, dat het thuisonderwijs toch heel erg aan banden legt: http://www.vhov.be/index.php/onderwijsdecreet Kort gezegd: elk kind moet op 12 en op 15 jaar examens afleggen voor de Centrale Examencommissie (die zich uiteraard baseert op het door de overheid opgelegde curriculum). Slaagt het niet snel genoeg, dan moet het alsnog naar het reguliere onderwijs…

    WebredMiet

    31 januari 2014 at 12:12

  5. Een goed geschreven stuk maar ik mis toch een beetje de nuancering.
    Thuisonderwijs heeft ook vele haken en ogen waar totaal niet op wordt in gegaan.
    Hoe weet je als ouder dat je gekwalificeerd bent om onderwijs aan je kind te geven en hoe wordt hierop gecontroleerd?
    Hoe kan je van een ouder verwachten dat die objectief naar de prestaties van z’n kind kijkt en hierop de lesgeving aanpast.
    Een school is niet alleen een plek om te kennis tot je te nemen, ik vind die taak zelfs secundair. Ik heb er juist geleerd om na te denken en geleerd hoe ik kennis tot me moest nemen. En dit was mogelijk omdat ik onderwijs kreeg van zeer verschillende docenten die allemaal hun eigen gedachten gangen hadden en methode van onderwijzen. Wat bij slechts één of twee ouders niet het geval zal zijn. Daarnaast had ik medeleerlingen waarmee ik over te stof kon praten om tot diepere inzichten te komen.
    Een school is ook een plek die je sociale vaardigheden leert en niet alleen het maken van vrienden maar ook leert om te gaan met mensen die je niet aanstaan en hoe je met autoriteit moet om gaan. Je kan van een kind niet verwachten dat die z’n ouder gescheiden zal zien van een autoritair persoon dat hem lesgeeft. In je latere werkomgeving zal je uiteindelijk ook een baas hebben en collega’s die vervelend zijn en als je in een dergelijke geïsoleerde omgeving opgroeit, zal je minder goed leren met dit soort conflicten om te gaan.
    Daarnaast mag dit wel een oplossing zijn voor hoogbegaafde kinderen die uit een hoger milieu komen maar hoe zit het met de hoogbegaafden die niet zo’n intellectuele ouders hebben?

    Ik ben het eens dat de huidige onderwijsvorm ontoereikend is voor hoogbegaafden maar of thuisonderwijs hier de oplossing voor is, ben ik nog niet zo zeker van.

    Elias Post

    31 januari 2014 at 16:27

    • Elias, er is door onderwijsonderzoekers ook onderzoek naar thuisonderwijs gedaan. De uitkomsten zijn verrassend positief. Kijk bijvoorbeeld hier eens naar: “Thuisonderwijs heeft ook in Nederland recht van bestaan”. http://www.kohnstamminstituut.uva.nl/pdf_documenten/thuisonderwijs%20heeft%20ook%20in%20nederland%20recht%20van%20bestaan.pdf

      sytzesteenstra

      2 februari 2014 at 18:51

    • Beste heer Post,

      Uit je stuk lees ik dat je een bepaalde ‘veiligheid’ niet los wilt laten. Controle is noodzaak, er is angst dat een lesgevend ouder te autoritair wordt, kinderen raken sociaal geisoleerd bij thuis les geven. Ik denk dat u veruit in de meerderheid van de gevallen gelijk heeft, maar in dit geval niet.

      Uit bovenstaande verhaal leest u een andere situatie. Controle faalt (e.g. dyslexy), de docenten gebruiken hun autoriteit (onbewust) om aan te geven dat het kind niet geaccepteerd wordt, en kinderen kunnen door de houding van de school (e.g. verwijten aan het kind) een slecht zelfbeeld krijgen. Het slechte zelfbeeld is reden no. 1 voor sociaal isolement.

      Een oorzaak van het falen is begrijpelijk. Er wordt geaccepteerd dat er een verschil is tussen mavo en havo en vwo. Het leertempo is anders, en de interesses zijn anders. Vaak houd ik de indruk over dat de verschillen tussen MAVO en VWO enorm zijn.
      Toch zijn de verschillen tussen mavo en havo, en ook tussen mavo en vwo in het echt heel erg klein. Dit is misschien beter begrijpbaar met een voorbeeld over IQ. IQ zegt zeker niet alles, maar kan hier wel erg helpen de situatie inzichtelijk te maken. We gaan IQ vergelijken over onderwijs lagen.
      Volgens http://nl.wikipedia.org/wiki/Nederlandse_Intelligentietest_voor_Onderwijsniveau heeft MAVO IQ 100-107. HAVO 108-115. VWO 116 of meer. Bij 8 punten IQ extra wordt dus een onderwijs laag toegevoegd. Het verschil tussen mavo en vwo is dus 16 punten. VWO is een open einde. Huidige oplossingen erkennen, in het beste geval, een behoefte aan VWO+. Ik wil niet zeggen dat deze oplossingen werken, maar de erkenning is er steeds meer. Ik gok even dat VWO+ dan een extra 8 punten omhoog gaat, dus vanaf IQ=124. Voor VWO+ wordt extra onderwijs ontwikkeld, etc.
      Deze lijn trekken we door. VWO++ begint bij IQ 132, VWO+++ bij IQ 140 en VWO++++ bij IQ 148. We kunnen dan het aantal ‘lagen’ vergelijken. Steenstra geeft in zijn betoog aan, dat het IQ boven 145 ligt. Laten we even zeggen dat dit dan 148 is. Dan mijn stelling: “Het geven van VWO++ onderwijs aan een leerling van IQ 148, is als het geven van MAVO onderwijs aan een VWO klas”.

      IQ zegt niet alles, maar de stelling is verhelderend.

      Ik heb zeer veel begrip voor de heer Steenstra, als hij pleit om in situaties waar de standaard niet werkt, en ook de alternatieven niet werken, een optie toe te staan die goede kans van slagen heeft.

      En ja, heer Post heeft gelijk dat er een grote vraag is wie voor thuis onderwijs in aanmerking zou komen. Implementatie is beangstigend. Toch is er hoop. Er is altijd beperkte controle, ook in Groot Brittannie. Thuis onderwijs is geen vakantie, maar heel hard werken voor zowel ouders als kind. Ik meen dat veel ouders zich niet de moeite willen troosten voor alle extra inzet om zelf thuis onderwijs te geven. Er mag in Nederland ruimte zijn voor een pilot project met “Nee, tenzij…” beleid. Daarmee bedoel ik dat in uitzonderings gevallen met “thuis onderwijs PLUS beperkte controle” geexperimenteerd moet kunnen worden. En dat mag nu ingaan.

      Jeroen Klijs

      3 februari 2014 at 12:20

  6. Hey,
    Wat een verhaal. Ook ik heb mijn in mijn kinderjaren veel mot met scholen gehad waardoor mijn ouders mij steeds switchte van school. Ik ben zelf niet hoogbegaafd maar herken de stress van de scholen. Uiteindelijk ben ik op het Luzac Lyceum terecht gekomen en daar voldoende begeleiding, persoonlijke ontwikkeling, aandacht maar vooral begrip gekregen. Ook mijn ouders kijken er goed op terug. Mijn probleem was dat ik de manier van aanpak en leren niet pakte. Waardoor mijn moeder in het eerste jaar middelbare mij thuis is gaan lesgeven op haar eigen manier en mij zo het eerste jaar heeft doorgetrokken. Op de basisschool had ik de havo/vwo stempel gekregen maar na 1e jaar middelbare zou havo al teveel voor me zijn (ik had het net gehaald). Dat heeft uiteindelijk de doorslag gegeven voor het luzac lyceum waar ze mij zelfs aanmoedigde om voor vwo te gaan, wat ik zelf niet wou. Uiteindelijk mijn havo diploma met gemak gehaald, maar als het aan Nederland had gelegen had ik nu een mbo diploma en kon ik mijn passie waar ik al sinds groep 6 naar uitkijk; muziek, wel vergeten.

    Ilja

    31 januari 2014 at 17:13

  7. Het zou niet zo erg als de hier beschreven ervaringen met lesgevers incidenteel waren, maar helaas komt het te vaak voor dat onderwijspersoneel, met blijkbaar te weinig didactische kennis, voor hen vreemde zaken niet wil zien of toeschrijft aan anderen die het fout deden.
    Dat het ministerie niet mee wil met bijzondere aandacht voor onderwijs aan hoogbegaafden (en wat mij betreft ook aan zeer laag) begaafden, heeft volgens mij te maken met:
    – geld: Passend onderwijs mag geen bezuiniging heten, maar er moet wel meer met minder, Afwijken van de eenheidsworst zou wel eens meer kunnen kosten op de korte termijn;
    – angst voor vreemden: alles wat anders is moet zo snel mogelijk in hetzelfde hokje en anders steng straffen en zeker geen gebruik laten maken van het materiaal van de wereldschool;
    – het gegeven dat iedereen (zelfs een staatssecretaris van onderwijs) zijn denken over onderwijs vooral baseert op zijn eigen ervaringen in het onderwijs en niet beseft dat veel mensen anders leren, andere leer behoeften;
    – kortzichtigheid: inderdaad zullen kinderen die niet naar school gemiddeld minder sociale contacten maken dan kinderen die met veel plezier naar een leuke school gaan. Maar wat zou gelden voor de sociale ontwikkeling van kinderen die met tegenzin naar school gaan omdat de leerkracht hen (al dan niet terecht) lastig vindt?
    Ik feliciteer Sytze met zijn vrouw die blijkbaar zelf genoeg vaardigheid heeft om hun kinderen goed te onderwijzen en wens hen veel sterkte en liefde (voor hun kinderen) toe

    Rob Hekker

    Rob Hekker

    31 januari 2014 at 18:52

  8. Ik vind de typering bij de normaalverdeling wel leuk.

    Ben

    1 februari 2014 at 16:27

  9. Ik kan me goed voorstellen dat Sytze in zijn situatie gekozen heeft voor thuisonderwijs, maar dit is maatschappelijk gezien voor mij toch niet de beste oplossing voor dit soort problemen. Argumenten zijn toch de kwaliteit van de begeleiding door ouders, het in contact komen en samenwerken met leeftijdgenoten en risico’s bij het uitoefenen van macht door ouders. Niet altijd stemt de wens van ouders overeen met het belang van het kind. In een Amerikaanse krant kwam ik een bericht tegen over een jongen die via de rechtbank had afgedwongen om naar school te mogen gaan, omdat hij met het thuisonderwijs door zijn moeder (die ook niet naar een middelbare school was geweest) nauwelijks verder was gekomen dan lezen en schrijven. Als je thuisonderwijs structureel toelaat, is het erg lastig om kinderen te beschermen tegen ouders die het niet goed aanpakken.

    In dit blog worden enkele opmerkingen gemaakt over de kwaliteit van de scholen. Zou er niet meer gezocht moeten worden naar een oplossing voor dit soort kinderen binnen de scholen? Er zijn scholen met een speciale klas voor hoogbegaafden, soms met gedrags en leerproblemen. (o.a.. http://www.hzm.gsf.nl/Home/TalentHZM__Huizermaat_voor_meer-_en_hoogbegaafde_leerlingen) en ook op de school waar ik lesgeef is er echt aandacht voor kinderen die meer kunnen. Ja, we kiezen wel voor een definitie van de top 20% met ook de mogelijkheid om leerlingen op basis van onderbuikgevoel van docenten erbij te halen. En dit juist omdat niet elk kind dat heel veel in zijn mars heeft, dit ook duidelijk laat merken. Op deze manier hopen we ook de onderpresteerders goed te begeleiden.

    Zouden de huidige en toekomstige, in de knel komende hoogbegaafde kinderen niet beter gebaat zijn met een pleidooi voor een goede oplossing binnen de scholen? Plus het bijbehorende budget natuurlijk!

    Lilian

    2 februari 2014 at 17:37

    • Lilian, wat betreft thuisonderwijs is het goed kennis te nemen van onderzoeksuitkomsten, bijvoorbeeld dit korte maar duidelijke pleidooi van het Kohnstamm Instituut: http://www.kohnstamminstituut.uva.nl/pdf_documenten/thuisonderwijs%20heeft%20ook%20in%20nederland%20recht%20van%20bestaan.pdf. Verder wordt er al jarenlang gepleit voor meer aandacht voor hoogbegaafden, en tegen de schaalvergroting en uniformering, maar de ontwikkeling in Nederland gaat de andere kant op.

      sytzesteenstra

      2 februari 2014 at 18:46

    • Hallo Lilian,

      Nergens ter wereld zijn er maatwerk onderwijs-oplossingen voor kinders/tieners binnen het klassikale onderwijs. Nu er steeds meer uniformiteit en schaalvergroting is, is het onderwijs steeds minder op kinderen/tieners en hun leerbehoeften afgestemd. Daarom zijn er steeds meer thuiszitters en gelabelde kinders/tieners in Nederland. En daarom is thuisonderwijs in de westerse wereld en daarbuiten aan het groeien. Sytze met z’n dochter en echtgenote zijn juist pioniers en trail-blazers.

      Uit thuisonderwijs (TO) en TO-gemeenschappen ontstaan nieuwe onderwijsvormen zoals flexi-schooling, open learning centers, learning co-ops en -communities en daarnaast MOOCs, SOLEs en internet tutorials voor alle leeftijden. In Nederland houdt de monopolistische overheidsonderwijswetgeving dergelijke ontwikkelingen en zelfs deelname aan deze nieuwe buitenlandse onderwijsvormen tegen! Het is inmiddels ver te zoeken in dit land met onderwijsvrijheid.

      Hoogbegaafden (nog sterker dan anderen) leren door eigen vragen te stellen en zelf op zoek te gaan naar (nieuwe) antwoorden. Het Nederlandse onderwijssysteem voorziet daar niet of nauwelijks is. De kinders die het goed doen op school zijn vooral goed-in-school: ze weten zich aan te passen binnen dat systeem en snappen het maken van tentamens en proefwerken. Ik heb zelf twee onderwijsbevoegdheden maar wens slechts een-op-een of een-op-max. drie te begeleiden. Uitgebreid buitenlands onderzoek wijst uit dat leren voor tests en examens en daaraan deelnemen vooral creativiteit en creatief, kritisch denkvermogen dooft. Ik blijf daar inmiddels ver van. Pedagogische technieken maken het mogelijk om voor een grote klas te staan en een curriculum ‘over te brengen’. Zelf ik vind dat echter meestal het tegenovergestelde van het echte leren en ontwikkelen veroorzaken. Zo ontzettend jammer vind ik het dat deze informatie in Nederland onbekend is en vooral door de overheid van de hand gewezen wordt.

      mariannelelieveld

      3 februari 2014 at 16:37

  10. Sytze, goed stuk, mooi geschreven. Dank voor je inzet, duidelijkheid en het delen van jullie persoonlijke verhaal. Wat zou de staatssecretaris zeggen in reactie op de vergelijking met Duitsland? Misschien dat Duitsland al sinds de tweede wereldoorlog idd dezelfde (Nazi) schoolplicht wetgeving hanteert, dat idd ‘alle’ Duitse kinders naar school gaan maar dat er nog nauwelijks een spoor van het Nazi regime in dat land te vinden is dat de Duitse economie beter draait dan de Nederlandse? Dus is het logisch om het goede Duitse voorbeeld te volgen?

    H.groet, Marianne Lelieveld (thuisonderwijzer die advocaat v.d. duivel probeert te spelen)

    mariannelelieveld

    3 februari 2014 at 16:06

  11. Hoi, ben het helemaal met je eens. Toen Tim, mijn zoon, op de Jenaplanschool niet leerde lezen omdat de docenten vonden dat hij er nog niet aan toe was, heb ik hem leren lezen en schrijven met mijn eigen verhalen en Boris Kapotjeplof herinnert hij zich nog als de dag van gisteren net als Lotte en de buurkinderen. Niets mis met thuisonderwijs als de school het niet kan. Mijn vorige vriendin heeft twee hoogbegaafde kinderen 150+ > probleem bij beide meiden was zelfdestructie (snijden, uithongeren etc…) omdat ze anders waren en daar geen gesprek over mogelijk was met mij, hun moeder of hun vader > therapie hielp ook niet echt. Het enige wat ik jullie kan adviseren is hou melancholie, zwaarmoedigheid, in zich zelf gekeerd zijn, zelfverminking etc. meer dan normaal in de gaten. Groet, Albert ________________________________

    Steenstra, A.

    11 februari 2014 at 17:53

  12. Hartelijk dank allemaal! Zeer informatief en herkenbaar!

    Maxy Bak-Piard

    26 maart 2015 at 06:42

  13. Wow, wat een heerlijk stuk. Herkenbaar en helaas op een punt huidige problematiek. Dochter wiskundig zeer goed onderlegd, scoort voor haar doen slecht. Gemiddeld een 6. Jawel, ze schrijft de tussenstappen niet op. Vanuit de leraar is de redenatie dat hij het haar wel wil aanleren, omdat bij het examen het goede antwoord een punt oplevert en de tussenstappen meerdere punten. Verschil tussen slagen en zakken. Dat snap ik dan vanuit deze reden. Nu krijgt ze complexere stof om tot tussenstappen opschrijven te komen. N.a.v. dit stuk zal ik toch maar eens in gesprek gaan. Dan zouden haar proefwerken ook complexer moeten zijn of gewoon beoordelen op juiste antwoord van niet complexe stof. Sinds ze twee weken terug complexere stof heeft gekregen, is het gelijk weer leuker geworden. Toch nog steeds reden voor gesprek. Bij Olympiade scoort ze ook minder dan verwacht. Constante tweestrijd. Veel niet invullen als het maar iets buiten de comfort zone valt, terwijl thuis met beetje nadenken het antwoord wel gevonden wordt. Mooi stuk!

    Lisette

    22 juni 2015 at 13:45

  14. Aan de thuisonderwijzers hier op deze website, hoe gaan jullie (voor jezelf) om met de houding van, laat ik zeggen, de gemiddelde Nederlander op jullie keuze? Wat zijn jullie coping strategies??? Die van mij is zoals je ziet anoniem ten aanval gaan op het internet.

    Als er één onderwerp is wat me zwaar valt qua discussie is het wel thuisonderwijs, vooral omdat het mij zoveel raakt omdat het om de ontwikkeling van mijn kinderen gaat. Ik begrijp dat dit ook de reden is dat de meeste mensen die ik ontmoet direct beginnen te steigeren als ze vernemen dat mijn kinderen een andere vorm van onderwijs zullen ontvangen dan hun eigen kinderen, en dat men het als een soort van indirecte kritiek ervaart op hun keuze.

    Het gekke is, mijn huidige strategie is het onderwerp te vermijden, en anders zo min mogelijk te delen van mijn werkelijke gedachten over het onderwerp. Maar zelfs dat maakt dat mensen er steeds maar weer op terug willen komen, alsof ze zich er kwaad over hebben gemaakt.

    Ergens heb ik het vermoeden, dat ik me juist wat directer uit zou moeten laten tegenover dit soort mensen, en dat ik veel te vriendelijk blijf, terwijl ik best wel eens mag prikken met mijn kritische vork. Ik heb op alle domme vragen en opmerkingen eigenlijk altijd wel een antwoord of wedervraag klaar, maar ik wil mensen niet overwhelmen met zoveel informatie. Want ook dat gevoel heb ik bij de gemiddelde Nederlander, dat je ze heel veel informatie moet geven voor ze kunnen beginnen met nadenken. Wat ik bedoel is, de meeste mensen lijken niet in staat om de aannames waarop zij de rest van hun gedachten hebben gebaseerd te kunnen onderscheiden en deze te bevragen. Waar moet iemand die intelligent en/of creatief is, dan beginnen??? Moet ik aan hun aannames gaan wrikken? Socratische vragen stellen? Was Socratisch uiteindelijk niet vermoord? Het zou voor mij persoonlijk misschien wel eens opluchten, om me een keertje niet te verbergen achter mijn vriendelijke maar domme alter-ego….

    Laatst had ik zo’n moment waarop ik even venijnig uit de hoek kwam. Ik was in gesprek met iemand die zijn kinderen naar een streng religieuze school wil sturen. Maar die scholen zijn niet makkelijk te vinden, dat was het probleem waar hij mee worstelde. Wetende hoe die persoon over mij en de thuisonderwijs keuze denkt, zij ik met een gekke bek dat ze dan toch ook streng religieus thuisonderwijs kunnen geven?

    “Nee,” zei hij, ”Wij vinden namelijk, maar dat is onze mening, dat je kinderen in aanraking moet laten komen met de maatschappij.”

    Ehm…. EHUM….???!!!! Werkelijk? Je kent me zooo goed dat je denkt dat mijn kinderen (waarvan wildvreemden zeggen, ”oh wat een slimme en zorgzame kinderen….” op weg zijn naar een leven als achtergebleven holbewoner….? What the heck?

    ”Goh,” zei ik, ”dus eigenlijk ben je op zoek naar een openbare basisschool?”

    Het werd me zichtbaar niet in dank afgenomen, maar ik dacht, hey, dat moet ik vaker doen. Normaal gesproken zou ik mezelf verantwoorden, in het offensief gaan, door uit te leggen dat thuisonderwezen kinderen volgens Amerikaanse studies het op alle vlakken prima doen. Al die moeite om erachter te komen dat de meeste mensen totaal niet van plan waren om de andere kant van het verhaal te onderzoeken (Dit concludeer ik uit het feit dat de mensen die onze keuze belachelijk vinden, nooit langer dan 5 seconden kunnen luisteren naar mijn uitleg, nooit goed doorvragen, en ook nog nooit een onderzoek hebben opgezocht, maar volgende week wel weer met EXACT dezelfde opmerking komen).

    Dus… wat vinden jullie van dit rommelige verhaal? Herkennen jullie mijn gevoelens? En hoe gaan jullie om met de WELBEKENDE opmerkingen? En zijn jullie van nature recht voor zijn raap of meer people pleasers?

    En voor al die gemiddelde Nederlanders die meelezen en willen reageren. Scan eerst graag even de volgende checklist door, of je vraag of mening hier misschien al tussen staat.

    Jouw Weloverwogen Mening:
    ”Maar ik geloof dat sociale contacten belangrijk zijn voor kinderen…”
    Goh. Hoe zal ik het uitleggen. ALLE OUDERS geloven exact hetzelfde. Zou er denk je, heeel misschien, nog een andere manier zijn om sociale contacten op te doen…? Denk eens diep, diep na. Bijvoorbeeld:
    familie, buren, clubjes, verenigingen, sport, muziekles, scouting, internet, vereniging thuisonderwijs… maar ook denk eens aan al die mensen die leefden voor institutionele scholing werd uitgevonden, of die jungle bewoners in de Amazone, de hippies die een reizend bestaan leiden in een gele caravan, mensen die de planeet willen redden en in een ecologische commune leven, mensen die lid zijn van een kerk… Zij hebben allemaal een hele sociale wereld buiten de Cito Toets om. Je hoeft je alleen maar te realiseren dat de mensheid ietsje pietsie meer omvat dan jouw saaie, burgerlijke bestaan.

    Jouw Nietszeggende Anekdote:
    ”Maar kinderen vinden het heel leuk om naar school te gaan. Mijn kinderen….”
    Ik vond het ook leuk, maar ik leerde vrij weinig. En zo heb ik het ervaren tot en met de universiteit (geesteswetenschappen). En er zijn meer mensen zoals ik, die leren zichzelf sneller dingen aan dan dat een school ze kan aanbieden. Dat noem je: Autodidactiek. Ook houden we er niet van om achter de feiten aan te lopen, maar lopen we liever ver vooruit en zoeken we naar antwoorden op vragen die nog niet eens gesteld zijn, dat heet Creativiteit en Wetenschap. Alle mensen die vuur, het wiel en jouw Ipad hebben uitgevonden, hadden hoogstwaarschijnlijk deze eigenschappen. Alle mensen die in de toekomst oplossingen zullen presenteren voor de ellendige toestand van de mensheid, hebben hoogstwaarschijnlijk deze eigenschappen. Enig respect zou dus wel gepast zijn, lijkt me, voor deze groep mensen, die GEEN voldoening beleven aan hetzelfde onderwijs waar jij zo enthousiast over bent. Bedenk wel, al deze ”helden” zijn ooit kinderen geweest, zoals dat eigenaardige jongetje wat op de hoek woont, je weet wel, die nooit op kinderfeestjes wordt uitgenodigd. Kijk maar uit, dwingeland, als je dat soort jongetjes wil opsluiten in een klas met Neanderthalers, ze hebben wel eens de neiging om om zich heen te gaan schieten… Nough said.

    Jouw Laatste Goedbedoelde Vraag:
    ‘’Maar er zijn toch ook veel kinderen uit probleemgezinnen, wat als die ouders thuisonderwijs gaan geven?’’
    Allereerst, mijn complimenten, Gemiddelde Nederlander, dat je een vraag stelt, in plaats van je jouw vooringenomen wijsheid met spottende lach door mijn strot duwt.
    Maar dan, wat versta je precies onder probleemgezinnen? Ben je zelf streng religieus, en bedoel je daarmee die gezinnen die hun kinderen met radicaal atheïstisch feminisme willen hersenspoelen? Of ben je juist burgerlijk liberaal, en bedoel je al die Moslims die hun kinderen tegen al het naakt willen beschermen? Of ben je een sociaal werker, en bedoel je gezinnen die hun kinderen verwaarlozen en die hun kinderen een sleutel om de nek geven zodat ze de hele middag televisie kunnen kijken op de bank tot hun ouders thuis komen?
    Je ziet, de definitie van probleemgezin wil nog wel eens veranderen afhankelijk met wie je praat. Stel, je vreest voor ouders die hun kinderen vanwege een bepaalde ideologie thuisonderwijs geven? Je bent bang dat de kinderen dan wereldvreemd worden? In Nederland is ideologie of godsdienst de enige wettelijke basis waarop thuisonderwijs kan worden geven. De Wet keurt dus goed dat Oud-Katholieken hun kinderen thuis Oud-Katholiek onderwijs geven. De reden hierachter was de democratische gedachte dat alle mensen het recht hebben een bepaalde levensovertuiging aan te hangen en dat de variatie qua levensovertuigingen op scholen misschien tekort schiet. Daar zit wat in natuurlijk, want op basis van wat zou men in een democratische maatschappij kunnen zeggen dat de ene levensovertuiging beter is dan de andere. Dit is een moeilijke kwestie, want hoewel we allemaal overtuigd zijn van onze eigen visie, willen we de ander vrijheid geven om zo de vrijheid voor onszelf te kunnen bewaken. Dat gezegd, sturen de meeste streng religieuzen hun kinderen gewoon naar een streng religieuze school, omdat juist vanuit de groep (de heeele school en aaalle leraren geloven het ook) veel overtuigingskracht uitgaat. Als dit je probleem is, dan heb je meer een probleem met de vrijheid van religie, dan met thuisonderwijs, en dus is deze vraag irrelevant voor ouders die thuisonderwijs geven.
    Okay, maar misschien ben je bang dat onbekwame ouders hun kinderen thuisonderwijs gaan geven? Tokkies enzo? Hmm… Hoe realistisch is het dat dit soort ouders al die moeite zullen doen in de strijd tegen de leerplichtwet en vrijwillig de taak van het onderwijs op zich nemen, terwijl ze met veel minder gezeur hun kinderen elke ochtend GRATIS kunnen afleveren op hetzelfde adres. Denk je niet dat het veel waarschijnlijker is dat het type ouder dat besluit thuisonderwijs te geven, juist bovengemiddeld gemotiveerd is om hun kinderen voor te bereiden op de toekomst? Bovendien moeten zij wél de portemonnee opentrekken om museumkaarten aan te schaffen, boeken te kopen en niet te vergeten een extra salaris in te leveren om thuis te kunnen zijn. Dat moeten ze óók kunnen veroorloven. Het is dus veel waarschijnlijker dat kinderen die thuisonderwijs genieten vaker dan schoolgaande kinderen uit gezinnen komen die er béter voorstaan dan Jan Modaal. Ik kan me herinneren dat de cijfers uit Amerikaanse thuisonderwijs dezelfde trend laten zien, van middle class+ gezinnen, zonder echtscheiding, waarbij de ene ouder genoeg verdiende om de ander thuis te laten zijn. Dit gegeven, hoewel het misschien weer nieuwe vragen oproept, wijst juist op precies het TEGENOVERGESTELDE van alles wat de critici alsmaar roepen. Thuisonderwijzen kinderen zijn niet achtergesteld, maar juist bevoorrecht, met méér mogelijkheden dan schoolgaande kinderen, en in een wereld waar het recht van de sterkste steeds meer lijkt te gelden, zou dit ze wel eens een ongenadige voorsprong kunnen geven.

    Hmm… Is de wereld nu op zijn kop? Dit is mijn antwoord aan jou, Gemiddelde Nederlander. Hoewel ik me altijd mateloos aan je oppervlakkigheid en papagaai gedrag irriteer, vind ik het zielig voor je kinderen dat je ze niet wat meer creativiteit en autonoom denken meegeeft, want de mensheid gaat een roerige eeuw tegemoet, waar meer van hen verwacht zal worden dan ooit van ons is verwacht. Ik hoop oprecht dat je de tv eens uitzet en nadenkt over de mensheid, voor je kinderen, die het beste verdienen.

    Asjemenou

    15 juli 2015 at 21:59

  15. Heel hartelijk bedankt voor het prachtig samenvatten van ons verhaal.
    Verdrietig dat het nu 3jr na het schrijven van uw blog, bij ons precies zo verloopt.
    Mvgr. D.Doerak

    D.Doerak

    9 december 2016 at 15:25

  16. Helder en compleet. Ook wij denken na over thuisonderwijs aan ons kind. Stuiten nu al op veel verzet (iedereen schijnt een mening te hebben zonder gefundeerd onderzoek te hebben gedaan). Erg sneu dat een land waarin men pretendeert vrij te zijn, dit alleen geldt zolang je kleurt binnen de lijntjes van dat land. Hetzelfde geldt voor de gedachte dat wij ruimdenkend zijn, dit gaat alleen op zolang je, je schikt binnen de maatschappij.

    Robert-Jan

    17 februari 2018 at 15:22


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: