Sytze Steenstra Blog

Archive for oktober 2013

Tags: abc, amoroso, stofzuigerzak, wij

leave a comment »

Zo nu en dan merk ik aan mezelf dat ik een onderdeel van de taal wantrouw. Het is een gewoonte, een tic, zoiets als met mijn vingers trommelen op de rand van de tafel of op een stoelleuning. Op het ogenblik zijn het de persoonlijk voornaamwoorden in de openbare ruimte, een aantal jaar geleden waren het namen van producten, daarvoor waren het afkortingen (afko’s).

De productnamen zijn het aardigst. We kennen allemaal boekenkast Billy, maar waar zijn dit de namen van?

Bolido, Clario, Ergospace, Oxygen, Oxy3system, Ultra Silencer, Specialist, Performer, Universe, Jewel, City-Line, Impact, Expression, Viva Control, Calypso, Essensio, Modelys, Quickstop.

Subito, Aviator, Amadeo, Padrino, Aventura, Sarabande, Torres, ES Enjoy, Adenzo, Impresario, Columbus, Winn, Amoroso, Bravour, Lacta, Tiberio, Ohio, Alanis.

Alle combinaties zijn ook goed: Amadeo Ergospace – een dure gezinsauto? Impresario Ultra Silencer – iedereen kent wel een artiest die hij het liefst naar dat impresariaat zou willen sturen. Jewel Amoroso – mascara?

Het zijn namen met de smaak van internationale nietszeggendheid, volmaakt inwisselbare handelsmerken die er waarschijnlijk op getest zijn dat ze ook bij Belgen, Koreanen, Kroaten, Finnen en Japanners geen associaties oproepen met scheldwoorden, ziektes, het nationaal oorlogsverleden, seksuele handelingen of bijwerkingen van de menselijke spijsvertering. Het eerste rijtje namen vond ik op een doos stofzuigerzakken, het tweede rijtje langs een fietspad in Overijssel, bij een akker vol proefrassen van mais.

De afkortingen, dat was een soort quiz die ik met mezelf speelde. Kan ik bij iedere denkbare combinatie van drie letters bedenken waar dat de afkorting van is?

AAA: Automobile Association of America

ABB: Averill Brown Bovery

abc: het alfabet, of ‘doodsimpel’, als in “Dat is een abc’tje”.

ABC: American Broadcasting Corporation

WC / WTC, ABN / DNB, GVD / GVR / GVB

(watercloset / World Trade Center, Algemene Bank Nederland / De Nederlandse Bank, godverdomme, Roald Dahls grote vriendelijke reus, het Amsterdams gemeentelijk vervoersbedrijf)

Enz. enz, nvt, zoz, svp. Internet zoekmachines hebben de scherpe randjes hier vanaf gehaald. Ik heb geen zin om het te proberen, maar ga er vanuit dat via Google voor iedere permutatie van drie letters vast wel iets te vinden is.

Persoonlijk voornaamwoorden (het rijtje  ik, jij, hij, zij, wij, jullie, zij) bezorgen me een vergelijkbare geestelijke jeuk, zodat ik wel moet krabben door even innerlijk te foeteren. Dat overkomt me als achter het persoonlijk voornaamwoord overduidelijk een onpersoonlijke doelstelling zit, een betekenis en een bedoeling die zijn ingekaderd door een marketingplan, een bedrijfsstrategie, een financieel-juridisch-organisatorisch kader dat persoonlijke betrokkenheid uitsluit. Onpersoonlijkheid kan op zich een groot goed zijn, bureaucratische organisaties staan vaak garant voor redelijkheid en rechtvaardigheid  zonder aanziens des persoons. Maar steeds vaker wordt iets wat zonder aanziens des persoons bestaat, of werkt, voorzien van een persoonsvorm. Waardoor ik me dan gemanipuleerd voel, ingepalmd tegen wil en dank. “I am Amsterdam”, “Leuker kunnen we het niet maken”, en niet te vergeten, “Wij ook!”

Wij ook! foto genomen in Maastricht, 2013. Op de achtergrond nog net zichtbaar, grotendeels door een boomstam aan het zicht onttrokken: een banier met "Jij ook!"

Wij ook! foto genomen in Maastricht, 2013. Op de achtergrond nog net zichtbaar, grotendeels door een boomstam aan het zicht onttrokken: een banier met “Jij ook!”

Het is een mengeling van een spelletje, kruiswoordpuzzelen in het vrije veld, en half onwillekeurige, reflexmatige taalfilosofie. Taal is een spel, een speelveld, collectief erfgoed, een collectief kunstwerk, een publieke arena waarin verschillende spellen en spelregels proberen de overhand te krijgen. Denk bijvoorbeeld aan de discussie over zwarte piet en racisme die als zwerfvuil in een herfststorm rond waait. Denk nu aan de discussie net daarvoor, over de discriminatie van homo’s in Rusland en diplomatieke onschendbaarheid en de Olympische Winterspelen, en of Nederland maar moet ophouden met het feestelijk vieren van 400 jaar Nederlands-Russische betrekkingen. (Denk nog maar even niet aan de vele veranderingen van het grondgebied van Nederland en Rusland in die 400 jaar. Vieren we dan ook, impliciet, de goede betrekkingen tussen Indonesië en Azerbeidzjan, om maar een zijstraat te noemen? Beide landen waren in het koloniaal verleden onderdeel van Nederland en Rusland, daarmee ook van deze goede betrekkingen?) Houd het simpel en probeer je voor te stellen welk speelveld zwarte piet/racisme en winterspelen/homodiscriminatie met elkaar delen. Het is een mengelmoes van spel, traditie, rancune, verdringing, gewoonte, folklore, reclame, massamedia, internationale diplomatie en geschiedenis; eerder een strijdperk dan een sportieve ontmoeting.

Het terrein is, zoals dit voorbeeld hopelijk duidelijk maakt, onbegrensd. Mer à boire. Geen beginnen aan. Bierkaai. Vandaar dat ik er niet aan begin, behalve wanneer het zich als een idiosyncrasie opdringt: jeuk aan m’n taalgevoel. Er zijn gelukkig meer mensen met deze kwaal, regelmatig kom ik een gedicht of een kunstwerk tegen dat precies krabt op een plek waar ik zelf niet zo goed bij kan. Op de Manifesta, vorig jaar in Genk, was er een installatie van Tina Gverovic en Ben Cain die dat deed. Bij eerste kennismaking, van een afstandje, leek het een losse verzameling geometrische vormen, grijs gemarmerd ook nog, toonbeeld van een specifiek soort lelijke nietszeggendheid, alsof iemand de plinten heeft verzameld van balies van belastingkantoren en reisbureaus en sanitairgroothandels om die tentoon te stellen als proeve van alledaags modernisme.

Overzicht van een gedeelte van de installatie van Tina Gverovic en Ben Cain

Overzicht van een gedeelte van de installatie van Tina Gverovic en Ben Cain

Bij nadere kennismaking, na lezen en herlezen, was het een installatie van prozagedichten die samen iets van de binnenwereld van de alledaagse moderniteit uitlichten, waar persoonlijk en onpersoonlijk hun stoelendans doen.

Een van de affiches in de installatie (detail):  Show us what the subject does.  First show us what the object does.  What?  The after-lunch object, the thing that emerges at the end of a good day.  Sorry, it's all non-fabricated things here, all subjects, non of the other.  (Speechless)

Een van de affiches in de installatie (detail):
Show us what the subject does.
First show us what the object does.
What?
The after-lunch object, the thing that emerges at the end of a good day.
Sorry, it’s all non-fabricated things here, all subjects, non of the other.
(Speechless)

Nog een detail van de installatie van Ben Cain en Tina Gverovic

Nog een detail van de installatie van Ben Cain en Tina Gverovic

Nog een tekst uit dezelfde installatie

Nog een tekst uit dezelfde installatie

Written by sytzesteenstra

27 oktober 2013 at 17:01

Art brut in Museum Dr. Guislain

leave a comment »

Eind juli, toen het zo warm was, waren Josh en ik een paar dagen in Gent. We bekeken de stad, het Lam Gods, de Vooruit, (elk op zijn manier prachtig), het SMAK (walmend van formele esthetiek, daarover misschien later), maar het Museum Dr. Guislain liet de diepste indruk achter. De impressie is inmiddels bestorven, het leven kwam er tussendoor: op de terugweg van Gent naar Maastricht werd Josh een klein beetje ziek. De maanden daarna, in telegramstijl: zware maagklachten, zware longontsteking, zware uitbraak van activiteit van sarcoïdose, zware medicatie. Een brute confrontatie met een ziekte zonder omlijnd ziektebeeld.

‘Brut’ betekent volgens het woordenboek ruw, grof, primitief, lomp, onbeschaafd, onbewerkt, Aan het einde van het lemma geeft het woordenboek een speciale vertaling voor ‘art brut’: “de art brut, de spontane kunst”. Zou Jean Dubuffet dat bedoeld hebben, “spontaan”, woord dat met alle winden meewaait? Dacht het niet, chotferredomme, om het op z’n dubuffets te zeggen. Bruut: rauw, onaangepast. Net als “outsider art”, de in Nederland gangbare vertaling, is art brut een codenaam voor kunst die is gemaakt door mensen die niet alleen losstaan van de kunstwereld, maar die ook niet in de samenleving passen, die in psychiatrische inrichtingen leven. Misschien passen ze door hun ziekte niet eens in hun eigen leven: wie kent de bezoekingen van andermans waanzin?

Museum Guislain ligt een flink eind buiten de Gentse binnenstad, je nadert het via een wat troosteloze weg langs een kaarsrecht kanaal. Rechtsaf op het kruispunt bij de Dr. Guislainbrug, door de Dr. Guislainstraat naar het meer dan honderdvijftig jaar oude Dr. Guislaincomplex, waar het Museum Dr. Guislain een onderdeel van is. Alles ademt hier psychiatrie en waanzin; delen van het complex zijn nog in gebruik als psychiatrisch ziekenhuis. Een wegwijzer biedt de keuze uit centrale diensten, psychiatrisch centrum, ziekenhuisafdelingen, directie, administratie en museum. Het museum zelf is ook complex en meerlagig: het is een museum van de geschiedenis van de psychiatrie, het gebouw is zelf een onderdeel van die geschiedenis, er zijn exposities van hedendaagse kunst die aansluit bij de psychiatriegeschiedenis, en er wordt art brut tentoongesteld.

een assemblage van Dirk Martens

Dirk Martens: zonder titel, 2006

Het ding dat mijn aandacht het sterkst naar zich toetrok was dit werkstuk van Dirk Martens. Assemblage? Altaar voor een persoonlijke mythologie? Boot, ruimteschip? Commentaar op de psychiatrie, op de tests en kuren, de apparaten? Het is origineel en vreemd genoeg om al die haastig wegschietende interpretaties tegelijk te vangen en vast te prikken.

Zijaanzicht van hetzelfde werk van Dirk Martens.

Zijaanzicht van hetzelfde werk van Dirk Martens. Materialen: een papieren stofzuigerzak, elektriciteitsdraad, doordrukverpakkingen van kauwgom met daarin kleine portretfoto’s (uit tijdschriften geknipt?), een houten krul (van een solide eiken meubel?), houten prikkers en latjes, …

Dezelfde assemblage, nu van boven: een pocketboek 'Les clés du Nirvana (De sleutels van het Nirvana), een liggend vrouwenbeeldje, cirkels (van speelgoed?)

Nog eens het zelfde werk: een pocketboek ‘Les clés du Nirvana’ (De sleutels van het Nirvana), een liggend beeldje met het lichaam van een crucifix? of een vrouw?) met daarop gemonteerd een Aziatisch aandoend hoofd (Boeddha?) , twee blauwe plastic tekencirkels en een gekleurde cirkel (speelgoed?).

Rauw en bruut, dat betekent ook onaangepast, geen imitatie van een aangeleerde stijl, geen academische referenties aan de kunstgeschiedenis, en dus geen houvast voor de kijker. Ik heb wel “Les Clés du Nirvana” op internet opgezocht. Het boek is van een Engelse auteur van paranormale/occulte/spiritistische bestsellers, die zichzelf een Tibetaanse naam, T. Lobsang Rampa heeft aangemeten. Aan zijn werk zijn websites gewijd vol UFO’s en aura’s en zielsverhuizingen; spul uit de wonderlijke en lichtgelovige wereld van L. Ron Hubbard (Scientology) en Erich von Däneken (“Waren de goden kosmonauten?”). Het is best mogelijk dat Dirk Martens alleen het werk van die Lobsang Rampa heeft willen illustreren. Maar binnen de context van Museum Dr. Guislain kan Martens’ assemblage evengoed verwijzen naar beelden zoals dit:

Meettafel voor antropometrie

Meettafel voor antropometrie, uit de tijd waarin het opmeten van lichaam en (vooral) schedel een gangbare wetenschappelijke methode was om mensen te categoriseren. Deze tafel werd tot halverwege de twintigste eeuw gebruikt in de gevangenis van Leuven-Centraal. Museum Dr. Guislain, historische afdeling

Een oud bed in een van de museumzalen

Een oud bed in een van de museumzalen

Dwangkist, of 'dekselbed'.

Een negentiende-eeuwse dwangkist of ‘dekselbed’ in de historische afdeling.

Of zelfs naar dit soort psychiatrische scènes:

De folder van Museum Dr. Guislain - geschiedenis van de psychiatrie: insulinetherapie (circa 1950?) - door toedienen van insuline werd een tijdelijke coma opgewekt.

De folder van Museum Dr. Guislain – Geschiedenis van de psychiatrie: insulinetherapie (circa 1950?) – door toedienen van insuline werd een tijdelijke coma opgewekt.

Voeg deze vier bedscènes samen, combineer ze met iets als Bernini’s beroemde Extase van de Heilige Teresa, en je hebt ook een interpretatie van Dirk Martens’ bricolage.

‘Dr. Guislain’ is een ongewoon mengsel van wetenschapsmuseum, museum van beeldende kunst en museum voor art brut. Het is in alle opzichten het tegendeel van de ‘white cube’, de smetteloos witte, volkomen neutrale en context-loze museale ruimte. Alles is doordrongen van de geschiedenis van de psychiatrie. Zelfs het museumcafé ademt nog iets van de sfeer van een instituutskantine, met dat luik in de zijmuur waarachter het t.l.-licht vrij spel heeft over een goedkoop keukenblok. Geen design of interieurarchitectuur te zien. De bediening gaat rustig en ongewoon weloverwogen te werk, en voordat ik een koffie, een limonade en twee koeken afreken wordt de optelsom van die consumpties eerst op een papiertje gemaakt en door een collega gecheckt. Ik leerde later dat de mensen die hier aan het werk kunnen inderdaad zelf een tijd in een psychiatrische inrichting hebben doorgebracht. Het lijkt ook alleen maar passend dat zelfs de papieren servetjes een trauma met zich meedragen.

In het museumcafé

In het museumcafé

De servethouder in de kantine. Wordt verwacht: oorlog en trauma

Een servetdispenser in het cafetaria. “Wordt verwacht: oorlog en trauma.”

De geschiedenis van de psychiatrie heeft geen gebrek aan onderdelen die zelf nu een beklemmende, misdadige of ronduit krankzinnige indruk maken, Neem dit bijvoorbeeld, een behandelapparaat in de vorm van een Chinees tempeltje (waarom Chinees? waarom een tempeltje?), nota bene voorgesteld door Dr. Guislain zelf, in 1826:

Verrassingsbad. Reconstructie.

Verrassingsbad (reconstructie)

Ik citeer Guislain uit de toelichting in het museum: “Een kleine Chinese tempel waarvan het interieur een beweegbare ijzeren kooi bevat, uit een lichte constructie, die in het water zinkt door te zakken in een glijschuif, door haar eigen gewicht, door middel van hijsblokken en touwen. Men leidt de krankzinnige, met het doel hem deze behandeling te laten ondergaan, binnen in dit huisje: een helper sluit de deur langs de buitenkant, terwijl een andere een hendeltje bedient waardoor de zieke, opgesloten in de kooi, ondergedompeld wordt in het water. Nadat men de gewenste behandeling heeft uitgevoerd, laat men de machine weer omhoog komen.”

Minder spectaculair maar niet minder welsprekend is een inrichtingsreglement uit de negentiende eeuw. Het eerste voorschrift identificeert de directie van het gesticht zonder omhaal met God zelve, “Orde regeert de Wereld, en wie zich aan tucht onderwerpt, dien heeft God lief. Alle voorschriften der Directie zullen stipt worden opgevolgd.” Het reglement is tegelijk praktisch, utopisch en religieus van aard, lijkt het. Ik citeer nog een paar regels:

II.

Alle bewoners van het gesticht vormen één huisgezin.

III.

Door rust en kalmte gedijt het leven en geneest de zieke. […] Luid roepen, schreeuwen, deuren toeslaan enz. is verboden.

V,

Niemand zal onregt ondervinden, nog onregt doen.

X.

Die heerst over zijne geest is sterker, dan die eene stad inneemt. Ieder mens is vatbaar voor toenemende verbetering. Aansporing tot en oefening in zelfbestuur en zelfbeheersing is daartoe een zeer vermogend middel. Een ieder is verpligt daartoe werkzaam te zijn, voor zich zelven en voor anderen.

XIII.

Alles wat gij denkt, God weet het.

Alles wat gij spreekt, God hoort het.

Alles wat gij doet, God ziet het.

Het reglement van een negentiende-eeuwse inrichting

Voor de ingang van het museum

Voor de ingang van het museum / het ziekenhuis

Behalve de art brut werd er ook hedendaagse kunst getoond, geselecteerd op een niet nader gespecificeerde, en niet altijd even gemakkelijk te achterhalen samenhang met psychiatrie en geschiedenis van de psychiatrie. Wat mij opviel was dat ik werk van kunstenaars als Tracey Emin, Jake en Dinos Chapman, en Ronald Ophuis, werk dat ik gewoonlijk enorm wantrouw vanwege het sensationalisme dat er aan hun thematiek kleeft (seksuele misère bij Emin, gruwelijk oorlogsgeweld bij de Chapmans en Ophuis) in deze omgeving een heel andere indruk op mij maakt. Hier komt het op mij over als een herinnering dat we allemaal een plaats moeten zien geven aan gruwelbeelden, en dat niet iedereen daartoe in staat is zonder er een obsessionele of traumatische verhouding toe te ontwikkelen.

Veel art brut geeft als het ware een blik van binnenuit op een obsessie, of tenminste is het beeld obsessief gevuld, overal waar een plekje over is wordt nog een detail, nog een gezicht, nog een opschrift of ornament toegevoegd. Ik plak hier vier foto’s van voorbeelden (met excuses voor de matige kwaliteit, ik was vergeten een echte camera mee te nemen en heb de i-pad van Josh gebruikt.)

Sculptuur A. C. M.

Sculptuur A. C. M. (detail).  Uit het bijschrift: “De initialen A. C. M. staan voor een stel: Alfred is de auteur van de werken en Corinne de engelbewaarder die een brug slaat tussen Alfred en de buitenwereld.”

installatie (detail), Langner

installatie (detail), Hans Langner

Breisel van Lortet

Breisel van Marie-Rose Lortet. Een bijschrift in het museum vertelt dat Lortet werd ontdekt door Jean Dubuffet.

Scheepsmodel. Detail. De naam van de maker kon ik nergens vinden.

Scheepsmodel. Detail. De naam van de maker was niet te vinden.

Dertig jaar geleden, toen het mij moeite kostte Michel Foucaults “Geschiedenis van de waanzin” te lezen, met z’n eigenaardige vermenging van wetenschapsgeschiedenis en geëxalteerde retoriek, was dit museum de ideale bestemming voor een excursie geweest. In vitrines liggen boeken van psychiaters als de Fransman Pinel, over wie Foucault schreef en door wie Guislain wel geïnspireerd zal zijn. Tegenwoordig maakt het in de eerste plaats indruk omdat de ziekte van Josh me er dag in dag uit van doordringt dat de werkelijkheid zelf vaak brut is, lomp en grof, en dat het vrome “Niemand zal onregt ondervinden, nog onregt doen”, al onderstreep ik het van harte, de natuur zelf soms geen donder kan schelen. Het menselijk auto-immuunsysteem is zelf in een voortdurende Darwiniaanse evolutie verwikkeld, heb ik ooit gelezen, een struggle for life op het niveau van celsystemen, bacteriën en virussen. Onregt kan ook dom toeval zijn. Iedere dag een klein scheutje rouw, soms laat dat het zoete des te scherper uitkomen, soms is het bitter. Ruw, grof, en bitter. Maar een bezoek aan museum Dr. Guislain kan ik iedereen aanraden.

Written by sytzesteenstra

20 oktober 2013 at 19:53