Sytze Steenstra Blog

Het zwart in de romans van A. S. Byatt (1)

with one comment

In april, alweer een half jaar geleden, las ik “Het boek van de kinderen” van A. S. Byatt, toen voor mij nog een onbekende schrijfster. Ik vond het een imposante roman, en de indruk die het boek achterliet bleef me zo lang bij dat ik meer van haar werk ging lezen. En een groot gedeelte van van wat ik daar las, etste die indruk nog dieper. De vele personages en ideeën en verwikkelingen in “Het boek van de kinderen” lijken meer contouren te hebben dan de personages in de meeste romans: het licht is er feller, de schaduwen meer fluwelig, de kleuren scherper, het zwart dieper.

Omslag van de Nederlandse vertaling van Byatt's "The Children's Book". De libelle / vrouw / Vogel Grijp op de omslag is een broche van Lalique uit 1897-98.

Door meer van Byatt te lezen, hoopte ik meer zicht te krijgen op haar werkwijze. “Het boek van de kinderen” is in eerste instantie een traditionele historische roman met een uitgebreide schare personages. Byatt beschrijft de lotgevallen van een losse kring van Engelse kunstenaars en vrijdenkers met hun kinderen en verwanten, beginnend in 1895 en eindigend kort na de Eerste Wereldoorlog. Het is ook een ideeënroman, waarin artistieke, politieke en levensbeschouwelijke motieven een belangrijke rol spelen. Byatt schrijft over de Arts and Crafts beweging, over de opkomst van kinderboeken, over poppentheater, de belangstelling voor folklore en mythologie, over socialisme, feminisme en anarchisme, naturalisme, vrije seksualiteit, vrije opvoeding, met een aandacht voor details waaruit haar liefde voor research duidelijk blijkt. “Het boek van de kinderen” is bovendien een zelfbewust literair werkstuk: overal is Byatt’s regie voelbaar als een resolute aanwezigheid die schakelt van het historische detail naar het grote overzicht, die in de roman nadrukkelijk van perspectief en van genre wisselt, en die haar personages en de kunstwerken en ideeën waarmee zij bezig zijn regelmatig ook gebruikt als signaal aan de lezer, om te wijzen op de constructie van haar eigen roman.

Dat ik meer van Byatt wilde lezen, was in eerste instantie dan ook simpelweg uit trek in meer van het koppige en zware leesplezier dat ik in haar Kinderboek vond. Dat kreeg ik, maar anders dan ik had verwacht. Hoewel haar romans zonder uitzondering meeslepend en uiterst knap geconstrueerd zijn, is mijn indruk dat “The Children’s Book” haar meesterwerk is. Maar wat ik in Byatt’s oudere romans (“The Children’s Book” is uit 2009) en in enkele artikelen en voorwoorden van haar hand in overvloed vond, is een expliciete en breed uitwaaierende visie op literatuur, literatuurwetenschap en lezen. Die visie is wat mij betreft even boeiend als “Het boek van de kinderen”.

Byatt heeft literatuurwetenschap gestudeerd en ook gedoceerd, en ze polemiseert in haar werk tegen de strikte scheiding tussen literatuur als kunstvorm en literatuurwetenschap als de methodologische studie van die vorm, tegen de dominante rol die aan de semiotiek is toegekend en aan post-structuralistische theoretici als Lacan, Foucault en Barthes, tegen de ‘cultural studies’ – benadering die principieel weigert een onderscheid te maken tussen kunst en entertainment. Tegelijkertijd laat Byatt in haar romans zien dat ze de structurele en formele kenmerken van het spel in hoge mate beheerst: ze wil de inzichten van de post-structuralisten niet simpelweg ontkennen, maar ze transformeren door ze opnieuw een plaats binnen de romankunst te geven. Bovendien ontwikkelt ze daarbij, het lijkt bijna en passant, een visie op de romantiek na de romantische periode, de opkomst van de kinderliteratuur en de enorme invloed en populariteit van de sprookjes van Grimm, Tolkiens “In de ban van de ring” en J. K. Rowlings “Harry Potter”.

Byatt’s thematiek, de combinatie en confrontatie van romantiek, poststructuralisme, mythologie, kinderboek en literatuur, was voor mij een fascinerende vondst. En een feest van herkenning: ik ben opgegroeid met de sprookjes van Grimm en wat later met Tolkien. Toen ik studeerde heb ik geworsteld met het werk van Foucault, als een dier dat gebiologeerd naar de lamp van de stroper staart. (Mijn kandidaatsscriptie sociologie ging over Foucault, maar Foucault schreef niet met beginnende Nederlandse sociologiestudenten voor ogen.) Ik heb jarenlang cultuurwetenschappen gedoceerd (wat niet samenvalt met de Britse “cultural studies”, maar er wel raakvlakken mee heeft), en vaak moeite gehad met de methodologische dubbelhartigheid die veel cultuurwetenschap eigen is.

A. S. Byatt, J. K. Rowling's 'Harry Potter', Michel Foucault

Michel Foucault en J. R. R. Tolkien? “The Children’s Book” van Byatt en J. K. Rowling’s “Harry Potter”? Het zijn combinaties die ik een half jaar geleden niet gemaakt zou hebben, maar waarover ik door Byatt toch een tikje anders ben gaan denken. Vooral Byatt’s romans “Possession: A Romance” uit 1990, en “The Biographer’s Tale” uit 2000 vond ik interessant, omdat Byatt daar uitdrukkelijk de roman gebruikt als een soort laboratoriumopstelling waarin ze post-structuralistisch en romantisch gedachtengoed tegen elkaar uitspeelt. Dat gaat trouwens niet ten koste van het leesplezier; het is geen toeval dat Byatt voor “Possession”  de Booker Prize kreeg en dat het boek een bestseller werd. Het is zelfs verfilmd. Maar ik eet mijn hoed op als er in het scenario van die film, die ik trouwens niet gezien heb, nog veel aandacht is voor de theoretische dimensie van het boek.

Al met al (zie de stapel hiernaast) heb ik hiermee wel een doos van Pandora vol motieven geopend. Ik was van plan dit allemaal in een groot bezield samenhangend verband te beschrijven, maar toen dat zich als een voortrollende sneeuwbal bleef uitbreiden, heb ik de knoop doorgehakt en besloten dit stukje bij beetje te gaan doen. Dit is dus aflevering (1) van een korte serie over Byatt.

Het toeval speelt geen grote rol in Byatt’s romans. Byatt houdt van literatuur die zich nadrukkelijk verhoudt tot de literatuur, en schrijft zorgvuldig geconstrueerde romans. Het is in dat opzicht ook veelzeggend dat in de titels van de drie boeken die het meeste indruk op mij maakten een literair genre voorkomt dat in zekere zin ook het voornaamste thema van de roman is. “Possession: A Romance” behandelt de romance, wat je volgens mij maar het best kunt vertalen als “romantische draak”. Deze roman opent met een motto van Hawthorne waarvan de eerste zin luidt: “When a writer calls his work a Romance, it need hardly be observed that he wishes to claim a certain latitude, both as to its fashion and material, which he would not have felt himself entitled to assume, had he profesed to be writing a Novel.” Het onderwerp van “The Biographer’s Tale” is de biografie, de puzzels waarvoor iedere biograaf komt te staan en vooral de principiële vraag of het diepste wezen van een mens wel voor een ander toegankelijk is, zelfs de vraag of er wel zoiets bestaat als een diepste wezen. En “The Children’s Book” gaat daadwerkelijk over de vraag welke status een kinderboek heeft, of misschien moet ik zeggen, wat de historische betekenis is van het gegeven dat er op een gegeven moment een gespecialiseerde kinderliteratuur is ontstaan. Romantische draak, biografie en kinderboek zijn natuurlijk bij uitstek populaire en romantische genres. Het zijn vormen van literatuur waarin de lezer kan opgaan, die uitnodigen tot identificatie — precies de werking waartegen de methodologieën van de semiotiek, van het structuralisme en de ‘cultural studies’ een pantser vormen. Zoals “The Biographer’s Tale” extra reliëf krijgt voor wie ook Michel Foucault’s “De woorden en de dingen: een archeologie van de menswetenschappen” heeft gelezen, het boek waarin Byatt de kiem van inspiratie voor haar roman vond, zo krijgt “The Children’s Book” een verrassende lading voor wie het stuk kent dat Byatt in 2003 in The New York Times publiceerde onder de titel “Harry Potter and the Childish Adult”. Maar dat bewaar ik voor later.

“Possession: A Romance” werd vertaald onder de titel “Obsessie”, “The Biographer’s Tale” werd “De Biograaf”,  en “The Children’s Book” werd “Het boek van de kinderen”. In de titels van de Nederlandse vertalingen van deze romans zijn de verwijzingen naar genres dus niet of nauwelijks meer te herkennen, wat een gemis is. Dat neemt niet weg dat de Nederlandse vertaling van “The Children’s Book”, die is gemaakt door Gerda Baardman en Marian Lameris, voortreffelijk is. Hun Nederlandse “kinderboek” (was dat een betere titel geweest? Ik geloof het niet) leest als een origineel.

Hier is een kort filmpje waarin “The Children’s Book” wordt geïntroduceerd, gemaakt toen het boek op de shortlist voor de Booker Prize van 2009 was gekomen.

“Het boek van de kinderen” is geen boek met een eenvoudig na te vertellen centrale  verhaallijn. Als ik het thema van “The Children’s Book” in één woord zou moeten samenvatten, is dat verstrengeling. Het boek is een verstrengeld weefwerk van mythen en fabels. De kunstenaarsmythen, de verhalen die iedere kunstenaar in het boek in zijn werk probeert te vangen, de gezinsmythen (ieder gezin is bij Byatt ook een verhaal dat het over zichzelf vertelt) en de politieke en culturele modes en rages slingeren zich om elkaar heen en verstrengelen zich. Het is dan ook geen boek met een eenduidige plot die zich goed laat navertellen, integendeel. Het gevolg van Byatt’s literaire weeftechniek is, dat vrijwel iedere passage zowel een functie heeft in de het leven van Byatt’s personages als in de ideeënroman en in de visie op de geschiedenis die Byatt de lezer voorschotelt.

Byatt schrijft ergens in “The Children’s Book”: “There is a peculiar aesthetic pleasure in constructing the form of a syllabus, or a book of essays, or a course of lectures. Visions and shadows of people and ideas can be arranged and rearranged like stained-glass pieces in a window, or chessmen on a board.” Byatt beschrijft hier een drietal mensen dat plannen maakt voor een serie voordrachten, maar het citaat is vooral van toepassing op haarzelf, op de manier waarop zij haar roman plant en uitvoert.

Het eerste hoofdstuk van “The Children’s Book” (het boek telt er vijfenvijftig) geeft daarvan een goede indruk. Byatt verzamelt daar een aantal motieven die stuk voor stuk later in de roman zullen terugkeren, en confrontaties met elkaar aangaan. “The Children’s Book” opent in 1895 in het Londense South Kensington Museum, het museum dat na de dood van koningin Victoria het Victoria and Albert Museum zou gaan heten. Twee jongens, Julian en Tom, de zoon van een van de conservatoren en de zoon van Olivia Wellwood een succesvol kinderboekenschrijfster, ontdekken een derde jongen, Philip, die zich ’s nachts schuilhoudt in de kelders van het museum en overdag tekeningen maakt van een van de tentoongestelde kunstschatten, de “Gloucester Candlestick” die in een vitrine ligt “als Sneeuwwitje in de glazen kist”. Deze arbeidersjongen komt uit een gezin waarin zowel ouders als kinderen in de aardewerkindustrie werken; hij is weggelopen vanwege de barre armoede en de miserabele omstandigheden, maar vooral vanwege de wens “iets te maken”. De kelder waarin hij zich schuilhoudt heeft in Byatt’s beschrijving alle kenmerken van een onderwereld: stoffige witte mensengestalten staren er met nietsziende ogen; de jongen slaapt in een tombe. Tom’s moeder is op bezoek bij Julian’s vader omdat ze hoopt dat hij haar een kunstvoorwerp kan laten zien dat als inspiratie kan dienen voor een nieuw kinderboek, en hij laat haar van alles zien, maar niet alles komt in aanmerking: “Not a ring. There are so many tales about rings.” Julian en Tom nemen verstekeling Philip mee naar hun ouders, waar hij zijn aanwezigheid moet verklaren; als zij zijn tekeningen zien, die talent suggereren, geven ze hem te eten, en de kinderboekenschrijfster neemt de jongen voorlopig onder haar hoede. Hij gaat met haar mee naar huis, op het platteland, waar voorbereidingen worden getroffen voor een midzomerfeest, met “midsummer magic”.

Het museum is bovenwereld en onderwereld tegelijk; een galerie waar kunstenaars worden geëerd heeft ook nog eens de bijnaam “Kensington Walhalla”: alle drie domeinen van onderwereld, mensenwereld en hiernamaals zijn al aanwezig. De kunstwerken die Byatt hier beschrijft, bestaan (ten minste voor een deel) echt; de ‘Gloucester Candlestick’ ziet er bijvoorbeeld zó uit:

De "Gloucester Candlestick": “The whole of its thick stem was wrought of fantastic foliage, amongst which men and monsters, centaurs and monkeys, writhed, grinned, grimaced, grasped and stabbed at each other.” Philip tekent de kandelaar: “Sketch after sketch, all the intricacies of the writhing and biting and stabbing.”

Hiermee heeft Byatt een typisch kinderboekmotief – twee jongens ontdekken een jongen die zich verstopt, hun levens gaan door elkaar lopen – samen met een motief dat weliswaar wordt uitgezocht voor een kinderboek – de kandelaar – maar dat allesbehalve kinderlijk is in zijn onverhulde gewelddadigheid. De verstrengeling van alle wezens op deze kandelaar heb ik al genoemd als cruciaal motief voor de roman, maar ook de ring als motief speelt een grote rol. Tom zal veel later, als volwassene die weigert op te groeien, een kiezelsteen met een gat op het strand vinden, en er bij denken: “these were, or once were, magic; you could see the unseen world through the hole”. Nog later, na Tom’s dood, zal zijn zus Hedda tevergeefs proberen de Candlestick met de ring-steen te beschadigen.

Natuurlijk weet Byatt van de verschillende ringen in verhalen, van Lessing en Wagner tot Tolkien; en terwijl ze de kandelaar als motief voor haar boek kiest, kiest ze evengoed de ring. “The Children’s Book” is opgebouwd uit vier delen: Beginnings; The Golden Age; The Silver Age; The Age of Lead. Het zijn tijdperken die ze ontleend, zoals in de roman ook even ter sprake komt, aan de Griekse geschiedschrijver Hesiodus, maar het is vooral een indeling van de tijd als cyclisch; als een ring, waarin de gebeurtenissen zich in wezen herhalen.

Zo weet Byatt een traditionele roman vol van gedetailleerde verwikkelingen te combineren met een voortdurend arrangeren en herschikken van motieven. Alle personages in haar roman lijken te streven naar vernieuwing, maar geen enkel weet zich definitief los te maken uit de verstrengeling.

detail van de Gloucester Candlestick

Detail van de voet van de ‘Gloucester Candlestick’. “The thing was a whole world of secret stories”, laat Byatt een van haar figuren in The Children’s Book denken over deze twaalfde-eeuwse kandelaar.

Written by sytzesteenstra

13 november 2011 bij 20:50

Geplaatst in filosofie, literatuur, romantiek

Eén reactie

Subscribe to comments with RSS.

  1. Mooi betoog sytze,ik was al helemaal overtuigd van de schoonheid van Het boek van de kinderen .las het vorig jaar in de zomervakantie .goed idee om ook andere boeken van haar te lezen ,ga ik doen ,liefs en groetjes

    Joeke Nel Moll

    15 november 2011 at 09:16


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: