Sytze Steenstra Blog

Het zwart in de romans van A. S. Byatt (2)

leave a comment »

Harry Potter en “The Children’s Book”

Tijdens het lezen in “Het boek van de kinderen” heb ik geen moment aan de Harry Potter – serie gedacht. Pas toen ik me achteraf in Byatt’s verdere werk ging verdiepen, werd me langzaamaan duidelijk dat er een verband zou kunnen bestaan. Dat zit zo. In 2003 publiceerde Byatt een opiniestuk in de New York Times over de Harry Potter – rage, “Harry Potter and the Childish Adult”. Zoals de titel al aangeeft, liet Byatt zich kritisch uit over het fabelachtige succes dat J. K. Rowling’s boeken ook bij volwassen lezers hadden.

Byatt verklaart in haar krantenstuk het succes van  de Harry Potter – boeken in de eerste plaats met behulp van het Freudiaanse begrip ‘familieroman’: een kind dat de tekortkomingen van de eigen ouders ontdekt, kan hen vervangen door een fictief gezin in een fantasiewereld waarin het zelf de hoofdrol speelt – wat natuurlijk mooi past bij Potter, die zijn dreuzels inruilt voor tovenaars. Byatt vergelijkt de fantasiewereld van Rowling met die van andere auteurs die toverwerelden hebben beschreven (ze noemt  Auden en Tolkien, beide, niet toevallig, ook hoogleraar in de letteren):

“Ms. Rowling’s magic world has no place for the numinous. It is written for people whose imaginative lives are confined to TV cartoons, and the exaggerated (more exciting, not threatening) mirror-worlds of soaps, reality TV and celebrity gossip. […] So, yes, the attraction for children can be explained by the powerful working of the fantasy of escape and empowerment, combined with the fact that the stories are comfortable, funny, just frightening enough. […] These are good books of their kind. But why would grown-up men and women become obsessed by jokey latency fantasies? Comfort, I think, is part of the reason. Childhood reading remains potent for most of us. In a recent BBC survey of the top 100 ”best reads,” more than a quarter were children’s books. We like to regress. I know that part of the reason I read Tolkien when I’m ill is that there is an almost total absence of sexuality in his world, which is restful. But in the case of the great children’s writers of the recent past, there was a compensating seriousness. There was — and is — a real sense of mystery, powerful forces, dangerous creatures in dark forests.  […] Reading writers like these, we feel we are being put back in touch with earlier parts of our culture, when supernatural and inhuman creatures — from whom we thought we learned our sense of good and evil — inhabited a world we did not feel we controlled.” (http://www.nytimes.com/2003/07/07/opinion/harry-potter-and-the-childish-adult.html?pagewanted=4&src=pm)

Hier zijn, denk ik, meer dan een paar fundamenten gelegd voor Byatt’s eigen “Children’s Book”: een kinderboek voor volwassenen, een volwassen roman over de historie van het kinderboek en bovendien over de plaats van sprookjes en fantasieën in de geschiedenis. Byatt heeft geprobeerd een “Harry Potter” of een “In de ban van de ring” te schrijven, zónder de oppervlakkigheden die zij aan Potter ziet; en dat toch het verlangen naar “een echt leesboek “ serieus neemt. “A surprising number of people — including many students of literature — will tell you they haven’t really lived in a book since they were children. Sadly, being taught literature often destroys the life of the books”, schreef Byatt ook nog in “Harry Potter and the Childish Adult”. In de Nederlandse recensies van “Het boek van de kinderen” die ik erop heb nagelezen (NRC, Trouw, Vrij Nederland) vond ik geen enkele verwijzing naar Byatt’s artikel over Potter. Wél in een recensie in de Financial Times – door alweer een docent literatuurwetenschap, Sophie Gee: “Byatt is grappling with a lot of the same problems as Rowling. […] How to manage the problem of death, both as a child and as an adult.” (De recensie is interessant, en ik had meer willen citeren, maar op mijn scherm verscheen een waarschuwing van de Financial Times dat hun copyright het citeren van meer dan dertig woorden zou verbieden. De complete recensie is wel op internet te lezen:  http://www.ft.com/cms/s/2/ea071f98-35dc-11de-a997-00144feabdc0.html#ixzz1dyXwQkz2.)

Er schijnen inmiddels 450 miljoen Harry Potter – boeken verkocht te zijn, een verbluffend getal. Byatt reageert in “The Children’s Book” op twee manieren op Harry Potter. Om te beginnen werkt Byatt de Freudiaanse ‘familieroman’, het thema van het verzonnen gezin, uit in een reeks variaties. Ieder gezin is bij Byatt deels een verzonnen gezin, deels een werkelijkheid waaraan niemand ontsnapt. Haar personage Olive Wellwood schrijft haar kinderboeken deels omdat zij in haar fantasie de onwelkome herinneringen aan het mijnwerkersgezin waarin ze opgroeide, kan gebruiken en verwerken. Olive schrijft ook verhalen voor haar eigen kinderen, voor elk een eigen verhaal in een eigen boek, vol met sprookjesachtige en nachtmerrieachtige elementen. Wat Byatt vooral doet in “The Children’s Book” is keer op keer beschrijven hoe werkelijke gezinnen en ‘familieromans’ onontwarbaar zijn:

“A family, and a human being inside a family, put together a picture of their past in voluntary and involuntary ways, carefully constructed, arbitrarily dictated. A mother remembers one particular summer gathering on the lawn, with iced lemonade in a jug, and everyone is smiling – as she puts in the album the one photograph where everyone is smiling, and keeps the scowling faces of the unsuccessful snapshots hidden in a box. A child remembers one scramble over the Downs, or a zigzag trot through the woods, out of the many, many forgotten ones, and shapes his identity around it… And the memory changes when he is twelve, and fourteen, and twenty, and forty, and eighty, and perhaps never at any of those points represented precisely anything that really happened. Odd things persist for inexplicable reasons. A pair of shoes that never quite fitted. A party dress in which a girl always felt awkward, though the photos are pretty enough. One violent quarrel of many arising from the unjust division of a cake, or the desperately disappointing decision not to go to the seaside. There are things, also, that are memories as essential and structural as bones in toes and fingers. A red leather belt. A dark pantry full of obscene and lovely jars.”

Zelfs de wereldgeschiedenis is volgens Byatt niet los te zien van gezinnen, families en hun fictieve werkelijkheden; ze suggereert zelfs dat de Eerste Wereldoorlog zèlf niet in de laatste plaats voortkomt uit een ruzie tussen de Europese vorsten, die per slot van rekening allemaal familie van elkaar waren. Harry Potter ontsnapt aan zijn dreuzelgezin, maar in de wereld van Byatt ontsnapt uiteindelijk niemand aan de verwikkelingen van gezinnen en families.

In de tweede plaats heeft Byatt ‘potter’ verwerkt in de constructie van haar roman, waarin aardewerk en pottenbakkers, “potters” en “pottery” in het Engels, een belangrijke rol spelen. Philip Warren is de romanfiguur uit “The Children’s Book” die een overeenkomstige ontwikkeling als Harry Potter lijkt door te maken. Hij is weggelopen van zijn gezin – zijn vader is omgekomen bij een ongeluk in een pottenbakkersoven, zijn moeder beschildert porselein – en is in een volkomen ander milieu terechtgekomen; “They were aliens”, denkt hij in eerste instantie. Philip gaat in de leer bij een ervaren ‘potter’, Benedict Fludd.

Byatt benadrukt op verschillende manieren dat het maken van keramiek een kwestie van leven en dood kan zijn. Voor de ‘potters’ in “The Children’s Book” spelen seksualiteit en het numineuze nadrukkelijk wèl een rol. Alles wat met klei, aardewerk, keramiek en vaaskunst te maken heeft, heeft een mythische dimensie in haar boek: “Fludd lachte kort en merkte op dat mislukkingen bij andere kunstvormen nooit zo totaal en spectaculair waren als die met klei. Je bent afhankelijk van de elementen, zei hij. Door elk van de andere vier – aarde, lucht, vuur, water – kun je verraden worden en kan er iets smelten of barsten of in stukken vallen – het werk van maanden wordt stof en as en sissende stoom.” En ze is goed in het vinden van historische voorbeelden van mythisch aardewerk die dit ondersteunen:

Een bord uit de school van Bernard Palissy, (waarschiinlijk) uit de zestiende eeuw.

Byatt schreef een dialoogje bij zulke borden:

‘It looks unusually difficult.’
‘It is said, and I believe it to be true, that the ceramic creatures are built round real creatures — real toads, eels, beetles.’
‘Dead, I do hope.’
‘Mummified, it is to be hoped. But we do not know precisely. Maybe there is a tale to be told?’
‘The prince who became a toad and was imprisoned in a dish? How he would hate watching the banquets.’

En deze vaas, een uitbeelding van de Prometheus-mythe. Byatt schrijft: “Prometheus in fleshy earthenware sprawled on the turquoise dome of the lid. A green-gold eagle perched on his thigh and belly, and tore at his crimson liver. The tall handles were blond-bearded chained Titans in mail shirts. The body of the vase was painted with fury, a whirling scene of mounted, turbaned oriental hunters and hounds, spearing a hippopotamus at bay, its painted mouth wide open, displaying tusks, molars, and a coral tongue and throat. At the foot of the vase snakes were coiled and intertwined with acanthus leaves. Philip stared. He could not begin to comprehend the glazes, let alone the subject-matter.”

De 'Prometheus vaas' uit 1867, Minton & Co., ontwerp Victor Simyan, beschildering Thomas Allen.

Benedict Fludd, de ervaren kunstenaar die tovenaarsleerling Philip verder opleidt, is overigens allesbehalve een prettig mens; hij misbruikt zijn dochters, heeft een religieuze obsessie en pleegt uiteindelijk zelfmoord. (Byatt verwijst als een van de historische voorbeelden voor Fludd naar de biografie van de Engelse  beeldhouwer en grafisch ontwerper Eric Gill, vooral bekend als ontwerper van het lettertype Gill Sans.) Philip, de leerling, komt uiteindelijk in de Eerste Wereldoorlog bijna om het leven in de klei en de modder van de Belgische loopgraven. Terwijl in het veldlazaret de granaatscherven uit zijn benen worden gehaald, zegt hij: “When I went under, I thought, it’s a good end for a potter, to sink in a sea of clay. Clay and blood.”

Written by sytzesteenstra

20 november 2011 bij 20:54

Geplaatst in filosofie, literatuur, romantiek

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: