Sytze Steenstra Blog

Tat Roosdorp (1922-2015)

with 4 comments

img_1224

Tat, op een foto uit 1995

In de zomer van 2015 stierf Tatjana Roosdorp. Ze zou het zelf niet nodig hebben gevonden, maar ik wil haar hier herdenken. Ze was als een tweede moeder voor Josh, voor mij een vriendin en een markante dame. Ik leerde haar pas kennen toen ze met pensioen was, en omdat ze niet graag verhalen over haar eigen verleden opdiste, terwijl dat verleden rondom en in haar toch heel sterk aanwezig was, had ze iets raadselachtigs. In haar omgeving waren de jaren ’30 en de jaren ’50 even reëel als het heden, omdat ze veel van haar ouders had bewaard. Zeker in haar buitenhuisje, dat we simpelweg ‘het huisje in het bos’ noemden, en waar we twintig jaar lang bijna iedere vakantie waren, leek de tijd stil te hebben gestaan. Soms leek Tat minder onderscheid te maken tussen mensen en dieren dan gebruikelijk, en dan niet zozeer omdat ze aan dieren allemaal menselijke sentimenten toedichtte, maar omdat ze veel menselijke motieven en gewoel niet zo interessant of relevant vond. Ze had in het zwakzinnigenonderwijs gewerkt, en ik heb wel eens gedacht dat ze in ieder mens, niemand uitgezonderd (en mij zeker niet) wel een vlekje of naadje zwakzinnigheid wist te zien. Het was dus maar het beste opgewekt te blijven, en niet te vergeten te lachen.

OLYMPUS DIGITAL CAMERABij de eerste kennismaking, bij dat huisje in het bos, scheen het me toe dat Tat wel uit een favoriet kinderboek van mij kon zijn weggelopen. In “De oude oom Pindar in zijn oude huis met zijn oude auto” sluiten kinderen vriendschap met een tweetal oude mensen, een broer en een zus die in een stel oude vervallen vakantievilla’s leven zoals men dat zeventig jaar geleden deed. Zó excentriek was Tat niet, maar wel volstrekt onafhankelijk en wars van veel conventies. Voor Josh was ‘Tante Tat’ behalve een dierbare oudere vriendin ook een legende: Josh heet zelf voluit ‘Josje Tatjana, naar Tat en haar vriend Jos, die in de oorlog in het verzet zat, maar werd gepakt en in een Duits kamp omkwam. Ook Tat werd opgepakt en een aantal maanden in eenzame opsluiting vastgezet. Van Josh hoorde ik iets van de geschiedenissen waar Tat zelf over zweeg; ook over de veel jongere man met wie ze een relatie had toen ze in de vijftig was.

marie-in-het-huisje-in-het-bos-had-even-goed-tat-kunnen-zijn

Een schilderijtje dat Marie in het huisje in het bos laat zien, maar evengoed aan Tat herinnert

Ik heb haar wel eens gevraagd waar ze haar opvattingen en overtuigingen vandaan had. Ze was tegen dikdoenerij, tegen hiërarchie, tegen militarisme, tegen chauvinisme. “Gewoon, van de padvinderij: alle goeds voor alle mensen.”, was het antwoord. Ze was een overtuigd padvindster, maar daarnaast hadden haar ouders natuurlijk ook veel invloed. Haar ouders waren filmmakers, en ze was opgegroeid in een sfeer die in sommige opzichten heel vergelijkbaar was met die van mijn eigen ouders – haar moeder had als onderwijzeres gewerkt, ze was zelf net als mijn vader naar de kweekschool geweest – maar kosmopolitischer, en artistieker. Tat was geen kunstenares, maar ze was opgegroeid in een milieu waarin kunstenaarschap doodgewoon was.

“Marofilm” heette het bedrijf van Tats ouders, Alex en Marie Roosdorp, en het kan niet anders of Tat, hun enig kind, heeft haar zelfstandigheid en onafhankelijkheid ook van hen geleerd.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Alex Roosdorp, de vader van Tat, was fotograaf. Hij was gaan filmen omdat hij dan weg kon uit de doka, de buitenlucht in. Hoewel zijn naam vaak als enige vermeld wordt, werkte Marie, Tats moeder, ook mee, en Tat liet er nooit twijfel over bestaan dat haar inbreng even belangrijk was. De moeder van Marie, een van de grootmoeders van Tatjana, was bevriend met Aletta Jacobs, en iets van haar vrijzinnigheid en politiek bewustzijn is zeker in de familie gebleven.

Marofilm maakte vooral voorlichtingsfilms voor de landbouw, films over aardappelen en bloembollen, over vee en bijen, maar ook uiteenlopende documentaires, zowel op eigen initiatief als in opdracht. Een film over het Limburgse boerenbestaan werd grotendeels opgenomen in de schoolvakanties, zodat Tat meekon in de reportagewagen, waarmee het gezinnetje ook op vakantie ging. Vergeleken met de grote studio’s en Hollywood is Marofilm uit Deventer natuurlijk prozaïsch en provinciaal, maar onmiskenbaar op alle foto’s en in de verhalen is toch een vleug van glamour, moderniteit, buitenlandse reizen en artisticiteit. In de fotoalbums is te zien hoe de Maro reportagewagen in Frankrijk, hun favoriete vakantiebestemming,  op dorpspleinen steeds de aandacht trok: kinderen en volwassenen stonden te dringen om door de raampjes te kunnen gluren. Als fotograaf en cameraman liet Alex Roosdorp zich zichtbaar beïnvloeden door het constructivisme: hoewel hij vooral zijn onderwerpen duidelijk in beeld wil brengen, heeft hij zichtbaar plezier in een sterk grafische beeldopbouw en in krachtige diagonale lijnen.

Tussen de boeken van Tat vonden we een roman van Walter Brandligt, “Witte Gait”, met een opdracht van de schrijver: “Voor de Roosdorps. Tot een herinnering aan La Tour Fondue, 14 Augustus 1938.” Er bestonden vriendschapsbanden tussen de gezinnen Roosdorp en Brandligt; Brandligt woonde eind jaren dertig aan de Côte d’Azur, in Cagnes-sur-Mer, waar verscheidene Nederlandse schrijvers en schilders woonden. Later, terug in Nederland, nam Walter Brandligt deel aan het Amsterdamse kunstenaarsverzet; hij werd in 1943 gefusilleerd.

de zomer van '45

In 2015 was er veel aandacht voor Marofilm. ‘Herwinnen door werken’, een film in kleur die Alex en Marie in de zomer van 1945 hadden gemaakt om de verwoesting en armoede die de oorlog in Nederland achter liet vast te leggen, was door Eyefilm gerestaureerd en werd zowel vertoond in het Nationaal Militair Museum (in een tentoonstelling ‘De zomer van ’45’) als in een aantal filmhuizen. We hadden al afgesproken samen met Tat in het Deventer filmhuis te gaan kijken, maar ze stierf voor het zo ver was. Pas toen we daar werden aangesproken door de conservator van Eyefilm realiseerden we ons dat Josh ook de rechten van Marofilm had geërfd.

Om beter te begrijpen wat Marofilm was, heb ik een reeks films bekeken en alles gelezen over Marofilm wat ik kon vinden, en op die basis voor de Nederlandse Wikipedia een artikel over Marofilm geschreven. Behalve om Marofilm ging het me om Tat. Ik vond haar naam tussen de titels van een film uit 1959-1960, ‘Deventer gasfabriek 100 jaar’, een film die het Deventer stadsgas als alibi gebruikt om een compleet portret van Deventer te maken, van de trotse geschiedenis als Hanzestad tot de fabrieken en nieuwbouwwijken van de naoorlogse jaren. Aandachtig en geduldig kijken, met aandacht voor details én voor de samenhang van alles, dat is de voornaamste eigenschap van het werk van Marofilm, denk ik na een reeks films te hebben gezien.

'Deventer gasfabriek honderd jaar'

Van oorsprong zijn de films niet bedoeld voor de bioscoop, maar voor vertoning in verenigingszalen en in cafézalen, met gesproken toelichting. Met een film de boer op. In de oorlogsjaren deed Tat dat vaak samen met haar grote liefde, Jos Moll.

tatjana-en-jos

Jos en Tatjana, met projectiescherm en in de rugzakken film en projector, in de oorlogsjaren. Tat schreef bij deze foto: “de Marofilmkinderen, 1941/42, 14 dagen in Veenkoloniën, – 23 C”.

T.I.M.M., dat waren Tats initialen. Tatjana Ingeborg Mia Mianka was ze genoemd, naar vier Russische filmsterren uit 1920, vertelde ze ooit. Eind jaren dertig leerde ze samen met haar Jos Esperanto, de taal van de wereldverbeteraars die de mensen en volkeren nader tot elkaar zou moeten brengen. Jos studeerde rechten en landbouwkunde, en als de oorlog het niet verhinderd had, hadden ze vast hun plan uitgevoerd om de wereld een klein beetje te verbeteren. Het verlies van Jos moet zwaar en bitter zijn geweest, maar ze hield dat voor zichzelf.

Goed kijken, alle goeds voor alle mensen, onafhankelijk en non-conformistisch: ze was een bewonderenswaardig mens.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Advertenties

Written by sytzesteenstra

6 november 2016 at 14:58

Verdwijnen in het oude liedje

leave a comment »

Tijdens lange autoritten, als ik het rijden zat begin te raken, vind ik het heerlijk om even te zingen. Na een paar canons (“De uil zat in de olmen”, niets moeilijks, ik moet ook nog op het verkeer letten) ben ik opgefrist en kan ik nog wel een paar uur achter het stuur zitten. Al zingend verdwijn ik een stukje in het liedje : zo lang mijn stem maar aansluit bij de andere stemmen is alles in orde, als de canon maar klopt, iets anders heb ik niet aan mijn hoofd. Verkwikkend is dat.Het zelfde, het opgaan in een oud liedje, gebeurt ook in de vier voorbeelden die ik hier heb verzameld.

Het eerste voorbeeld, vorig jaar in theater De Singel in Antwerpen zelf gehoord en gezien, is De Wooster Group: “Early Shaker Spirituals: A Record Album Interpretation”. (Aan het einde van deze maand staat de zelfde voorstelling in het Centre Pompidou in Parijs.) The Wooster Group interpreteert niets en legt niets uit (en maakt de Shakers zeker niet belachelijk), de voorstelling behelst een heel exacte weergave van een oude grammofoonplaat met opnamen van spirituele gezangen van de Shakers, gezongen door nog levende Shakers.

“The Shakers composed thousands of songs, and also created many dances; both were an important part of the Shaker worship services. In Shaker society, a spiritual “gift” could also be a musical revelation, and they considered it important to record musical inspirations as they occurred.” (Wikipedia)

The Wooster Group doet niet aan naturalistisch theater. De elpee zelf wordt nadrukkelijk getoond, de liner notes voorgelezen. Maar de precisie waarmee de songs worden nagezongen is opmerkelijk. De plaat zelf wordt ook afgespeeld, hoewel de actrices zingen. En als de acteur die de grammofoon bedient de naald wat te ver naar voren in de groef laat zakken (dit is ongetwijfeld zorgvuldig gerepeteerd), zingen de zangeressen even een paar maten van het bijna afgelopen lied, pauzeren dan zolang de uit- en aanloopgroef duurt, en zingen daarna het volgende lied. Zulke precisie is zelf een vorm van inspiratie, wat weer de vraag oproept wat eigenlijk de verhouding is tussen dans en zang en openbaring.

(Er is meer te zien op de website van The Wooster Group, bijvoorbeeld via http://thewoostergroup.org/blog/2014/05/29/early-shaker-spirituals-b-roll-2/.)

Het tweede voorbeeld komt van Richard Thompson: duizend jaar populaire liedjes. Voor het eerst hoor ik in één concert bij elkaar: een madrigaal en een liedje van The Kinks. In het interview dat de documentaire van zijn concert begeleidt, merkt Thompsons tussen neus en lippen door op dat de liedjes die hij bij elkaar heeft gezocht eigenlijk door een band van pakweg tweehonderd mensen had moeten worden gezongen, maar dat het merendeel al door scheurbuik en dergelijke is weggerukt. Ik las dat Thompson zich lang geleden, rond 1970, tot het Sufisme heeft bekeerd; ik denk dat de onderliggende vraag van zijn concert de zelfde mystieke vraag is als die van ‘Early Shaker Spirituals’: hoe individueel is een individu precies? (Ik las ook dat meestergitarist Thompson ooit voorzichtig benaderd is door The Eagles. Talloze keren ‘Hotel California’ spelen,  zou dat misschien het tegendeel zijn van een muzikale openbaring?)

 

Het derde voorbeeld is is een geweldig essay over de geschiedenis een oude Amerikaanse song: “Ain’t No More Cane on the Brazos”, of kortweg “Ain’t No More Cane”. Het lied werd in 1933 voor het eerst vastgelegd, maar het is ongetwijfeld ouder. Het essay heet voluit  “Ground Down to Molasses. The Making of an American Folk Song” en werd twee jaar geleden (July 2, 2014) gepubliceerd in de Boston Review. Het is geschreven door Dave Byrne (niet David Byrne); zie http://bostonreview.net/arts-culture/dave-byrne-ground-down-to-molasses-american-folk. (Ik geef de details zou uitgebreid omdat de link niet altijd werkt. Voer eventueel “Dave Byrne” in in het zoekvak op de homepage van de Boston Review; het essay is fenomenaal.) Het essay verknoopt allerlei covers van “Ain’t No More Cane” (met tien links naar verschillende versies om te beluisteren) met de geschiedenis van de suiker, de Amerikaanse slavernij en gevangenissen, de geschiedenis van folkloristische geluidsopnamen en die van de popmuziek. Briljant. Ik kopieer hier twee links uit Dave Byrne’s essay, maar hij geeft er veel meer, en het geheel is meer dan de som der delen.

Om het af te ronden, om de cirkel rond te maken: in een losse (ik weet het niet precies) samenwerking met The Wooster Group is acteur Eric Berryman bezig met weer een andere ‘record album interpretation’, work songs en spirituals van de grammofoonplaat “Negro Folklore from Texas State Prisons” uit 1965. Zie http://thewoostergroup.org/blog/2016/06/30/the-b-side-rehearsal-part-2/.

Als iemand, als is het maar voor een klein deel, verdwijnt in een oud liedje, is het verleden dan nog niet verdwenen, niet helemaal?

 

 

 

 

Twee boekjes over Ben Leenen

leave a comment »

twee boekomslagen Ben Leenen

Hier liggen ze naast elkaar, de twee boekjes. Twee teksten van mij over het werk  van Ben Leenen, beeldend kunstenaar, en ook meteen twee voorbeelden van het werk van Ben, omdat hij de omslagen en de boekjes zelf heeft gemaakt.

“Hoe alles zacht neuriet: een lezer als schilder”, en “Sjablonen van herinnering en toeval.  De procédés van Ben Leenen”.

Een citaat uit het tweede boekje: “Ben Leenen werkt veel, hij maakt lange dagen in zijn atelier. Het snijden van sjablonen en drukplaten is arbeidsintensief, net als het drukken zelf, en ook het keer op keer onder handen nemen van de schilderijen is tijdrovend. Maar al dat werk geeft hem de gelegenheid zijn motieven steeds te laten circuleren, van schilderij naar prent en terug.” Dat heb ik niet overdreven. Ook deze boekomslagen heeft Ben meermalen getekend en gedrukt en overgedrukt. Hier zijn een paar voorstudies van Ben voor het eerste boek. Dat is er uiteindelijk heel anders uit gaan zien: deze prent vormt nu de ondergrond voor de omslag van het tweede boek, tenminste bij een deel van de oplage.

een dummie van een ontwerp van 'Hoe alles zacht neuriet'

voorstudie van hoe alles zacht neuriet

een prent-voorstudie voor de omslag van 'Hoe alles zacht neuriet"

Nog een citaat, uit het eerste boekje, die tekst heb ik al eens in zijn geheel op dit blog gezet: “Als Ben een plaats heeft in de kunstgeschiedenis (en waarom zou hij die niet hebben?) dan is die plaats niet op een chronologische tijdbalk, maar in een stad aan de rivier waar de voorbije honderd jaar aanwezig zijn, een stad met boekwinkels en antiquariaten waar alle eigenaren Ben heten: Ben Shahn, Ben Vautier en Ben Katchor. Vanaf de brug bij de haven zie je landinwaarts twee grote bergen: de Robert Rauschenberg en de Saul Steinberg.”

de boekpresentatie

Boeken, maar ook prenten en schilderijen zijn te koop bij Ben Leenen: benleenen@gmail.com / 043-3251609.

Written by sytzesteenstra

7 februari 2016 at 22:50

Uitnodiging boekpresentatie

leave a comment »

Ik heb hier eerder geschreven over het werk van Ben Leenen, beeldend kunstenaar. Ik heb er nog een tweede tekst bij geschreven, en Ben Leenen heeft van die twee opstellen twee boekjes gemaakt, die we samen gaan presenteren. Vrienden en onbekende lezers, van harte uitgenodigd!

boekpresentatie

 

 

 

 

Written by sytzesteenstra

12 januari 2016 at 19:10

Geplaatst in kunst

Een buis van tape, leuk, maar, eh, interactie?

leave a comment »

Tube numen-for use Schunck

“Een buisglijbaan: kinderdromen worden waar!”

“De uitgang was geblokkeerd door een of ander obstakel, maar het was niet van steen; het scheen zacht en een beetje mee te geven, maar toch ook sterk en afwerend; lucht filterde er doorheen, maar er was geen lichtstraaltje te zien. … Over de gehele breedte en hoogte van de tunnel was een enorm web gesponnen, ordelijk als het web van de een of andere reuzespin, maar dichter geweven en veel groter; iedere draad was dik als een touw.”

“The curatorial concept delves into the murky territory of both physical and psychological interiority, thematising immersion, introspection and probing of the depths of self. The main idea was to transform the whole building into a convulsive mind/body organism whose slippery inner limits a motivated explorer has yet to trace and confront. The stretched biomorphic skin of Tape Paris is marking the entry point to the whole experience, being a literal incarnation of an inner-directed, regressive environment – the sense of descent into the primordial always lingering around its openings.”

 

Hierboven zie je mij kruipen en klauteren in de “Walk-in installatie Tape”. Best leuk, even in een speeltuin. Schoenen en sokken uit en kruipen door een zacht meedeinende buis van breed verpakkingstape. Het rook er een beetje naar plastic en lijm, maar het was niet kleverig en ook niet benauwd, waar ik even bang voor was. Het was in de cocon van tape wel een stuk warmer dan in de rest van het gebouw. Dat was in Schunck, het cultureel centrum van Heerlen.

Ik klom er in voor de pret, maar ook een beetje omdat ik me daartoe verplicht heb, als deelnemer aan de klankbordgroep van “Push and Pull”, een project van Schunck en het  Mondriaanfonds over participatie, waarvan deze installatie weer een aflevering is. Ik heb er al eens eerder hier over bericht, in februari van dit jaar, bij de eerste installatie. Knorrig werd ik daar toen van. Nou ben ik liever blij dan knorrig, dus ik herhaal nog een keer dat dat kruipen en klauteren best leuk was. Ja, leuk.

Maar met interactie had het toch weinig te maken. In feite was de tape-buis juist afgeschermd van alles wat in interactie zou kunnen uitmonden. De installatie was keurig ingericht boven een tentoonstellingsplatform dat vast in die zaal ligt, zonder uitlopers of tentakels naar de kinderbibliotheek, de lift, het trappenhuis of het café, allemaal in dezelfde zaal of daar vlakbij. De enige mogelijkheid tot interactie werd gevormd door de bewaker, wiens enige taak het was op die buis van tape te passen. Een vriendelijke man, die me meteen een anekdote over een andere tentoonstelling vertelde. En nee, het was niet toegestaan boven op de buizen te klimmen. Verder werd de sfeer vooral bepaald door waarschuwingen en verbodsborden.

Schunck waarschuwingen rond Tube numen for use

Ik ben dit stukje begonnen met drie motto’s die ik zelf bij elkaar heb gezocht. Wie de kunstwereld een beetje kent, ziet meteen waar het menens wordt. De buisglijbaan vond ik in de internetcatalogus van een bedrijf in speeltuintoestellen. Het reuzenspinneweb komt uit  Tolkiens ‘In de ban van de ring’. En het Engelse citaat komt van de website van de makers van de tape-installatie zelf. Hun toelichting bij een eendere versie van dezelfde installatie, in het Parijse Palais de Tokyo, laat de alledaagse werkelijkheid resoluut achter zich. “Transformatie van het hele gebouw… letterlijke belichaming van een naar binnen gerichte, regressieve omgeving… ” De publiciteit van Schunck is van hetzelfde laken een pak, ook daar wordt veel meer beloofd dan de installatie waarmaakt.

De makers van de tape-installatie noemen zich “Numen/For Use”, en op hun website valt te lezen dat ze designers zijn die enerzijds modernistische meubels ontwerpen (“For Use”), anderzijds theaterdecors en kunstinstallaties maken. Die kunst-kant van hun werk heet dan “numen”, naar het numineuze, het Kantiaanse Ding-an-sich. “Noumenon is hence the eternally latent reality of an object, a total and absolute existence of an object; an ideal form of which every phenomenon is merely a Platonian shadow.” – nog een citaat van hun website. Zulke claims, gebaseerd op geleende filosofische systemen, maken interactie wel lastig. Zeker als die systemen ook nog eens, zoals hier, extreem dualistisch zijn, dat wil zeggen: de werkelijkheid indelen in twee domeinen waar tussen geen interactie mogelijk is. Tussen pretentie en tape gaapt een kloof. Gaap.

In het algemeen is mijn indruk van het “Push and Pull” project tot nu toe dat de ambtelijke interactie tussen het Mondriaan Fonds en Schunck bepalender is dan die tussen kunstwerken en publiek. Intensiever ook, want: daar is geld beschikbaar, daar worden beslissingen genomen. De beeldende kunst-werkelijkheid zelf is in dat opzicht dualistischer dan het thema “interactie” (ludiek, open, speels, toch?) zou kunnen suggereren.

 

Written by sytzesteenstra

8 november 2015 at 19:46

Ster en zombie

leave a comment »

In de Maastrichtse binnenstad staan sinds een jaar twee grote stalen sterren waar ik nooit zonder huivering naar kan kijken. Als ik er naar kijk, moet ik lezen wat er op staat, en als ik lees wat er staat, vraag ik me af wat daar bedoeld wordt en wie daar aan het woord is, en langzaamaan verander ik in een zombie. Alle redelijkheid en wilskracht worden uit me weggezogen, Battlestar Eurotricht in. Tot nog toe heb ik me iedere keer weer weten los te rukken, maar hoe lang blijft dat goed gaan?

Zombiester Europa bij het Onze Lieve Vrouweplein in Maastricht

Ja, nee, natuurlijk, ja, het is gewoon een reclameding, een stukje publiciteit, broodnodige en kakelverse en ijskoud-de-lekkerste city branding, dat snap ik. Een stad is een merk, een merk moet gevuld worden met emotie, zonder emotie geen communicatie. Diepvriesverse emotie? Alle dertien even goed-emotie? Groene bio-emotie? Euro-emotie!

Want Maastricht = “Maastricht”, Maastricht is de stad waar in 1992 het verdrag is gesloten dat in het Europese jargon “Maastricht” heet. Sindsdien heet de Europese Gemeenschap de Europese Unie. En sindsdien bestaat in Maastricht de neiging om stad en unie magisch te verbinden en met elkaar te vereenzelvigen. Is Maastricht niet het hart van Europa? Hebben Vlamingen, Walen, Duitsers en Limburgers tot in de verre omtrek niet een speciaal saamhorig Euregio-gevoel? In ieder geval is er een leegte. Misschien kan die wel gevuld worden met emotie? Komt het niet mooi uit dat het Maastrichtse stadswapen en de Europese vlag allebei sterren hebben?

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Europese sterren op een Maastrichtse rotonde en de Maastrichtse ster op een bestelauto

Natuurlijk zijn de sterren onderdeel van een campagne, natuurlijk staat de campagne ook op internet, natuurlijk is er een trailer met de stem van Morgan Freeman.

De campagne is het werk van publieke of semi-publieke instellingen, Gemeente Maastricht, Maastricht University, Maastricht Health Campus, A2 Maastricht, Belvédère Maastricht, Regiobranding Zuid Limburg en VVV Maastricht, maar de taal is die van de markt. De managers van de campagne hebben zinnetjes bedacht als: “Maastricht Meet Europe: één verhaal, dat de kernwaarden (authentiek, open, dynamisch, gemoedelijk en vooruitstrevend) van onze stad herbergt.” Bekijk die videoclip desnoods een keer. Verbaas je over het onduidelijke emo-proza dat Morgan Freeman uitspreekt, en over het gegeven dat hij blijkbaar niet de tijd hoefde te nemen om “Maastricht” te leren uitspreken. “Lost in translation, in a word I can not pronounce”, dat is het laatste wat hij zegt. Denk dan even na over de vraag wat het betekent dat overal, steeds weer, onze aandacht wordt gegijzeld door dit soort manipulatie. Het lijkt emotie, het is technocratie. Authentiek en gemoedelijk?  Dat is een videoclip met een sonore voice-over van een celebrity. Open, dynamisch en vooruitstrevend? De tweede helft van dezelfde videoclip, nu in een snellere montage en met een prominente beat in plaats van een commentaarstem.

Het voornaamste kenmerk van de taal van de technocratie is wel dat je er naar hartelust alles mee kunt in- en uitsluiten. Morgan Freeman de stem van Maastricht? Waarom ook niet? Een portret van Maastricht zonder nondescripte buitenwijken, en zonder de kantoren waar wordt vergaderd over technocratische campagnes, waarom niet? Europese begrotingstekorten bespreken zonder moeilijk te doen over de enorme werkloosheid in landen als Spanje en Griekenland, waarom niet? Een Europese muntunie invoeren zonder duidelijk politiek kader, “Maastricht”, waarom niet?

Ja, nee, natuurlijk, ja, ik zou zelf de technocraten maar al te graag willen geloven, in zekere zin zou ik er maar al te graag zelf een zijn. Naar hartelust de werkelijkheid herdefiniëren en desgewenst wegdefiniëren, daar ben ik heel geschikt voor. Competent ook. Alleen ben ik te zeer gefascineerd door de formele aspecten van de technocratische manoeuvres, door de avantgardistische aspecten van al die enorm formele ingrepen in de weergave van de werkelijkheid, in het gekunstelde ervan. Dat maakt me speels. Het ontketent mijn fantasie, mijn behoefte om variaties te bedenken, dwarsverbanden te leggen, andere perspectieven toe te voegen, méér werkelijkheid te willen in plaats van minder. Zou er geen betere, in artistiek opzicht uitdagender videoclip te bedenken zijn met precies dezelfde soundtrack van Morgan Freeman plus synthi-pop, maar dan uitsluitend met beelden van vergaderingen bij de Gemeente Maastricht, Maastricht University, Maastricht Health Campus, A2 Maastricht, Belvédère Maastricht, Regiobranding Zuid Limburg en VVV Maastricht? “Lost in translation, in a word I can not pronounce”, maar dan met vaste vloerbedekking, bureaustoelen, flap-overs met targets, en staafdiagrammen die aantonen dat het imago van Zuid-Limburg “succesvol verbeterd” is. (Kan iets ook “onsuccesvol verbeteren”? Ik las het op de website van Regiobranding Zuid-Limburg.)

Kunnen die Europese sterren daar op de rotonde niet interactief worden, en voorzien van de onmisbare flexibiliteit die nodig is om het design toekomstbestendig te maken? Effe Daan Roosegaarde bellen? Dat er een ster zijn kopje laat hangen, of dat er een stengeltje knakt zodra er in een EU-land een financieringstekort boven de afgesproken grens komt, of misschien liever zodra de jeugdwerkloosheid in een land boven 5 % komt, of als er nog steeds geen minimumloon geldt? Of dat een ster bloost als er weer eens een voormalig EU-regeringsleider onfatsoenlijke relaties blijkt te hebben onderhouden met de plaatselijke media-magnaat, zoals Tony Blair met Rupert Murdoch, Helmut Kohl met Leo Kirch, en Silvio Berlusconi met zichzelf?

Ik wil graag geloven in de voordelen van de Europese Unie. De Europese geschiedenis, dat is de rechtsstaat, de welvaartsstaat, de renaissance, de roman, maar ook, en in de geschiedenis nog maar kort geleden, de totalitaire staat, het fascisme en het kolonialisme. Het Europese gerommel met Griekenland van de afgelopen maanden wekt de indruk dat de leidende Europese politici vertrouwen op marktwerking en flexibilisering als afdoende garanties voor verdergaande vrijheid en voorspoed. Dat marktwerking moet worden ingebed in politiek vastgestelde kaders, omdat flexibilisering anders voor het zwakste deel van de mensen op de arbeidsmarkt neerkomt op uitbuiting en misère, daar hoor je minder over. Werkloze mensen en mensen met flexi-contracten hebben ook geen adviseurs, geen accountants, geen internationale bankiers, geen marketingplan.

Maar verlies ik de redelijkheid niet uit het oog als ik het dan heb over zombies en technocraten? Niemand anders dan Jürgen Habermas heeft het over zombies als hij het heeft over politici die zich uitsluitend als economische technocraten laten gelden. Jürgen Habermas, de one-man filosofische theoriefabriek die zo vaak als de belichaming van de redelijkheid wordt gezien, en die jarenlang gold als de paus van het geloof in de Europese Unie, schreef laatst in de Süddeutsche Zeitung: “Das schwache Auftreten der griechischen Regierung ändert nichts an dem Skandal, der darin besteht, dass sich die Politiker in Brüssel und Berlin weigern, ihren Kollegen aus Athen als Politiker zu begegnen. Sie sehen zwar wie Politiker aus, lassen sich aber nur in ihrer ökonomischen Rolle als Gläubiger sprechen. Diese Verwandlung in Zombies hat den Sinn, der verschleppten Insolvenz eines Staates den Anschein eines unpolitischen, vor Gerichten einklagbaren privatrechtlichen Vorgangs zu geben.”

“Never waste a good crisis” is het credo van de ware technocraat. Er zijn wereldwijd kantoren waar dit weekeinde dag en nacht gewerkt wordt aan winstgevende scenario’s voor het geval Griekenland uit de muntunie en/of de Europese unie zou vallen, maar heb niets gehoord over winstgevende scenario’s voor de onvolgroeide politieke structuur van de Europese muntunie, ten bate van de rechtsstaat, de welvaartsstaat, en de roman. Ik geloof dat ik bang ben voor zombies.

 

Voor wie meer wil lezen heb ik dit lijstje met aanbevelingen:

Over de onredelijkheid van de Duitse opstelling: Jürgen Habermas in Die Süddeutsche Zeitung: http://www.sueddeutsche.de/wirtschaft/europa-sand-im-getriebe-1.2532119

De onderliggende problemen van deze crisis: Wolfgang Streeck in Der Spiegel, in het Engels op de site van zijn uitgever: http://www.versobooks.com/blogs/2113-wolfgang-streeck-the-greek-crisis-trapped-in-the-eurozone

Economie in breed historisch verband: Amartya Sen in The New Statesman: http://www.newstatesman.com/politics/2015/06/amartya-sen-economic-consequences-austerity

Over bedragen en banken: Mark Blythe in Foreign Affairs: https://www.foreignaffairs.com/articles/greece/2015-07-07/pain-athens

Dichterbij de taal van muziek en film, altijd verbazend goed geïnformeerd, David Byrne op zijn eigen blog: http://davidbyrne.com/growth-austerity-debt

Ine, trouw aan het atelier, aan het maken

leave a comment »

In het Maastrichtse Bonnefantenmuseum is een kleine tentoonstelling van werk van moderne en hedendaagse Limburgse beeldhouwers, samengesteld door Han van Wetering, een beeldhouwer die even optreedt als gastconservator. Er is ook werk bij van een vorig jaar gestorven vriendin, Ine Schröder: vier kleine houten latwerkjes, opgehangen aan de muur.

Overzicht van vier werken van Ine in het Bonnefantenmuseum

Het is fijn Ine’s werk in het museum te zien, in het gezelschap van bekendere beeldhouwers als Shinkichi Tajiri, William PARS Graatsma en Han van Wetering zelf. Maar ik mis Ine’s atelier. De muren van het museum zijn even wit als de muren van het oude schoollokaal waarin Ine werkte, en nog schoner ook, maar ik mis de kist met latjes en plankjes  waarin Ine vrijwel alles wat ze maakte ook weer liet verdwijnen, het lichte gevoel van onthechtheid, of andersom, het onthechte gevoel van lichtheid. Ik denk dat ze duizenden werkjes heeft gemaakt, en het overgrote deel daarvan ook weer uit elkaar heeft gehaald.

Toen ik voor het eerst in haar atelier kwam zocht ik naar de betekenis van haar beelden, en na lang heen en weer praten wilde ze, bijna als concessie in een onderhandeling, wel toestaan dat er  verbanden konden zijn met herinneringen aan ruimtes, bijvoorbeeld aan de hoge verticale opening in een trappenhuis, of aan de ruimte onder een bureau. Nu ik het opschrijf zie ik wel dat ik werd afgescheept met niet veel meer dan een tautologie: ruimtelijk werk heeft te maken met de ervaring van ruimtes. De ervaring van ruimte heeft een persoonlijk aspect, een binnenkant, een geschiedenis.

“Dat proces, dat is het mooiste wat er is”, zei Ine, en dat ging over het werkproces, over het proberen en het zoeken in het atelier. Over het zoeken van het moment waarop voor het eerst samenhang te zien is, waarop een werkstuk of een tekening voor het eerst een eigen kracht heeft, en over haar werk om precies dat moment steeds weer even te bewaren, zonder het plechtiger te maken dan het is.

Een wandsculptuur van Ine Schröder

Ik kende Ine al een paar jaar voordat ik besefte dat ze chronisch ziek was, ernstig ziek ook, ze wist dat ze niet heel oud zou worden. Ze sprak er weinig over, en ook dan alleen nuchter en onthecht. Na haar dood maakte uitgeverij Huis Clos een klein herinneringsboekje, Ine. Dit was mijn bijdrage:

Bijna niets, open, in : "Ine", uitgeverij Huis Clos

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

 

 

Written by sytzesteenstra

6 april 2015 at 14:38