Sytze Steenstra Blog

Archive for januari 2011

Kijken (2)

leave a comment »

hoesjesdrukte

Een paar dagen geleden lag in de gang een stapeltje hoesjes van kinder-dvd’s klaar om te worden weggegooid. J. had de dvd’s zelf in een mapje gedaan, om op te ruimen. Ik stond met het stapeltje in mijn hand, keek het even door, en had opeens zin om de hele drukte aan gekleurde vlakken en vormen, personages en figuren en bullet points en andere onvermijdelijk succesvolle grafische marketinginstrumenten even van de hoesjes af te stropen.

kale plastic hoesjes

Het was een kleine en uiterst particuliere beeldenstorm, een wraakactie zonder betekenis, maar ook zonder slachtoffers. Een futiele maar opgewekte poging om eens iets terug te doen tegen alle meeslependheid die je meestal toch nergens heen brengt.

Advertenties

Written by sytzesteenstra

31 januari 2011 at 21:25

Geplaatst in dagboek

Kijken (1)

leave a comment »

Een tijdje terug heb ik op zolder uit een aantal dozen vol lappen en lapjes stof, gekregen van een schoonzus die heel veel kleding naait, een lap uitgezocht voor een tafelkleed, voor op de keukentafel. Ik zocht iets dat tegelijk sober en toch een beetje sprekend was, zonder dat het meteen aan een jurk of zo deed denken. Ik kwam uit op een lap met afwisselend brede en smalle zwart-witte strepen. Een paar dagen later, nadat J. de lap op de machine had gezoomd, legde ik het kleed voor het eerst op tafel, en tot mijn verbazing begon het te schokken en te springen voor mijn ogen. Dat had ik niet alleen, iedereen die binnenkwam riep meteen dat dit een wel heel heftig effect was. Zonder het te weten had ik een op-art kleedje uitgekozen. Wat blijkbaar op zolder, onder een oude dubbele tl-buis, rustig leek, was in de keuken, onder een halogeenlampje, een aanslag op je ogen. Misschien omdat in tl-licht alles een beetje flakkert, en ik daar op zolder aan gewend was? Of is een dubbele buis rustiger dan een enkele halogeenlamp?

De thumbnail-versies van onderstaande foto (duimnagel = postzegel, fijn vertaalcryptogram) die de verschillende computerprogramma’s die te pas komen aan het maken van dit blog laten zien, hebben stuk voor stuk een opvallend moiré-patroon, alsof niet alleen het menselijk oog maar ook het computerscherm van zulke strepen in de war raakt. Voorlopig ligt er nog even een ouder tafelkleed in de keuken, mooi maar helaas met een gaatje. Dat is wel jammer, maar zulke verrassingen in het kijken hebben iets moois, vind ik, omdat ik dan weer even merk hoe ingewikkeld en rijk en veelvormig kijken is. Ik zal nog een paar voorbeelden geven.

op-art tegen wil en dank

Written by sytzesteenstra

31 januari 2011 at 17:02

Geplaatst in dagboek

Leon Golub – nog eens

leave a comment »

Nog wat meer over Leon Golub, over de opening in Het Domein en over de lezing die Brett Littman wijdde aan het werk van Golub.

Laat ik bij het begin beginnen – voor mij eind jaren ’90. Ik heb nog een foto van een atelierbezoek bij Golub, samen met andere researchers aan de Jan van Eyck academie.Het atelier was in twee helften verdeeld door een muurtje dat niet tot het plafond van de loft reikte, en waar je links en rechts omheen kon lopen.

op atelierbezoek bij Leon Golub

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De ene kant was van Golub, de andere van Nancy Spero, zijn vrouw. Spero zou er ook bij zijn, was de bedoeling, maar zij was helaas ziek. Golub maakte indruk op me. Hij was vechtlustig en vol dwarse invallen, en welbespraakt, duidelijk al vijftig jaar lang gewend om over zijn eigen werk en dat van anderen te debatteren en te denken. in de manier waarop hij over zijn werk vertelde, manoeuvreerde en slalomde hij met plezier door de krasse tegenstellingen in zijn schilderijen, nooit te beroerd om een scherpe bocht hard aan te zetten. Hij was zich zelf maar al te goed van de tegenstelling tussen het machtsmisbruik in de situaties die hij afbeeldde en de vrijheid waarvan hij zelf als kunstenaar gebruik maakte, en van de spanning tussen de forse prijzen die zijn schilderijen opbrachten (als ik me goed herinner zou het doek dat hij toen in zijn atelier op de grond had liggen 170.000 dollar opbrengen) en zijn kritiek op de macht van het geld in de kunstwereld.

Als voorbereiding op het bezoek had ik zijn gebundelde teksten en artikelen in “Do Paintings Bite?  gelezen. Ik heb het boek erbij gepakt, en als ik het opensla vind ik een tekst die zo kort is dat ik hem wel even kan overtypen:

PATAPHYSICS

Irrationality disguised as rationality,

is the logic/illogic/motor of history,

shoved forward by the ever faster

momentum of media. Power & to outlive

everyone else is the item!

I try to comment on the ferocity of events. (Golub: 1989)

Eén van de eerste opmerkingen die Golub maakte bij zijn werk was, als ik me goed herinner, dat hij geloofde dat “we are all cosmonauts” (het kan ook zijn dat hij “astronauts” zei) — een typisch existentialistische opvatting over het menselijk bestaan. Waarmee hij ook meteen op een subtiele manier afstand bewaarde tot het vaak nogal rigide poststructuralisme van Jon Bird. Het woord “natuur” was bij Jon bijvoorbeeld volstrekt taboe, dat bestond gewoonweg niet, was altijd een effect van de tekst / van de macht. Een houding die volgens mij de macht van de natuurlijke werkelijkheid alleen maar aan het oog onttrekt.

De tentoonstelling in museum Het Domein, de eerste tentoonstelling van Golub in Nederland, heeft alles te maken met de samenwerking tussen conservator Roel Arkesteijn en Nancy Spero – Arkesteijn is de samensteller van “Codex Spero”, de gebundelde teksten en interviews van Spero. Tijdens het buffet na afloop van de opening had ik gelegenheid om wat te kletsen met Brett Littman, de tentoonstellingsmaker, en met Martina Batan van Ronald Feldman Fine Arts, de galerie die Golub vertegenwoordigt. Een mooie gelegenheid om weer even te zien hoe het spel van reputatie en macht in de New Yorkse kunstwereld wordt gespeeld. Een punt dat me daarbij opviel is de verbale vaardigheid op Manhattan om van alles en nog wat te kwantificeren. Samen met J. was ik ooit in New York stomverbaasd toen ik iemand een parkeerruzie met een opzichter van een betaald parkeerterrein hoorde beslechten met de uitroep “I’ll hate you for two months!” Alsof hij in zijn agenda ging noteren dat hij over twee maanden weer kon ophouden een hekel te hebben. In Sittard was er sprake van een gesprek met een beroemd kunstenaar dat niet zo maar een goed gesprek was, maar “a three-and-a-half hour conversation”, een uitdrukking die met precies dezelfde woorden meermalen herhaald werd; een tentoonstellingsrecensie in The New Yorker was niet zomaar een recensie maar “a two-pager” (“en ze plaatsen vrijwel nooit two-pagers!”); en om het af te maken was er, als toevoeging bij het grapje dat wie het laatste hapje van een schaal pakt altijd vrijgezel zal blijven, om misverstanden uit de weg te gaan de verheldering dat diegene zelf al twee huwelijken achter de rug had. Kortom, nothing succeeds like success.

Op zondagmiddag hield Brett Littman in het museum, midden tussen de tekeningen van Golub, een toelichtende lezing bij het werk. Op basis van onderzoek (deels door een assistent) naar alle circa 440 tekeningen die Golub in zijn laatste levensjaren maakte, kon hij nog wat achtergrondinformatie en inzichten toevoegen.

Golub nam altijd veel tijdschriften mee naar zijn atelier. Als foto’s hem opvielen vouwde hij de bladzijde om; die bladazijden werden dan door zijn assistent in mappen in dossierkasten opgeborgen. Op basis van die foto’s stelde Golub dan de motieven van zijn schilderijen en tekeningen samen. Hij had bijvoorbeeld een map “man with gun in right hand” en een map “man with gun in left hand”. De foto’s kwamen uit de meest uiteenlopende tijdschriften, zoals Soldiers of Fortune (een vakblad voor huurlingen, inderdaad), Sports Illustrated en Hustler, zodat Golub over een soort encyclopedie van mensenlijven in actie beschikte. Omdat een kleine en toepasselijke selectie uit die encyclopedie in een vitrine ligt, staat er bij de tentoonstelling een bordje dat de bezoekers waarschuwt voor “expliciet beeldmateriaal”.

De tekeningen zijn naar onderwerp te verdelen in vijf categorieën: leeuw (souverein, viriel, soms een paar), hond (post-apocalyptisch, vervaarlijk), erotiek (en pornografie), politiek (wat hier al gauw geweld en machtsmisbruik betekent) en mythische figuren als saters en sfinxen. Bij het samenstellen van de tentoonstelling heeft Littman geprobeerd een evenredige vertegenwoordiging van de vijf categorieën te tonen. Sommige van de erotisch/pornografische tekeningen, vertelde Littman, zijn door kijkers wel als vrouwvijandig beschouwd, maar hij waarschuwde daarvoor. Als echtgenoot van Spero, misschien de voornaamste feministische kunstenares van de de VS, was Golub “a card-carrying feminist”. Volgens Littman zou het zelfs zo kunnen zijn dat Golub ook tekende namens Spero, die zelf wegens haar ernstige arthritis niet meer tekenen kon, In mijn ogen zijn de vijf categorieën in de tekeningen vooral spiegels van elkaar, aspecten van hetzelfde onderwerp. Littman pleitte ervoor Golub, mede vanwege deze tekeningen vooral niet te beschouwen als een kunstenaar die het uitsluitend en alleen om politiek te doen was, maar als een humanist. Hij heeft gelijk, denk ik, maar Golub laat vooral zien dat het een niet zonder het ander gaat.

Tijdens het buffet haalde Roel Arkesteijn de toast aan die Golub bij diners met voorliefde uitsprak: “Death to your enemies!”

Leon Golub: "Here's to you, pal!" (2002)

Written by sytzesteenstra

27 januari 2011 at 21:46

Geplaatst in kunst

Allan Sekula: The Forgotten Space

with one comment

Morgenavond komt de documentaire The Forgotten Space van Allan Sekula en Noel Burch op televisie. (Nederland 2: VPRO: 23:30-0:55) Een film waar ik erg benieuwd naar ben, over de zee, de containerscheepvaart, de internationale arbeidsverhoudingen en over de vraag wat we daarvan zien en niet zien, waarvan we ons bewust zijn en waarvan niet. Over de vraag hoe het mogelijk is dat onze goedkope meubels en andere spullen uit Turkije en China en Maleisië komen, waarvan we niets merken, of hooguit als we het label en de gebruiksaanwijzing bekijken. Met andere woorden, een documentaire zowel over de historische realiteit als over beeldende kunst en filosofie. Als ik zin heb zo laat op te blijven (zulke programma’s worden altijd ‘na bedtijd’ uitgezonden, ook een relevant gegeven) ga ik meteen kijken, en ik wil de film zeker ook opnemen. Ik ken het werk van Sekula van Documenta 11, en van een aantal van zijn boeken: Fish Story, Dismal Science, Performance under Working Conditions. Sekula’s combinatie van essayistiek met documentaire fotografie is bijzonder, omdat zijn essays en zijn foto’s voortkomen uit een mengeling van conceptualisme en maatschappijkritiek. “It began for me with this weird collision between the legacies of Duchamp and Marx.” zei hij ooit; hij kreeg aan de University of San Diego zowel les van Herbert Marcuse als van John Baldessari en David Antin.

Ook als schrijver is Sekula boeiend. Zijn beschrijvingen van de zichtbare werkelijkheid zijn door de humoristische en wrange contrasten die hij inbouwt ook een vorm van theorie, een theorie die hij in de regel door expliciete verwijzingen naar sociologische, historische en filosofische inzichten verder uitwerkt. Zie de eerste paragrafen van zijn “Fish Story“, het boek (annex documentaire foto-installatie) waarop The Forgotten Space is gebaseerd:

1

Growing up in a harbor predisposes one to retain quaint ideas about matter and thought. I’m speaking only of myself here, although I suspect that a certain stubborn and pessimistic insistence on the primacy of material forces is part of a common culture of harbor residents. This crude materialism is underwritten by disaster. Ships explode, leak, sink, collide. Accidents happen everyday. Gravity is recognized as a force. By contrast, airline companies encourage the omnipotence of thought. This is the reason why the commissioner of airports for the city of Los Angeles is paid much more than the commissioner of harbors. The airport commissioner has to think very hard, day and night, to keep all the planes in the air.

2

In the past, harbor residents were deluded by their senses into thinking that a global economy could be seen and heard and smelled. The wealth of nations would slide by in the channel. One learned a biased national physiognomy of vessels: Norwegian ships are neat and Greek ships are grimy. Things are more confused now. A scratchy recording of the Norwegian national anthem blares out from a loudspeaker at the Sailors’ Church on the bluff above the channel. The container ship being greeted flies a Bahamian flag of convenience. It was built by Koreans laboring long hours in the shipyards of Ulsan. The crew, underpaid and overworked, could be Honduran or Filipino. Only the captain hears a familiar melody.

3

What one sees in a harbor is the concrete movement of goods. This movement can be explained in its totality only through recourse to abstraction. Marx tells us this, even if no one is listening anymore. If the stock market is the site in which the abstract character of money rules, the harbor is the site in which material goods appear in bulk, in the very flux of exchange. Use values slide by in the channel; the Ark is no longer a bestiary but an encyclopedia of trade and industry. […]

Written by sytzesteenstra

26 januari 2011 at 12:12

Geplaatst in filosofie, kunst, sociologie

Tekeningen van Leon Golub

leave a comment »

Gisteravond was de opening van een tentoonstelling van kleine tekeningen van Leon Golub in museum Het Domein in Sittard. Warm aanbevolen, indrukwekkend werk. Over de bijbehorende film, “Late Works are the Catastrophes”, heb ik al eerder geblogd, op 25 november. (De titel is een Adorno-citaat. Brett Littman, directeur van The Drawing Center in New York, die de tentoonstelling heeft samengesteld, was bij de opening in Sittard. Hij kende Golub niet persoonlijk, maar heeft wel zijn bibliotheek gezien, en vertelde me dat Golub veel las, ook Adorno. Nog een reden om van zijn werk te houden.)

Voor het Museumtijdschrift schreef ik een artikel over de tentoonstelling, dat ik hierbij zet.

"Live + Die Like a Lion", Leon Golub

LEON GOLUB – Tekeningen uit de laatste levensjaren van een strijdbare Amerikaanse schilder

 

monumentale tekeningen

Live & Die Like a Lion? (leven en sterven als een leeuw?) is de emblematische titel van een tekening van Leon Golub (1922-2004). De overeenkomst tussen Golubs voornaam Leon en het woord ‘lion’ is geen toeval. De tekeningen die Golub in de laatste vijf jaar van zijn leven maakte zijn de weerslag van een zelfgesprek van een belezen en strijdbaar man met een formidabele humor, in de weer om zijn zekerheden én die van zijn publiek onderuit te halen. “Human creatures lack powers of ratinocination” (menselijke schepsels hebben een gebrek aan redeneeneervermogen), laat hij een andere leeuw zeggen. De woordspeling, het extra toegevoegde ‘no’ in “ratiocination”, suggereert iets van het protest tegen de menselijke beperktheid en gewelddadigheid dat Golubs werk doordrenkt.

De Amerikaanse schrijfster Susan Sontag schreef in Kijken naar de pijn van anderen over onze vertrouwdheid met krantenfoto’s en televisiebeelden van oorlog en marteling, lijden en dood. Ze schrijft: “In een modern leven – een leven waarin een overvloed van dingen onze aandacht vraagt – lijkt het normaal om ons af te wenden van beelden die ons een onaangenaam gevoel bezorgen. Als de nieuwsmedia meer tijd zouden besteden aan de details van het menselijk lijden als gevolg van oorlog en andere rampen, zou er nog veel vaker worden weggezapt.” Ze vraagt: “Bestaat er een tegengif voor de nooit ophoudende verlokking van de oorlog? En is dit een vraag die eerder door een vrouw gesteld zal worden dan door een man?” Ze geeft haar antwoord erbij: “(Waarschijnlijk wel.)”

Golubs werk is een antwoord op Sontags vraag. Zijn thematiek is veelomvattend: oorlogsgeweld, marteling en vernedering, erotiek, pornografie, de eigen naderende dood en de mogelijkheid van de schilderkunst om daartegenover overeind te blijven, de menselijke waardigheid te verdedigen en de humor te bewaren. De inzet van Golubs late periode is niet minder dan die van de grote, monumentale schilderijen waarmee hij vooral in de jaren tachtig roem verwierf.

Als jongen zag Golub in 1939 Picasso’s schilderij Guernica. De aanklacht tegen het fascistische bombardement op Guernica en tegen oorlog in het algemeen maakte diepe indruk. Golub, een kind van joodse immigranten, studeerde kunstgeschiedenis, was als soldaat tijdens de Tweede Wereldoorlog legercartograaf in Europa en bezocht daarna in Chicago de kunstacademie. In het eerste deel van zijn loopbaan werkte Golub vooral onder invloed van Picasso, Alberto Giacometti en Jean Dubuffet, de Franse voorvechter van de art brut (rauwe kunst) van geesteszieken en buitenstaanders. Zoals veel tijdgenoten was Golub daarnaast beïnvloed door het existentialisme. Zijn schilderijen uit die tijd tonen mythische, monsterlijk vervormde mensfiguren, reuzen en sfinxen. In polemische teksten zette Golub zich af tegen de invloedrijke mening dat ‘de geest van het atoomtijdperk’, zoals dat toen heette, het best werd uitgedrukt door abstracte schilderkunst en andere zuiver formalistische vernieuwingen. Daarmee stelde hij zichzelf bloot aan kritiek. Toen hij in 1959 deelnam aan een tentoonstelling ‘New Images of Man’ werd zijn werk door William Rubin, later directeur van het Museum of Modern Art in New York, afgedaan als “opgeblazen, archaïserend, onoprecht qua expressie, slecht geschilderd.

 

oorlogen

Golubs stijl veranderde toen hij na vijf jaar Parijs terugkeerde naar New York. Uit verzet tegen de Amerikaanse politiek in Vietnam maakte hij een serie grote doeken op basis van fotomateriaal, qua formaat vergelijkbaar met Picasso’s Guernica, van Amerikaanse soldaten en Vietnamese burgerslachtoffers. In de jaren tachtig ging hij door op deze realistische weg met de series Mercenaries en Interrogations, over het geweld van de kleine oorlogen waarin de VS een rol speelde. Meer dan levensgrote figuren voeren een hedendaagse tragedie op, verstrikt in een kleine arena. Golubs soldaten en huurlingen kijken de toeschouwer vaak aan met een vage grijns die straffeloosheid en medeplichtigheid suggereert. Doordat Golub de dik opgebrachte verflaag met een mes weer van zijn doeken afschraapte (een vleesbijltje bleek het best te werken), gaan figuur en achtergrond in elkaar over. Daarbij hing hij zijn afgekrabde doeken onopgespannen aan de muur, als dierenhuiden. Een film over Golub, te zien op de tentoonstelling, documenteert alle fases van het werk aan een schilderij. Toen hij op leeftijd raakte werd dit schilderwerk, trap op, trap af, of liggend op de ateliervloer, te zwaar voor Golub. Hij begon aan een serie van zo’n 450 tekeningen waarvan het Domein een selectie toont. Alle motieven uit zijn loopbaan keren terug. In een levenslang duet en debat met zijn vrouw Nancy Spero, misschien wel de voornaamste Amerikaanse feministische kunstenaar, onderzocht Golub de mogelijkheden om in beeldende kunst de plaats van man en vrouw in de geschiedenis te analyseren. In zijn late werk nam Golub van Spero de gewoonte over om tekst in het beeld te verwerken. Op een tekening citeert hij de Duitse filosoof Adorno: “In de geschiedenis van de kunst zijn de werken uit de laatste levensfase de catastrofes.” De tekeningen van Golub zijn een doolhof van citaten uit zijn eerdere werk, vol grimmige humor en zelfspot: “GUNMAN CAUGHT IN RED ABSTRACTION! SITUATION COULD BE SERIOUS!” is een van zijn titels. Golub wisselt mensfiguren af met honden en leeuwen, saters en sfinxen, als spiegels van de menselijke conditie.

Zijn hele leven heeft Golub zich beziggehouden met het bestaan van de mens in extreme en traumatiserende omstandigheden, om zo een gezicht te geven aan slachtoffers en daders. Zelf karakteriseerde hij zijn ouderdomswerk als “deels politiek, deels metafysisch, een beetje wijsneuzig en een beetje lichtzinnig.” Golub heeft niet geprobeerd zijn levenswerk te voorzien van een afgeronde conclusie. In zijn eigen woorden: “Er is iets aan een groot schilderij dat zegt, ‘Nu even serieus, dit is een groot ding!’, gewoon vanwege de afmetingen en de ‘kosmische’ intentie! Een kleine tekening zegt, ‘Je hoeft niet zo krampachtig te doen! OK? Als je miskleunt, wat dan nog? De prullenmand staat onder tafel!” Zijn tekeningen getuigen van de moed om de tegenstellingen in de mens onder ogen te zien en recht voor z’n raap neer te zetten. En van een ongetemde levenslust.

Written by sytzesteenstra

22 januari 2011 at 21:39

Geplaatst in kunst