Sytze Steenstra Blog

Archive for mei 2013

Interview met een brood (voor Hans Kloos)

with one comment

Op 26 mei verscheen een nieuwe bundel gedichten van Hans Kloos, De interviews. De presentatie vond plaats in het Amsterdamse café The Cotton Club, waar K. Michel en ik samen het voorprogramma mochten verzorgen. Hans had ons uitgenodigd zelf ook een interview (in de allerruimste zin van het woord) te maken; mijn interview staat hier onder. De interviews verscheen bij uitgeverij De Contrabas. Op de site van Hans Kloos zijn als voorproefje vijf gedichten te lezen. (In juli vorig jaar had ik het hier al even over Hans’ interview met Hmhm.)

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

‘De interviews’, tekening: Han Hoogerbrugge

Dames en heren,

ik wil voor u graag een brood interviewen. Dat is natuurlijk niet eenvoudig. Brood is soms niet zo spraakzaam, brood kan verlegen zijn, of zich in het gesprek verschuilen achter de clichés die we allemaal al kennen, dus ik ga u vragen mij zo veel mogelijk te helpen.

Om te beginnen wil ik u vragen zich voor te stellen dat het gaat om een televisie-interview. U bent het studiopubliek. U hoort om te beginnen de tune van het programma, schetterende muziek met een dwingende beat, een kopersectie van trompetten en saxofoons nagebootst op een synthesizer. Misschien kunt u zich de begintune van Miami Vice herinneren? Zoiets wil ik graag, maar als ik het zelf probeer te zingen klinkt het als de tune van Dallas, dus dat laat ik achterwege. Als u de muziek in uw verbeelding heeft aangezet, komt de interviewer binnen, die beroemd is om zijn vlijmscherpe en razend intelligente vragen.

interviewer: Dames en heren, hartelijk welkom in de studio, waar we vanavond iemand te gast hebben die we allemaal kennen, iemand van wie we allemaal denken dat we weten hoe hij in elkaar zit, maar van wie ik hoop dat hij zich vanavond van een verrassend persoonlijke kant wil laten zien: brood. Meneer brood, dank u wel dat u heeft willen komen vanavond, hartelijk welkom, gaat u zitten.

De vraag waar ik mee wil beginnen ligt voor de hand. We kennen uw bevlogenheid. Uw leven staat in het teken van een persoonlijke missie: ‘brood met liefde en passie als enige toevoeging’. U weet dat over liefde en passie al veel is gezegd en geschreven. Wilt u ons vanavond nog één keer vertellen wat dat voor u betekent, in uw leven?

brood: Meneer Steenstra, dank u wel dat u mij heeft uitgenodigd. Ja, ‘brood met liefde en passie als enige toevoeging’, die vraag had ik natuurlijk van u verwacht, en ik zal er geen doekjes om winden. Ik weet dat er mensen zijn die mij daarom uitlachen, en daar hoort u zelf ook bij, meneer Steenstra. Ik weet wel dat u graag cynische grappen maakt. Sarcasme is uw handelsmerk, en ik heb via via gehoord dat u over mij gezegd heeft, “brood met liefde en passie als enige ingrediënt, wat is dat nou voor flauwekul? Ik heb liever brood met meel en gist als ingrediënten dan dat soort onzin. Liefde en passie in een broodzak – tsjeesis.” Ja, ontkent u het maar niet, zulke dingen zegt u, ook al heeft u vast en zeker niet de moed om het mij hier recht in mijn gezicht te zeggen, vanavond.

Maar ik kan u nu eindelijk eens rechtstreeks zeggen, van brood tot man, dat u moet ophouden om u met uw grappen dommer voor te doen dan u bent. U begrijpt volgens mij verdomd goed waarom er op mijn jasje staat dat ik “liefde en passie als enige toevoeging’ heb.

interviewer: eeeh, ..

brood: Nee, u moet me nu niet in de rede proberen te vallen. En voor u er grappen over maakt zal ik er maar zelf over beginnen: ik heb ook nog een sticker, en daarop staat: “Een unieke combinatie van een originele melange van granen en zaden met een authentieke bereiding. Donker brood met een knapperige korst.” En ja, dan staat er ook nog: “Het leven is genieten.” Dus ja, uniekorigineel, — authentiek, en als klap op de vuurpijl: het leven is genieten. Ja.

interviewer: U klinkt heel verontwaardigd, u blaast zich op, maar u bent toch gewoon een voorgesneden brood uit de supermarkt?

brood: Kijk, daar begint u alweer. Dat is precies de elitaire benadering die ik verwacht had, en waarop ik me had geprepareerd. Voor u ben ik maar gewoon, voorgesneden, alsof ik gesneden koek ben. Voor u met uw elitaire vrienden. Mag ik even tussendoor vragen: heeft u jarenlang in de grachtengordel gewoond?

interviewer: Eh, ja, maar wat heeft dat er eigenlijk mee te maken?

brood: U en uw vriendjes uit de elite, filosofen, dichters, kunstenaars, u heeft natuurlijk kritiek op mij, u staat daar ver boven, denkt u, maar ik zal u wel vertellen, mijn slogans, mijn teksten, dat is de poëzie van de werkelijkheid. De poëzie van de werkelijkheid, ja. Als u de moed heeft om eerlijk te zijn, dan weet u verdomd goed wat dat betekent, dat ik liefde en passie ben. Ik sta in contact met de werkelijkheid, dat betekent het. In de echte wereld ben ik een voorgesneden brood uit de supermarkt, ja, maar een brood voor welstandsklasse A, zal ik maar zeggen, een brood voor mensen die zichzelf durven te verwennen. Liefde en passie, dat heeft niets te maken met hartstocht, behalve dan dat ik me onderscheid van het goedkopere standaardbrood, en van de goedkope onder beschermende atmosfeer verpakte afbakbroodjes. En daarom liggen die ook in verticale rekken, terwijl ik bijna horizontaal mag liggen, meer floor space mag innemen. Ik lig op kratjes die wel van bruin plastic zijn maar die toch een houtnerf hebben, alsof het een kraam ergens op een marktplein is. Niets is wat het lijkt, alles verwijst naar iets wat het juist niet is, geen woord is eenvoudig, geen beeld is eenduidig, alles maakt deel uit van een hogere werkelijkheid.

interviewer: Ik vraag het nóg een keer: u bent toch gewoon een voorgesneden brood uit de supermarkt?

brood: Daar heb je uw insinuatie weer dat er iets gewoon aan mij zou zijn, of aan een supermarkt. U heeft geen idee! Daar lijkt het tenminste op. En u bent ziende blind. Ziet u soms niet hoe de ene helft van mijn verpakking van papier is, eerlijk, ouderwets, nostalgisch papier, en de andere helft van plastic, modern, luchtdicht, en transparant, zodat de klant kan zien wat hij koopt? Heeft u er wel eens over nagedacht wat dat betekent in termen van ingenieurs, machinepark, onderzoek naar sneldrogende lijm, zo’n verpakking als die van mij, tegelijk oud en modern? Origineel, ambachtelijk, authentiek, en tegelijk: pure technologische avantgarde! En ik ben maar één produkt, temidden van duizenden andere, de hele supermarkt zingt een lied van lyrische overgave. De liefdesliederen van de Levendige Kleur conditioner, de Bourgeois Geluk mousse, de Verrassend Volume lift-up paste — het is iedere dag Songfestival in het gangpad van persoonlijke verzorging. Er is geen gangpad, geen koelvitrine, geen schap zonder toegevoegde emotie.

Als ik even mag citeren, uit een prozagedicht dat is geschreven door mijn de afdeling lighting van mijn systeeminrichter: “Vers gebakken brood en broodjes moeten de indruk wekken dat ze net uit de oven komen. Verlichting met witgele of roodbruine tinten maakt dat zij er knapperig en smakelijk uitzien om de klanten te verleiden. Dit kan bereikt worden door de versheid te benadrukken met een champagnekleurige optiek.” Champagnekleurige optiek, meneer Steenstra, dat is wat ik verdien, en dat is wat ik heb. Heeft er ooit iemand een champagnekleurige optiek boven uw bureau gehangen? Ik bedoel maar!

Is het Rijksmuseum net heropend? Voor de koelvitrine met de zuivel ligt een grote sticker op de vloer met de tekst: “Hier staan is kunst ervaren”, en in de vitrine staan melkpakken met reproducties van meesterwerken, topkunst, stuk voor stuk excellente en wereldberoemde schilderijen van grote namen. Doen we mee aan een internationaal voetbaltoernooi? Wij hebben de emotie. Komt er een nieuwe koning? Wij hebben de emotie. Houdt uw kind van dieren? Wij hebben de emotie, en die voegen wij toe.

En daarom, omdat wij de emotie hebben, kan ik gerust zeggen dat ik ‘liefde en passie als enige toevoeging’ heb. Ik ben uniek, ook al ben ik doodgewoon, en ik ben origineel en authentiek, omdat ik het recht verdiend heb om dat op te schrijven, want ik heb er  hard voor gewerkt en ik heb de logistiek, de organisatie, en de technologie die nodig zijn om te zeggen: Het leven is genieten.

Interviewer en brood. Foto Aja Schwarz

Interviewer en brood. Foto Aja Schwarz.

Maar als u denkt dat er nog andere emoties zijn, meneer Steenstra, een andere werkelijkheid, dan gaat u uw gang maar, maar ik waarschuw u: Mijn emotie is getest en gebenchmarkt. Uw liefde en passie zouden wel eens onprofessioneel kunnen zijn, inefficient. U denkt misschien dat u zelf mag weten wat uw emotie is, maar bij mij op de zaak noemen we zo iemand een amateur.

interviewer: Dames en heren, mijn excuses — ik had dit werkelijk niet verwacht, ik kon dit niet weten. Het spijt me dat mijn gast stampvoetend is weggelopen. Een interview is altijd een risico, hoe goed we ook met de hele redactie tijdens de voorbereiding en in het  voorgesprek ons best doen om verrassingen uit te sluiten. Soms maakt gesneden brood van zijn hart geen moordkuil. We hadden afgesproken vooral te zullen praten over die leuke Franse baguette, over de mening van dit Nederlandse brood over zo’n charmante Franse collega, en wat dat allemaal betekent voor de eigen identiteit. Het was goed doorgesproken… maar een verrassing kun je nooit helemaal uitsluiten, dat is echte televisie. Ook dat is interviewen. Nogmaals, mijn excuses.

Het is tijd, ik moet afscheid nemen, maar ik wil nog even uw aandacht vragen voor mijn collega-interviewer Hans Kloos, die veel meer en veel uitdagender gesprekspartners aan zijn bureau heeft gehad dan ik, en die er ondanks dat allemaal nog fris bijzit, alsof zo’n interview je niet een jaar van je leven kan kosten, alsof gesneden brood niet de nagel aan je doodskist is.

Dames en heren, Hans Kloos!

Hans leest voor. Of beter: Hans dirigeert het publiek tijdens het samen, in call-and-response, declameren van zijn gedicht "In de grote winkel".

Hans leest voor. Of beter: Hans dirigeert het publiek tijdens het samen, in call-and-response, declameren van zijn gedicht “In de grote winkel”. Foto: Aja Schwarz.

Written by sytzesteenstra

29 mei 2013 at 11:41

Acht uur William Kentridge: Norton lectures 2012

with one comment

Het mooiste kunstwerk dat ik vorig jaar zag (ik was ook op de Documenta en de Manifesta, niets ten nadele van die twee) was “Black Box” van William Kentridge in het Joods Historisch Museum. “Black Box” is een mechanisch theater waarin een animatiefilm met muziek wordt geprojecteerd. Het theatertje is maar ruim twee meter hoog, twee meter breed en anderhalve meter diep, en de voorstelling duurt minder dan twintig minuten, maar als kunstwerk is het overvol, aandoenlijk en huiveringwekkend tegelijk. Het onderwerp van “Black Box”  is de Duitse kolonisatie van Zuid-West Afrika en de ambtelijk-politieke beslissing dat de bewoners van die kontreien, Herero en Nama (toen Hottentotten genoemd) géén Duitse onderdanen waren – en dus van hun land mochten worden gejaagd en, na het verzet dat daar onvermijdelijk op volgde, mochten worden gedeporteerd, gedood, in concentratiekampen opgesloten, ingezet als dwangarbeiders. Volgens de Verenigde Naties was dit de eerste genocide van de twintigste eeuw. “Black Box” is geschiedenisles, opera en filosofie tegelijk. En vooral, uiteraard, een kunstwerk.

Geschiedenisles: zie Wikipedia: “Namibische genocide” (1904). In het lemma staat ook dit zinnetje over vader en zoon Göring, een zin die deze genocide bijna terloops relateert aan de holocaust: “Vanuit de kustplaatsen […] trokken de eerste kolonisten het binnenland in en werd in Otjingbingwe  een koloniaal administratiekantoor door een handvol functionarissen bemand onder leiding van rijkscommissaris Dr. Heinrich Ernst Göring (de vader van Hermann).”

Opera: op het geluidsspoor bij “Black Box” staat de aria In diesen heil’gen Hallen uit Die Zauberflöte, gecombineerd met opnames van zang uit Namibië en met voor Kentridge gecomponeerde muziek van Philip Miller. De tekst van de aria wordt dubbelzinnig tegen de achtergrond van de geschiedenis:

In diesen heil’gen Mauern,
Wo Mensch den Menschen liebt,
Kann kein Verräter lauern,
Weil man dem Feind vergibt.
Wen solche Lehren nicht erfreun,
Verdienet nicht ein Mensch zu sein.

Kentridge regisseerde in 2005, het jaar waarin hij “Black Box” maakte, ook een complete “Zauberflöte”. Hij plaatste de opera in een kolonialistische setting om te laten zien hoe Verlichtingsdenken dat in Mozarts opera wordt gecelebreerd, dus de redelijkheid zelve, gecombineerd was met macht, onbegrensde macht.

Filosofie: het historische thema in combinatie met Kentridge’s beelden, mechanische meetinstrumenten en anthropometrische diagrammen tegen de achtergrond van een vloed van kranten, verordeningen, en decreten deed mij onweerstaanbaar denken aan de discoursanalyse en de archeologie van de macht van Michel Foucault. En de pop in de vorm van een lampje die “Trauerarbeit” heet, zou kunnen verwijzen naar het lampje waarmee animatiestudio Pixar z’n films begint, maar nog beter naar Adorno’s Dialectiek van de Verlichting.

Natuurlijk staan er registraties van “Black Box” op YouTube, maar dat zijn niet meer schimmen van het theatertje zelf. Op video is het samenspel tussen de poppen, de coulissen en de tekeningen niet goed te zien. Toch geeft zo’n filmpje een indruk, dus ik plak er hier een:

Waarom schrijf ik dit? Hoe vol geschiedenis, wreedheid en rouw “Black Box” ook is, ik zag er ook nog ruimte in voor de verbazing en het plezier dat uit houtskooltekeningen en poppen zo veel verhalen kunnen opduiken. Klopt dat? Hoe doet Kentridge dat, wat denkt hij er zelf over? Ik ontdekte vanochtend dat Kentridge in 2012 de zeer prestigieuze Norton Lectures heeft verzorgd, als hoogleraar poëzie (in de ruimste betekenis van het woord: kunst) aan Harvard; en die zes lezingen, plus een “Q & A”, zijn op internet te bekijken. Ik heb ze nog niet gezien, maar ben van plan er de komende week of weken regelmatig ’s avonds een te gaan zien.

Hier is de link: http://mahindrahumanities.fas.harvard.edu/content/norton-lectures.

Written by sytzesteenstra

10 mei 2013 at 17:21